Showing posts with label poetry. Show all posts
Showing posts with label poetry. Show all posts

Tuesday, 11 January 2011

Een pony in de sneeuw


December was traditioneel gezellig en druk. Zo druk, dat ik geen moment aan mijn weblog toekwam. Het eerste goede voornemen voor 2011 is dan ook een voor de hand liggende: regelmatig op deze plaats met u mijn gedachten en ervaringen delen. Niemand verliest graag lezers, natuurlijk. Daarnaast is schrijven voor ondergetekende een beproefde manier om zaken op een rijtje te zetten, of het nu overwegingen van politieke aard of reisimpressies betreft. Bij dezen beloof ik u dan ook plechtig dat ik u in het nieuwe jaar niet meer zo lang op nieuwe verhalen zal laten wachten als de afgelopen maand. Eén manier: korte verhaaltjes, observaties, in de stijl van 'Vietnam Kort', maar dan over de landen waarin ik mij in 2011 zal bevinden: Noorwegen en Japan. Coming soon.

Ik heb nog meer goede voornemens voor 2011. Een hele waslijst, om eerlijk te zijn. Dat ik die allemaal netjes na zal komen lijkt vrij onwaarschijnlijk, maar dat geeft niet, want de betekenis en het belang van goede voornemens staan in principe los van de vraag of ze wel of niet gerealiseerd worden. Plannen maken maakt ons menselijk, per slot van rekening. Maar daar kom ik binnenkort nog op terug. Voor ik ga vooruitblikken naar 2011 ben ik u eerst nog een laatste terugblikje verschuldigd: op de afgelopen maand.

Aangezien december zo vol was dat er heel veel te vertellen valt kwam ik er nauwelijks aan toe de ervaringen tot verhalen te maken. En aangezien het nieuwe jaar al volop gaande is, en ik mijn zeurende calvinistische werkethiek (lees: onrust) weer op mezelf heb losgelaten, lijkt het uitgesloten dat ik de tijd kan vinden om alle verhalen in geuren en kleuren te vertellen. Temeer daar ik er op donkere weekenddagen genoegen in schep mij te verliezen in deze of gene spannende roman, waardoor ik niet altijd aan schrijven toekom. Derhalve houd ik het deze keer bij een beknopte samenvatting.

In december is Oslo op zijn donkerst. De nacht hapt een groot deel uit de middag, waardoor je dagritme behoorlijk in de war raakt. Vermoeidheid is een gegeven, maar de kersttijd brengt licht. Gelukkig hoef je als buitenlander geen rekening te houden met alle bizarre culinaire voorschriften (gefermenteerde kabeljauw, kerstham, zeven zelfgebakken taarten) en andere onwrikbare normen (grote kerstschoonmaak, bergen cadeaus) waar de Noren, gek op tradities als ze zijn, zich aan menen te moeten houden. Maar je kunt wel genieten van fraaie versieringen, lekkere geuren en gezellige kerstmarkten. De mooiste werd gehouden in des stads openluchtmuseum. De handgemaakte prullaria waren er weliswaar onbetaalbaar, maar de kerstsfeer was onovertroffen. De Kerstman danste in het rond met grut in kabouterkleding; er waren mierzoete, glimmend rode geglazuurde appels op stokjes; een dame in klederdracht vertelde ons over eeuwenoud bijgeloof; in de staafkerk werd een echt eredienstje gevierd; en de kerstelfen hadden hun eigen pakjeswerkplaats. 's Lands kitsch, 's lands trots, en o zo gezellig.















Er was nog meer winterpret. We werden uitgenodigd voor een eerste langlauftocht, op een prachtige, zonovergoten zondagochtend. Langlaufen lijkt makkelijk, maar dat is het niet. Peuters worden hier al op ski's gezet voor ze goed en wel kunnen lopen, en dan leer je het vanzelf, maar je als stokoude twintiger leren voortbewegen op die veel te lange latten is voorwaar geen sinecure. Al ziet het er makkelijker uit, langlaufen is stiekem een stuk moeilijker dan alpineskiën, vooral het afdalen. Desalniettemin ging het die eerste keer niet slecht. We verplaatsten ons over hobbelige bospaadjes, stralend witte meren en glanzende loipes. We passeerden de voetafdruk van een trol. Er werd af en toe gevallen, natuurlijk, maar dat mocht de pret niet drukken. Passanten die ons inhaalden knikten ons bemoedigend toe. Eventjes hoorden we erbij.

Helaas werd de positieve eerste langlaufervaring gevolgd door een veel minder aangename tweede, een paar weken later. Het was een klassieke pechdag, waaraan ik maar beter niet al te veel woorden vuil maak. In het kort: een gekneusde teen, slecht werkende sluitingen, vroeg ingevallen duisternis en een plotselinge angst af te dalen maakten dat de pret van de eerste keer ver te zoeken was. Een derde poging zal dan ook nog wel even op zich wachten, want voorlopig sta ik nog ietwat ambivalent tegenover deze volkssport nummer één. 

Een week voor kerst vertrokken wij voor een dag of tien naar Nederland. Ook daar waren net de eerste paar vlokjes sneeuw waren gevallen, dus Schiphol en de Nederlandse Spoorwegen waren reeds onderweg naar chaos -  maar gelukkig wisten wij onze eerste bestemming te bereiken, zij het met de nodige vertraging. Dit keer verbleven wij eens niet in Leiden of Amsterdam, maar in het mij tamelijk onbekende Rotterdam. Het eerste dat mij opviel (en dat gezegd moet, hoe anekdotisch de bewijsvoering ook is): Rotterdammers zijn een stuk vriendelijker in de publieke ruimte dan Amsterdammers. Het tweede: als de zon schijnt, is een boottocht door de haven een ware traktatie. Het derde: Rotterdam heeft een fraai Russisch-orthodox kerkje, met een glimmend gouden koepeldakje. Het vierde: mijn lief heeft zich ontwikkeld tot een fanatieke sneeuwballengooister. Het vijfde: FC Groningen had die voorsprong op Excelsior nooit uit handen mogen geven, maar daar staat tegenover dat de scheidsrechter nooit die penalty had mogen geven. En het zesde: het Wereldmuseum in Rotterdam heeft een indrukwekkende collectie Tibetaanse en Japanse esoterisch boeddhistische voorwerpen, die mij aangenaam verraste. Het is ook nog eens gratis te bezoeken.

We hadden geen dag later moeten vliegen, want grote sneeuwbuien legden de Randstad lam. Gelukkig reden er nog een paar treinen, zodat we onze vrienden konden ontmoeten, en een bus, zodat we richting polder konden. Daar stond een rij eeuwenoude windmolens in een eindeloze witte vlakte schitterend zichzelf te zijn. Alleen de schapen konden er niet van genieten, want ze hadden hun koppen diep in de sneeuw gestoken, om toch nog wat gras te kunnen vinden. Ondertussen leidden de provocaties van mijn lief tot een sneeuwballengevecht van epische porties. Drie tegen drie, de Alblasserdammers tegen de indringers, een strijd om leven en dood. De Turkse koffie smaakte heerlijk, na afloop.
















Wij reisden naar Groningen. De NS deelde gratis koffie uit om vermoeide treinreizigers te pacificeren. Maar toen we eenmaal voorbij Amersfoort waren, waren er geen problemen meer - met uitzondering dan van die pony, die in Beilen op het spoor stond en niet weg wilde. Uiteindelijk heeft de conducteur het dier weten over te halen, waarna ze samen achterbleven. Zomaar stof voor een gedicht:

Er staat een pony op het spoor
in Beilen, heel alleen, te wachten
op het paardenkind dat altijd
voor hem zorgt, maar door
de dikke sneeuw vandaag niet
Hoogersmilde uit kan fietsen.

Als de conducteur, misschien, die aan
het eindpunt niets te zoeken heeft, wie
slechts een stille avond wacht, onder
een lege kerstboom. Zegt:
laat mij maar bij de pony staan.

De trein de witte wereld in ziet
weggaan, maar: het eindpunt
wacht wel even. Het dier laat zich
gewillig aaien.

Dank, NS, voor de gedetailleerde informatievoorziening in dezen. Helaas kon er bij geen van de andere reizigers ook maar een kleine glimlach vanaf, maar mij heeft u zonder dat te weten een mooi verhaal cadeau gedaan. Daar kunnen geen tien gratis koppen koffie tegenop.

Wij bleven een week in Groningen, en die week vloog voorbij. Sinterklaas, die zelf inmiddels op Gran Canaria aan het genieten was van een welverdiende vakantie, had een Piet bereid gevonden om ons nog een paar zakken verlate cadeaus te brengen. Zodoende genoten we enkele dagen voor Kerstmis van een ouderwetse sinterklaasavond met mooie cadeaus, hilarische dan wel ontroerende gedichten en zoete lekkernijen. Ook de daaropvolgende avonden brachten we door in het goede gezelschap van vrienden en/of familieleden. En op eerste kerstdag maakte ondergetekende een diner bestaande uit toastjes met gerookte vis, cocktail van Hollandse garnalen met rode grapefruit, pittige auberginesoep, risotto met vongole een victoriabaars, en zelfgemaakte tiramisu toe. Ook op de andere avonden werd er smakelijk gegeten.

Een paar dagen na kerst vlogen we terug naar Oslo, onze bagage volgepropt met flessen wijn, pindakaas, oliebollenmix, kleren en sinterklaascadeaus. We kregen gezelschap van een vriend, met wie we de volgende dagen Oslo verder ontdekten, en het nieuwe jaar inluidden, dat inmiddels al weer anderhalve week op gang is. De tijd heeft vleugels, om er nog maar eens een cliché tegenaan te gooien.

2010 zit er in elk geval op. Het was een gedenkwaardig jaar.

Saturday, 30 January 2010

Ruth

Song of Ruth

I am a stranger here
I have left my land
I have crossed your path
I have followed your steps

You told me: go back
Do not trust me
But you're a part of me
Without you, I can't be

And I know, the future is unknown
And the darkness is near
And a long journey through the desert
Lies ahead of us

But your land is my land
Your people are my people
Your language is my language
Your God is my God
Your dream is my dream
Your path is my path
Your future my future
Your heart is my heart

I know, your people are afraid
Of us, who are different
But I will build bridges
Over the abyss

And I will long back
When a strong wind comes
From the far South
Where I was born

But I will be strong
And I will survive
I want to stand with you
Hard though it may be

For your land is my land
Your people are my people
Your language is my language
Your God is my God

Your dream is my dream
Your path is my path
Your future my future
Your heart is my heart

My part is your part
My bread is your bread
Your life is my life
Your death is my death

And when the darkness comes
And your people hide from me
I will give my love, I will
Make the hatred disappear

For your house is my house
Your fear is my fear
Your silence my silence
Your land is my land


Lied van Ruth

Ek is n vreemde hier
Ek het my land gelos
Ek het jou pad gekruis
Ek het jou spoor gevolg

Jy het gese gaan terug
Moe nie op my vertrou
Maar jy s n deel van my
Wat doen ek sonder jou

En ek weet die toekoms is onseker
En die donker is digby
En ek weet ons wag n lang reis
Reg deur die woestyn

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jou God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

Ek weet jou volk is bang
Voor ons wat anders is
Maar ek sal brugge bou
Daar waar die afgrond is

En ek sal terugverlang
Wanneer die wind sal waai
Wat uit die suide kom
Van my geboorte grond

Maar ek sal sterk wees
En ek sal oorleef
Want ek wil naas jou staan
Al sal dit moeilyk wees

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jou God is my God

Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

My deel is jou deel
My brood is jou brood
Jou lewe is my lewe
Jou dood is my dood

En wanneer die donker kom
En jou mense my ontwyk
Sal ek my liefde gee
Totdat die haat verdwyn

Want jou huis is my huis
Jou angs is my angs
Jou stilte my stilte
Jou land is my land


"Ik vind dat de wereld zonder grenzen zou moeten zijn. Ik weet dat dat een naïef idee is, maar het is toch belachelijk dat wij deze aardbol ingedeeld hebben in grenzen, en dat je daar allerlei papieren voor nodig hebt. God betere het."



Lyrics: Stef Bos
Translation: Aike Rots
Illustration: Marc Chagall, 'Ruth and Boaz meet'

Wednesday, 28 October 2009

Spookrijdersballade

Tot niet zo heel erg lang geleden
Was ik maar zelden afgesneden
Want fietsend over Neerlands wegen
Komt men maar weinig gekken tegen
Al moppert men er heel wat af
Men rijdt zich niet graag in het graf

En houdt zich liever aan de wet
Men rijdt er rustig, kalm en net
Nooit zal men je er rechts passeren
Of druk en kwaad gaan claxonneren
De auto's zijn gevuld met heren
Die niet durven telefoneren
Die alle regels braaf naleven
En zelfs aan fietsers voorrang geven
Al klaagt men er bijzonder veel
Nooit vliegt men elkaar naar de keel
Want zit het toch een keer niet mee
Dan bel je de ANWB
Die bij problemen onverveerd
Uitrukt, troost en repareert
Dus zorgen maken hoeft niet meer
't Is een waar feest, Neerlands verkeer
Omdat eenieder, jong en oud
Zich aan de verkeersregels houdt

Hanoi is echt andere koek
Verkeersregels zijn immer zoek
Daar heerst de ware oertoestand
Daar heeft men aan elkaar het land
En vecht om er te overleven
Zonder ook maar iets toe te geven
Daar treft men ook met regelmaat
Een straalbezopen wegpiraat
Die slalommen tot kunst verheft
Zonder dat hij zich beseft
Dat hij vrolijk tachtig rijdt
Zijn eigen dood zo voorbereidt
Wellicht neemt hij dan een of twee
Schattige peuters met hem mee
Want zonder helm zitten die ukken
In moeders armen weg te tukken
Terwijl pa het stuur hanteert
Had hij maar geïnvesteerd
In helmpjes voor zijn nageslacht
Helaas, daar was niet aan gedacht
Want zoiets overkomt je niet
Hoe vaak je ook een dooie ziet
Bloedend op een drukke straat
Je denkt dat het jou niets aangaat
Je blijft relaxed en opgewekt
Laat baby's hoofdje onbedekt
Want wat kan jullie nou gebeuren
Terwijl zatlappen langs je scheuren?
Toe maar, baby, sluit je ogen
Misschien dat ze nooit open mogen

Ik snij graag pizzapunten af
Een stuk gebak is ook geen straf
Maar mijn afsnijden valt in 't niet
Bij wat je hier op straat steeds ziet
Afslaan zonder om te kijken
Almaar van je lijn afwijken
Diagonaal massa's doorsteken
Daarbij niet om hebben gekeken
Daarbij geen richting aan gegeven
En zonder ook, al is 't maar even,
Naar je spiegeltje te gluren
Voordat je naar links gaat sturen
Afsnijden is de volkssport hier
Men doet het steeds met veel plezier
Want iedereen vindt het zo fijn
Om koning van de weg te zijn
Het grootste genot voor Vietnamezen
Is als despoten rond te racen
Oogkleppen op, spiegel negeren
Op de straat mag jij regeren
Op de straat ga jij je gang
Al duurt je leven minder lang
Ieder voor zich, God voor ons allen
Al sterven jaarlijks duizendtallen
Aan ons zijn regels niet besteed
Dus haal rechts in, dus maak je breed
Dus slinger en snij af bij 't leven
Al duurt dat dan misschien maar even

De straten raken almaar voller
Men gedraagt zich telkens doller
Scooters en fietsen hebben 't zwaar
Door de nieuwe legerschaar
Van grote ronkende SUV's
En glimmende brede BMW's
Die de straten terroriseren
En fietsende kinderen bezeren
Want die fietsen hier vaak gedrieën
Breeduit, handen op elkaars knieën
Blind voor alles om hen heen
Dan sneuvelt er dus wel eens een
Alle Hanoise rijken willen
Graag hun dikke corrupte billen
Op SUV-stoelen neervlijen
Om dan als tsaren rond te rijen
Maar in die smalle, drukke straten
Kan men dat maar beter laten
Het schiet niet op, is een gedoe
Maakt je gefrustreerd en moe
Maar status weegt nu eenmaal zwaar
Voor een ijdele nieuwe tsaar
Dus rijdt men in een klerenkast
Al staat 't verkeer nog zo muurvast
Dus toetert men soms bij het leven
Naar scooters die geen ruimte geven
En veegt het plebs liefst aan de kant
Opdat het in het gips belandt

Dit is de ware anarchie
Hiertegen helpt geen remedie
Men krioelt als mieren rond
Rechts langs, U-bocht, rem terstond,
Rode lichten genegeerd,
Weer een baby'tje bezeerd,
Midden op de snelweg lopen,
Of je waren er verkopen
Invoegen met de ogen dicht
Als was het hier een groot gesticht
Oversteken zonder kijken
Om niet onzekerder te lijken
En alles in een hels kabaal
Want op een ongekende schaal
Zit men steeds te claxonneren
Om elkaar een les te leren
Om elkaar terecht te wijzen
En je ruimte op te eisen
Assertiviteit ten top
En pijn in je kop, pijn in je kop
Men braakt voortdurend decibellen
Om elkaar maar mee te kwellen
En natuurlijk vieze gassen
Die niet uit longen zijn te wassen
Die je ogen soms doen branden
Je krijgt een roetlaag op je tanden
Je keel is schor, geïrriteerd
Omdat je hebt geïnhaleerd
Naar roetfilters is hier geen vraag
Men ademt in, de volle laag

Maar geen van alles is zo mal
Als al die spookrijders overal
Ze zorgen voor spanning op de weg
Want tja, met een beetje pech
Raak je zo'n mongool frontaal
Dan helpt geen dokter in de zaal
Toch rijdt men hier met regelmaat
Als een spookrijder over straat
Zelfs horrorfilms halen het niet
Bij wat je hier op straat soms ziet
Een drukke weg tegemoet
Is iets wat men niet zelden doet
Al sms'end, zonder licht
't Is werkelijk een eng gezicht
Absoluut suïcidaal
Maar men vindt dat hier dus normaal

Het verkeer lijkt hier soms wel
Een real-life computerspel
Weer aan de avondspits deelgenomen,
Weer een level verder gekomen
Want wie zich hier goed concentreren
Hoeven zich niet te bezeren
En dan zorgt soms het rijden hier
Zelfs voor het nodige plezier
Want hoe graag ik soms ook mag klagen
Stel dat je me nu zou vragen
Of ik het hier nog wel trek
Dan zeg ik, ook al klinkt het gek
Dit gestoorde wespennest
Bevalt me eigenlijk wel best

Wednesday, 4 February 2009

Indrukken van Bali

I. Kecak

tjakketjakketjakketjakke
tjakketjakketjakketjakke
tjakketjakketjakketjakke
tjak-tjak-tjak-tjak!

honderd mannenstemmen zingen de Ramayana
een orkest van baritons

tjakketjakketjakketjakke

ontblote bovenlijven, wapperende handen,

de goden tussen hen in
worden gevangen genomen

tjakketjakketjakketjakke

een onaards mooie danseres
haar ogen ver
haar handen gedraaid
omringd door honderd blote mannenlijven

tjakketjakketjakketjakke

dikke demonen maken ruzie
camera's flitsen

tjakketjakketjakketjakke

maar de goden overwinnen,

de koning van de onderwereld
wordt netjes met heilige pijlen doorboord

tjakketjakketjakketjakke

het vuur zwaait op
wordt alle kanten op getrapt

tjak-tjak-tjak-tjak!

de demon
is dood



II. Mountainbike

kilometers vol met houten beelden,
schilderijen, kunstvoorwerpen

ronkende rokende scooters
met wapperende regenponcho's

hoe sterk is de eenzame fietser

rechtsaf, weg van de grote weg
de wereld verandert

terrassen rijstvelden
percussie van de regen
het groen intens van kleur

de hellingen steil en gemeen
twintig meter voor mij
valt krakend een boom op de weg

boerendorpjes met lachende kinderen
hello hello
meer tempels dan huizen
welke kant moet ik op?
een pooltafel in een houten hut
straathonden op de weg, scharrelkippen

een verbaasde grijns
wat doet die maffe buitenlander hier
waar is zijn scooter?

de vrouwen doen het zware werk
dragen alles, emmers water,
manden eten, takkenbossen
op hun hoofd

zoef remmen remmen
een brug
en dan doorbijten omhoog
de bolletjestrui
is vandaag voor mij

nooit kwam hier een toerist
de rijst groeit trapsgewijs
het groen nog voller in de regen
door palmbomen omringd

de regen zegent
de planten

doorweekt
fiets ik de wereld langs
weet ik me vrij



III. Natte goden

het huisje naast mijn raam
boven de veranda
is voor hen

ze brengt ze elke dag
zoete rijst in bananenblad
geurende bloemetjes
misschien een stukje fruit
of legde ik dat daar neer?

en als de avond valt
scheren de vleermuizen over
brengen de rijst naar ze toe

ze vliegen laag
nog meer regen vandaag

het mengt met het heilige water
de bron van de goden
mensen zwemmen zich rein
gevangen door de Chinese telelenzen
die ze leren te negeren

de paar druppels in mijn oor
mogen niet baten

de tempelwachters
woest en eng, uitpuilende ogen,
uitstekende tongen
puntige borsten
vuurspuwend en dansend
in razernij,

zijn geen partij
voor Canon Nikon Sony Fuji

maar als de regen zondvloed wordt
verdwijnen de toeristen

ben ik alleen
in de Gunung Kawi
slechts de souvenirverkopers
bij de ingang
denkt u echt dat een paraplu
nog iets uithaalt?

sopsopsop mijn schoenen
tien euro authentieke Thaise nep-adidas
zijn aan het eind
van hun Latijn

zingen dan maar,
dansen,
stampen in de plassen

omarm ik de gekte

de trap naar de tempel
is vandaag een waterval
die mijn schoenen binnenstroomt

pagodes, eeuwenoud,
gehouwen uit de rotsen
god is dichtbij

jij bent de rots
waaruit ik mijn tempel bouw
zei Jezus tegen Petrus
of iets van die strekking

het zal hier geweest zijn

zelfs mijn gordeldier
is niet meer bang
voor het woedende water

we dansen de waterval omhoog

we danken de goden
van dit eiland

Wednesday, 24 September 2008

Indrukken van Nederland

Het niet weten duurt nog even voort. Maar ik vind het niet zo erg. De leegte is niet zo leeg als ze lijkt, want er zijn etentjes en feestjes en vrienden. Verder zwem ik een beetje rond. Onderwijl nemen mijn plannen als vanzelf langzaam concreter vormen aan. Zo lijkt het, ten minste - met plannen weet je het natuurlijk nooit zeker. Maar ik hoop u over een paar maanden op deze plaats het Plein van de Hemelse Vrede te kunnen beschrijven. We zullen zien.

***

Poëzie is overal. Zo vond ik plotseling een fraai gedicht in mijn logeerkamer, dat ik u niet wil onthouden:


K3102

Kledingkast

Met roede
Volledig afsluitbaar middels ritssluiting
in hoekvorm.
Stevig kunststof onderstel.


En deze, in mijn favoriete broodjeszaak:


DE MELK
in onze cappuccino en
koffie verkeerd komt van
hele BLIJE KOEIEN en is
100 % BIOLOGISCH

"ZO BLIJ
MET 100 %
BIO"


Woorden die dansen zonder dat te beseffen zijn vaak de mooiste.

***

Nederlands winkelpersoneel heeft de vreemde gewoonte om klanten te vragen naar extra kleingeld, zodat ze zelf niet te veel met kleine muntjes hoeven te doen. Men is namelijk bang voor kleine muntjes. Soms is dat logisch: als je iets koopt dat 6,05 kost, is het vanzelfsprekend een stuiver bij je tientje te doen. Vragen om een euro en vijf cent vind ik in zo'n geval nogal overdreven; men kan toch gewoon vier euro teruggeven? Maar soms gaat het wel erg ver: je koopt iets voor 5,85 en men vraagt of je er misschien 85 cent bij hebt. Schat, het gaat echt sneller als jij gewoon 4,15 uit je kassa haalt dan als ik 85 cent bij elkaar ga zitten zoeken. De verwarring wordt steeds groter, zo merkte ik laatst:
'Dat is dan vier euro tien, alstublieft.'
'Alstublieft.' Ik geef hem een tientje.
'Heeft u daar misschien tien cent bij?'
'Natuurlijk.' Ik geef het hem.
'Misschien een euro tien?'
'Eh... jawel.' Zou hij geen euromunten in zijn kassa hebben?
'En kijk eens, vijf euro. Prettige dag nog.'
'Dank u wel. Dan krijg ik nog twee euro van u.'
Het is even stil.
'Jaaa, ik was ook nog niet klaar.' En hij geeft me snel een blinkende twee euro-munt.
Lief winkelpersoneel, geef gewoon wisselgeld, en hou op met die rare gewoonte klanten om allemaal extra kleingeld te vragen. Of leer eerst even rekenen.

***

Geert W., een gekozen Nederlandse politicus, roept in het parlement op tot etnische zuivering. Dat mag, kennelijk. Nu heeft ons prachtige kikkerlandje natuurlijk al een mooie staat van dienst als het gaat om het uitvoeren van, dan wel meewerken aan etnische zuiveringen. Van Heutz en het koloniale leger, de vaderlandse politie ten tijde van de Duitse bezetting, de 'politionele acties', Karremans en de zijnen - voorwaar, het is niet niets wat wij in de twintigste eeuw hebben weten te presteren! Wat dat betreft is deze politicus een echte Nederlander, in hart en nieren. Immers, wier Neerlands bloed door de aderen stroomt realiseert zich dat er maar een manier is om 'straatterrorisme' aan te pakken: ruimen, deporteren, uitzetten, eenieder met een Marokkaanse achtergrond! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, nietwaar? Zeg Geert, misschien is het een idee om ze, voordat het zover is, allemaal een teken op te spelden, zodat we ze direct kunnen herkennen en preventief uit de weg kunnen gaan? Een felle gele maan op hun borst, bijvoorbeeld? Dat valt wel op.

Ondertussen blijkt zijn fractielid zich meermalen schuldig te hebben gemaakt aan oplichting, fraude en geweld. Dat mag ook, kennelijk. Je moet de Kamer uit als je twintig jaar geleden een keertje meedeed aan een inbraak in een ministerie, maar je mag rustig blijven zitten als je een ander voor 25 mille hebt proberen op te lichten, en mensen in elkaar hebt geslagen. De moddergooiers van GeenStijl en de Telegrof zwijgen plotseling in alle talen van de wereld. Hypocriete rechtse nepjournalisten zijn het, die samenspannen met enge racistische en gewelddadige mannetjes. Als we toch etnisch gaan zuiveren, zullen we dan beginnen met geblondeerde islamofobische Limburgers? Gevolgd door zijn electoraat? Dat zou pas echt opruimen.

***

In het Werkteater zijn de opnames van de Avond van de Grote Filmquiz, die de NPS donderdagavond uitzendt. Ik ben uitgenodigd omdat ik een stem had uitgebracht voor de verkiezing van beste filmacteur aller tijden, en de jury mijn motivatie wel kon waarderen. Maar helaas, mijn kandidaat haalt de top-tien niet eens. De winnaar is weinig verrassend, maar ik ben het er niet mee eens. Ik kan ook wel een geschifte piratenkapitein of chocoladefabrikant spelen. Matthijs van Nieuwkerk presenteert de quiz. Hij is zenuwachtiger dan hij meestal lijkt op tv. Dat is ook niet zo gek, want we zijn allemaal betoverd door de drie beroemde jonge filmactrices die tezamen een team vormen. De quiz zelf stelt niet zoveel voor, maar de Bridget Jones imitatie die de dames uit hun mouw schudden is behoorlijk indrukwekkend. Helaas heb ik mijn bril niet op. Maar donderdagavond zou ik even de tv aanzetten, als ik u was.

***

De molen zweeft in de mist. De lucht erachter kleurt langzaam licht. Wat kan Holland soms toch mooi zijn, vooral als iedereen nog slaapt.

Ik zwem nog even verder.

Friday, 12 September 2008

Gestrand

Er leek geen vuiltje aan de lucht te zijn. Ik had mij de afgelopen weken opgesloten in mijn stacaravan om mijn scriptie te schrijven. Nadat de aanvankelijke twijfels en onzekerheden waren overwonnen begon zich langzaam maar zeker een mooi verhaal te vormen. Naarmate de deadline (en, zodoende, mijn tijdelijke terugkeer naar Londen) dichterbij kwam, kreeg de scriptie gestalte - kwantitatief zowel als kwalitatief. Voor wat het waard is: ik denk dat er weinig mensen in Nederland zijn die zoveel weten van Japanse zionistische theologie en Japans-Joodse 'common ancestry theories' als ik. Gelukkig maar, zult u wellicht zeggen, wat is dat nou voor bizar onderwerp - en ik kan u natuurlijk niet helemaal ongelijk geven. Maar ik durf te beweren dat ik ook wel een paar relevante dingen geschreven heb over de samenhang tussen nationalisme en millenniarisme, en over religieus gemotiveerde oorsprongsmythen en identiteitsvorming. Het waren, hoe dan ook, vruchtbare weken.

Aan de vooravond van mijn terugkeer naar Londen was de scriptie voor negentig procent af. Ik hoefde alleen nog een paar pittige citaten op te zoeken en vertalen, een mooie conclusie te schrijven en het geheel uit te printen en laten inbinden. Om die reden had ik mezelf een paar dagen in Londen gegeven. De deadline van Damocles was 15 september, en dus boekte ik een treinticket voor een paar dagen eerder. Voor vandaag.

Ik wilde geen enkel risico nemen, en nam dus een vroege trein naar Brussel. Wonder boven wonder kwam ik zonder vertraging aan, waardoor ik nog ruim tijd had om op een terrasje een matig broodje falafel naar binnen te werken, en te genieten van de Ruisdaellucht boven de Grote Markt. Als altijd maakte Brussel mij melancholisch. Misschien heeft het ermee te maken dat de stad zo vaak een knooppunt voor mij is geweest - onderweg naar het nieuwe, het enge en het onbekende kwam ik om de een of andere reden vaak deze stad tegen.

Ik had alle tijd. Een uur voor aanvang van vertrek was ik aanwezig op station Brussel Zuid. Mijn ticket, mijn paspoort en mijn laptop had ik bij me. Het nagenoeg verlaten station ademde een en al weltschmerz uit, zoals alleen Brusselse stations dat kunnen. Er leek, kortom, geen vuiltje aan de lucht te zijn.

Maar in de Eurostar-hoek was het druk. Erg druk. Ongebruikelijk druk. Mijn blik viel op de schermen met vertrektijden. Drie treinen zouden vanavond Brussel met Londen verbinden, maar het scherm liet weinig aan de verbeelding over: 'Annulé. Annulé. Annulé.' Oh jee.

Mensen verdrongen zich rond de informatiebalie, maar de informatiebalie wist weinig. Een zachte stem riep om dat er vuur was geweest in de Kanaaltunnel. Ik realiseerde me welke datum het vandaag was, en vreesde dat 'vuur' een eufemisme was voor iets anders (gelukkig, zo zou ik later leren, was dat niet het geval - zie http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/7610919.stm ). Een Ierse jongen vervloekte hartgrondig de autoriteiten, terwijl zijn vriendin een tot mislukken gedoemde poging deed hem rustig te houden. 'Wat nu', vroeg ik mij af, en ik was niet de enige. Niemand wist iets, maar de omroeper mompelde iets over een hotelverblijf dat vergoed zou worden. Dat vertelde de dame achter de informatiebalie ons ook. Maar zouden er morgen weer treinen rijden? Zouden die dan plek hebben? Niemand wist iets. Komt u morgen maar terug.

Een hotel dan maar. Of kende ik nog iemand in Brussel? Die ene mislukte date van ruim een half jaar geleden kwam uit Brussel, en ik had haar naderhand nog wel eens gezien. Maar waarschijnlijk zat zij gewoon in Londen. Bovendien had mijn telefoon het begeven zodra ik de grens gepasseerd was, dus ik kon haar toch niet contacteren, zelfs al had ik dat gewild. En ach, als de Eurostar zich bereid toonde mijn hotel te vergoeden, dan wilde ik ook niet de beroerdste zijn. Ik maakte graag gebruik van hun vrijgevigheid.

Maar het gonsde door de ruimte dat de Brusselse hotels vol zouden zitten. Tja, ga maar na: ten minste vier volle treinen geannuleerd (inclusief een trein die reeds Calais bereikt had, maar terug moest keren), vele honderden reizigers gedupeerd... Ik voorzag reeds een dramatische Maria-en-Jozef-tocht langs volgepropte Brusselse hotels. Het was geen aantrekkelijk vooruitzicht. Een vriendelijke Nederlandse dame vertelde me dat haar zoon een hotelkamer voor haar in Leuven gevonden had, en ze belde hem nog even op om te vragen of er meer beschikbaar was, maar het bleek de laatste kamer te zijn. De dame achter de informatiebalie raadde mij vervolgens aan naar Gent te gaan.

Gent...

Gent, dat prachtige Gent, met de mooiste historische binnenstad van Europa, met de gezelligste cafés van de wereld, met waterzooi en trollenbier. De stad waar ik ooit vol van liefdesverdriet ronddwaalde, maar mezelf gelukkig ook weer op de rails wist te zetten.

Gestrand in Gent. Andermaal, zo lijkt. Weer op een moment dat er iets aan het sterven is, maar het nieuwe nog niet geboren is. Die ewige Wiederkehr des Gleichen. In dit geval gaat het om het afscheid van mijn tijd als student, van een complete levensfase, en de angst voor wat om de hoek ligt.

België, rails, knooppunten. Alles heeft betekenis, voor wie die betekenis wil zien.

En zo boemelde de stoptrein mij de Vlaamse duisternis door. Een gedicht kwam zomaar langs:

Liederkerke
Denderleeuw
Lede, Wetteren,
Gent-Sint-Pieter

En toen

Wifi, Ligbad
Plastic geld
Minibar met
Kriek en Leffe

Toch hoop ik dat er morgen een plekje in de trein voor me is. De scriptie zoekt nog een conclusie.

Wednesday, 30 July 2008

Twee valleien

De heilige Kevin ging op pad. Hij verliet de stad, op zoek naar een plek waar het stil was, zodat hij zijn God kon leren verstaan. Hij liep de bergen in. Hoe langer hij liep, hoe groener het werd. Onder zijn voeten glinsterden ontelbare bedauwde klaverblaadjes. Kleine groene mannetjes keken hem argwanend aan, maar de twee witte gedaantes die met Kevin meeliepen boezemden hun angst in, waardoor ze niet dichterbij kwamen. Kevin genoot van de frisse geur van het ontwaakte groen. De ochtendzon kleurde zijn sproeten nog roder dan ze al waren. Hij zong een liedje.

Kevin kwam op een mooie groene open plek in het bos. Hier zou hij kunnen blijven. Maar hij zou ook nog een stukje verder kunnen lopen. Wellicht was het gras achter gindse heuvel nog wat groener dan het gras hier. Zodoende beklom hij de heuvel. Toen hij op de top was aangekomen, viel zijn mond open van verbazing. Zoiets moois had Kevin nog nooit gezien. Voor hem strekte zich een vallei uit, zo groen als geen andere. De heuvels werden weerkaatst in het heldere water van een tweetal meren: een kleine ronde, en een grotere langwerpige. Kevin viel op zijn knieen, en dankte de God die hem hier gebracht had. Hij noemde de plaats Glenn da Loch, wat 'de vallei van de twee meren' betekende.

Kevin bouwde een kerk. De kerk werd een klooster. Het klooster werd machtig. Pelgrims uit het hele land wisten het te vinden. Het klooster werd rijk. De noormannen kwamen, overwonnen en verrijkten zich. Het klooster kreeg een hoge ronde uitkijktoren, om zich te wapenen tegen verdere aanvallen. De pelgrims bleven komen. Het klooster raakte in verval. De pelgrims vergaten het klooster. Maar toen kwamen de toeristen. Ze bewonderden de vervallen kerkjes, de graven met Keltische kruizen, en natuurlijk de toren. De toren herinnerde hen aan een sprookje dat hun was voorgelezen toen ze klein waren. Het sprookje ging over een meisje met een hele lange vlecht. Een boze heks had het meisje opgesloten in een toren als deze, maar gelukkig kwam de prins haar redden.

Ierland is ingenomen door legers Italiaanse tieners. Dublin was er al vol mee, maar Glandalough is nog erger. Ze bezetten bruggetjes, opdat niemand er meer langs kan. Ze spugen hun kauwgom uit op oude Keltische begraafplaatsen. En ze schreeuwen als marktkooplui, allemaal. Ze schreeuwen alsof het einde van de wereld nabij is. Ze jagen de vogels weg. Zelfs de Amerikanen worden er stil van. Wie hier God wil leren verstaan, moet wachten tot de bussen weg zijn. Dan kan men in een kerkje zonder dak de avond horen vallen, als ware het een speld. Dan kan men door een laatste overgebleven raam de Schepper zien knipogen. Dan zoemen de muggen het lied dat ze al eeuwen zingen. Dan komen de sprookjes tot leven.

De wandeling gaat om de twee meren heen. Er moet flink geklommen worden. De zon schijnt trots, en het zweet loopt in straaltjes mijn rug langs. Maar het uitzicht is elke druppel zweet meer dan waard. De meren zijn machtige spiegels. Hoe verder we lopen, hoe ruiger het landschap, en hoe grootser het uitzicht. Berggeiten grazen zich een weg door de klaverbladeren. Het is druk, vandaag. Iedereen wil wel wandelen hier. Maar niet iedereen is op de hoogte van elementaire wandeletiquette, helaas. Op een smal pad moet de daler plaats maken voor de klimmer, maar niet iedereen houdt zich daaraan. Ook groeten blijkt voor sommigen een te grote opgave. Jammer. Naarmate de middag verder vordert, zien we echter steeds minder mensen. We klauteren over rotsblokken. In mijn ooghoek zie ik iets groens wegflitsen. Ik draai snel mijn hoofd om, maar zie niets. Ik vraag het vrouwtjeshert dat langs ons huppelt of ze het ook heeft gezien, maar ik krijg geen antwoord want herten kunnen niet praten. Een beek stroomt woest het meer in. Mijnen zijn verlaten, maar rotsblokken glinsteren nog steeds van de erts of de kwarts of weet ik veel wat. Even verderop glinstert iets anders. Ik loop erheen, en zie een goudstuk liggen. Maar ik raap hem niet op. Daar trap ik niet in.

Ik verlaat Glendalough, en reis verder naar Rathdrum. Ik heb genoeg van jeugdherbergen - ik wil slapen in mijn tentje, in mijn eentje, voor de helft van de prijs. Er rijdt geen bus, dus moet ik liften. Soms kan het wachten op een lift genoeg zijn om je vertrouwen in de gehele mensheid te verliezen. Volgevreten varkens in glimmende, lege BMW's razen langs, mijn vragende blik negerend. Ach ja, ik heb een baard en een hoed, ik lijk op een boef, en ik zou ze beroven en opeten, dat is ook zo. De angst regeert, als immer (had ik u al verteld dat ik mijn campinggasje en brandertje niet mee mocht nemen in de trein van Brussel naar Londen, omdat ik wel eens een terrorist zou kunnen zijn?). Maar gelukkig is er altijd iemand die er geen bezwaar tegen heeft je een ritje cadeau te doen. En zo kan een enkele verleende gunst ook weer genoeg zijn om je je vertrouwen in de gehele mensheid te doen herwinnen. Wat gaat dat soms toch snel op en neer.

Een marathonrenner neemt me mee in zijn auto. Ierland is te slordig, zegt hij. Ieren kunnen niet organiseren. Hij wil heel graag eens een treinreis maken door Zwitserland, omdat alles daar zo mooi netjes is, zelfs de bergen. Hij wil ook een keer de marathon van Rotterdam lopen. Zijn hond hijgt tevreden in mijn oor.

De camping van Rathdrum heet niet voor niets Hidden Valley; hij ligt verstopt achter het dorp, aan de rivier de Avonmore. De rivier kabbelt vrolijk. Families maken kampvuurtjes aan de oever. Een meisje van een jaar of zes met knalrood haar, een roze hempje, een roze rokje, roze sokken en witte schoentjes leert vissen. Ik heb altijd geleerd dat rood en roze niet naast elkaar horen, maar ik heb nooit begrepen waarom. De vissen willen niet bijten, maar het weerhoudt het meisje er niet van een gulle glimlach mijn kant op te sturen.

De zon maakt plaats voor een woeste onweersbui, net als mijn handgewassen kleren hangen te drogen. Die worden nu dus nooit meer droog. Mijn tentje heeft voor hetere vuren gestaan, en beschermt me andermaal. Ooit kocht ik hem voor een paar tientjes op het station van Bazel. Het waren welbestede francs. Terwijl de regen op mijn tentje klettert lees ik een roman van een jonge Ierse schrijfster, Anne Enright. Het heet 'The Gathering', en het vertelt op indringende wijze hoezeer mensen beinvloed worden door ervaringen uit hun jeugd, en hoezeer we zodoende afhankelijk zijn van onze familie, of we willen of niet. Enrights stijl is direct en persoonlijk, het boek confronterend en indrukwekkend. Ik kan het u van harte aanraden.

De rivier kabbelt niet meer. De rivier raast, woest als een waterval. In het badhok is een kookplaat, zodat ik pasta kan maken, ook al ben ik mijn brandertje kwijt. Niets is zo lekker als zelfgemaakte campingpasta. Een Engelse opa vertelt me waar ik moet kamperen als ik in Wales ben. De derde straat links, en dan bij de boerderij rechtsaf. Hij stamt af van de Roma, de oorspronkelijke, niet die lui die de laatste tijd naar Engeland zijn gekomen. Zijn kleinzoon wordt een beroemde filmmaker. Ik doe er goed aan zijn naam te onthouden. Een konijntje kijkt even onze kant op, om vervolgens weg te huppen.

Ik loop naar de plek waar de twee rivieren elkaar ontmoeten. Mijn reisgids doet me geloven dat dit een prachtige plek is. Een toerbus stroomt leeg, om snel een foto te maken van de plek, voordat de reis verder gaat naar de weeffabriek. Er is niets bijzonders aan de plek; het zijn gewoon twee rivieren die bij elkaar komen. Maar beauty is in the eye of the beholder. Zo schreef Thomas Moore over deze plek:

There is not in the wide world a valley so sweet
As that vale in whose bosom the bright waters meet;
Oh! the last rays of feeling and life must depart,
Ere the bloom of that valley shall fade from my heart.

Ieder zijn vallei. Ieder zijn verhaal.

Een groen mannetje glipt weg.