Showing posts with label theatre. Show all posts
Showing posts with label theatre. Show all posts

Friday, 21 October 2011

De tiensprong

Kent u Lola Rennt?  Het is een Duitse film uit 1998, geregisseerd door Tom Tykwer. De hoofdrol wordt gespeeld door Franka Potente. Het is een bijzondere film, die bestaat uit drie delen. Elk deel is gebaseerd op hetzelfde gegeven: meisje heeft een vriendje dat heel snel 100.000 DM nodig heeft om zijn hachje te redden. Zij heeft twintig minuten om hem te redden. In elk deel gebeurt er vervolgens iets anders; kleine verschillen, die grote gevolgen hebben. Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar, zo is de boodschap. Ogenschijnlijk onbelangrijke beslissingen kunnen leiden tot onverwachte gebeurtenissen, die een mensenleven kunnen veranderen.

Het leven is natuurlijk geen film. We zullen nooit weten wat er gebeurd zou zijn als we op bepaalde momenten andere keuzes hadden gemaakt. Maar toch, de film zet aan het denken. Een aanrader.

Het is lang geleden dat ik de film zag, maar ik moest er aan denken toen ik onlangs een dagboek van tien jaar geleden tegenkwam. Daarin las ik het volgende verhaal. Het raakte me, want het ging over mezelf; over mijn toekomst, zoals ik die toen voor me zag. Ik kon veel verschillende kanten op, en ik moest keuzes maken die bepalend zouden zijn voor de rest van mijn leven. Maar de toekomst van toen is het heden geworden, en ik kijk nu terug op toekomstdromen uit het verleden. Ik kijk naar wie ik had kunnen zijn als het net even anders was gegaan. Ik vond het zo bijzonder dit verhaal in een oud dagboek te lezen, dat ik het graag met u wil delen.


21 oktober 2001

Ik heb het gevoel dat de wereld op een kruispunt staat. Vorige maand waren de aanslagen in de Verenigde Staten. Nu bombarderen ze Afghanistan, en wie weet wat ze hierna gaan doen. Het lijkt soms wel alsof er een nieuwe grote oorlog gaat uitbreken... Steeds meer mensen hebben het over een 'botsing der beschavingen'. Gevaarlijke flauwekul, maar men gelooft het wel. Ook in Nederland wordt steeds vaker discriminerend gesproken over de islam, maar ik hoop dat we hier een beetje verstandig blijven.

Niet alleen de wereld staat op een kruispunt. Ik zelf ook. Ik ben een paar weken geleden achttien geworden. Voor de zomer heb ik mijn eindexamen VWO gehaald, en daarna ben ik met mijn vader op reis geweest naar Japan. Dat was geweldig. Ik ben net het huis uit, en woon nu in de stad Groningen. Ik speel fulltime toneel in een gezelschap voor jongeren. Een soort stagejaar, ter voorbereiding op een eventuele beroepsopleiding. We zijn bezig met de repetities voor een toneelstuk over scheidingen en moderne familiebanden, en dat is erg leuk om te doen. Ik weet alleen nog niet of ik hierna auditie ga doen bij een toneelschool. Ik heb altijd acteur willen worden, maar de laatste tijd weet ik niet meer zo goed wat ik wil. Ik hou van theater, maar ik heb ook het gevoel dat ik nog meer wil leren. En ik wil iets goeds doen; een bijdrage leveren aan een betere wereld. Maar hoe?

Vannacht had ik een droom. Ik kreeg bezoek van mezelf. Mijn toekomstige ik was achtentwintig; precies tien jaar ouder dan ik nu ben. Hij begroette me, en vertelde iets over zijn leven. Een paar minuutjes, niet meer, toen ging hij weer weg. Daarna kwam er een nieuwe toekomstige ik, even oud als de eerste. Hij zag er ongeveer hetzelfde uit, maar had andere kleren aan, en langer haar. Ook hij vertelde mij kort iets over zijn leven, dat totaal anders was dan het leven van de eerste ik. Nadat hij weg was, kwam er een derde. Enzovoorts. In totaal kreeg ik bezoek van tien verschillende toekomstige ikken. Ieder had een ander verhaal. Ze waren dezelfde, en toch waren ze verschillend - niet alleen omdat sommige een baard hadden en andere niet, maar ook omdat ze allemaal net iets anders spraken. Ook leek het wel alsof ze niet allemaal dezelfde persoonlijkheid hadden, maar dat is moeilijk te zeggen na zulke korte gesprekjes. Het was hoe dan ook heel bijzonder om ze even te mogen spreken. Maar ik weet nog niet welke ik wil worden.

Dit waren ze:

1. De acteur

"Ik ben mijn jongensdroom trouw gebleven, en daar heb ik geen spijt van. In het voorjaar van 2002 heb ik auditie gedaan bij twee toneelscholen. In Arnhem werd ik helaas afgewezen, maar in Maastricht werd ik aangenomen dus daar ben ik toen heengegaan. Ik heb vier jaar met veel plezier in Maastricht gewoond. Na mijn afstuderen ben ik naar Amsterdam verhuisd. Ik heb in de afgelopen jaren voor verschillende toneelgezelschappen gespeeld. Niet alle rollen waren even bijzonder, maar ik heb wel het gevoel dat ik vooruitgegaan ben. De eerste tijd was het wel eens moeilijk om werk te vinden, en moest ik wel eens op een houtje bijten, maar de laatste tijd gaat het een stuk beter. Ik heb ook in een paar tv-series en films gestaan. Laatst had ik mijn eerste grote rol in een film. De film werd geen groot succes, helaas, maar ik mocht wel aanschuiven bij De Wereld Draait Door, en word nu af en toe herkend in de supermarkt. Maar ik sta toch liever op de planken dan voor de camera. Ik hoop in de toekomst in Engeland te kunnen gaan wonen en werken, maar daarvoor moet ik wellicht nog wat meer ervaring op doen, en beter leren netwerken."


2. De backpacker

"Ik ben in 2002 Japans en Wereldgodsdiensten gaan studeren in Leiden. Dat ging me op zich goed af, maar ik miste toch iets. Het probleem van de wetenschap is dat de focus vooral ligt op woorden, boeken en theorieën - maar de echte menselijke ervaringen worden vaak vergeten. Tijdens mijn studie heb ik wel een jaar in Japan gestudeerd, en een aantal studiereizen gemaakt in het Midden-Oosten. Dat vond ik fantastisch. Toen ik mijn bachelordiploma's binnen had heb ik een tijdje gewerkt in een café. Daarna ben ik met de Trans-Siberië Express naar Mongolië en China geweest. Fantastisch! Vervolgens heb ik lange tijd in Zuidoost-Azië gereisd, en daarna in India. Toen mijn geld opraakte, heb ik mijn Engelse lesbevoegdheid gehaald in Chiang Mai en ben les gaan geven in Bangkok. Later verhuisde ik naar het zuiden van China, en gaf ook daar Engelse les. Ik wist aardig wat geld te sparen. Maar na een kleine twee jaar in China begon het toch weer te kriebelen. Ik ben toen via de oude zijderoute naar het Midden-Oosten gereisd, en vervolgens Afrika in. Veel mooie ervaringen en een paar minder mooie, maar daarover vertel ik een andere keer wel eens. Ik zit nu in Mozambique, prachtig land, ongerepte stranden. Ben van plan om hier met mijn huidige vriendin een guesthouse met restaurant op te zetten, we zijn al druk aan het plannen! Alleen het geld nog..."


3. De journalist

"Toen ik jouw leeftijd had was ik al veel bezig met politiek. Ik vond het belangrijk om iets bij te dragen aan een betere wereld, en ik had het gevoel dat het theater voor mij niet de beste manier was. Ik ben daarna filosofie gaan studeren aan de RUG, maar dat viel me tegen; het was veel te etnocentrisch, en er was te weinig aandacht voor ongelijkheden in de wereld. Ik ben vervolgens overgestapt naar sociologie, en dat beviel beter. Als tweede studie deed ik journalistiek. Na mijn afstuderen heb ik een tijdje door Azië gereisd, waar een aantal reportages van gepubliceerd zijn in kranten en tijdschriften. Tegenwoordig schrijf ik vooral over het buitenlandbeleid van de Nederlandse regering. Ik werk als freelancer, maar heb al stukken gepubliceerd in Trouw, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. Binnenkort begin ik bovendien aan een wekelijkse column voor NRC Next. Ik ben inmiddels van Groningen naar Amsterdam verhuisd. Wellicht dat ik in de toekomst nog een keertje voor langere tijd in het buitenland ga wonen."


4. De monnik

"Ik ging in 2002 Japans en Wereldgodsdiensten studeren in Leiden, en ben me vervolgens gaan specialiseren in het boeddhisme. Ik heb colleges Sanskriet en klassiek Chinees gevolgd, en ben daarna een jaar in Japan gaan studeren. Daar kwam ik in contact met een aantal ingewijde zenmonniken, en via hen ben ik terecht gekomen bij een tempel in Kyoto, waar ik in de zomer van 2005 twee maanden training ondergaan heb. Ik heb vervolgens in Leiden mijn BA Japans gehaald, maar zodra ik klaar was ben ik teruggegaan naar Japan. Ik ben in de leer gegaan bij de Eihei-ji in Fukui, waar de grote meester Dogen onderwees. Hij is de stichter van de Soto Zen school, waar ik inmiddels ingewijd ben. Na een paar jaar in Japan ben ik nu weer terug in Nederland. Ik wil hier op termijn een nieuw centrum oprichten voor de studie en training van zen. Voor het zover is geef ik meditatieles en lezingen. Ik heb niet zoveel geld, dus ik woon tijdelijk bij mijn ouders. Maar ach, geld is uiteindelijk toch maar een illusie die mensen afleidt. Ik doe mijn best celibatair door het leven te gaan, maar ik ben wel eens in de fout gegaan. De weg naar verlichting is lang en bochtig."


5. De ontwikkelingswerker

"Ik was bezorgd over de grote armoede en ongelijkheid in de wereld, en wist niet wat ik het beste kon studeren. Ik was geïnteresseerd in Japan, maar Japans leek me niet de meest nuttige studie. Datzelfde gold voor filosofie. Daarom heb ik uiteindelijk gekozen voor culturele antropologie. Omdat ze dat in Groningen niet hadden ben ik naar Amsterdam gegaan, waar ik ook vakken politicologie heb gevolgd. Ik heb veldwerk gedaan in Indonesië, naar de gevolgen van ontbossing op Borneo. Daarna heb ik een MA in development studies gehaald aan SOAS, een universiteit in Londen. Na mijn afstuderen kreeg ik een baan bij een bekende internationale ontwikkelingsorganisatie. Na twee jaar in Londen, waarbij ik regelmatig de kans kreeg naar verschillende landen te reizen en projecten te bezoeken, werk ik nu bij een onderwijsproject in Cambodja. Ik heb een mooi appartement in Phnom Penh, en ga vaak uit eten - dat is hier erg goedkoop, en ik heb het zo druk dat ik geen tijd heb om zelf te koken. Ik voel me wel eens schuldig over het feit dat ik zoveel meer verdien dan de mensen hier, maar we doen belangrijk werk voor dit land, en daar mag best een redelijke vergoeding tegenover staan. Als ik de kinderen zie studeren in de school die we voor ze gebouwd hebben ben ik wel een beetje trots. Maar ik realiseer me ook dat er nog veel moet gebeuren."


6. De politicus

"Ik heb lang getwijfeld. Ik heb uiteindelijk auditie gedaan bij twee toneelscholen, maar werd niet aangenomen. Ik besloot toen een oude liefde op te pakken, en ben filosofie gaan studeren in Groningen. Daarnaast werd ik actief voor de lokale afdeling van GroenLinks, en voor de werkgroep duurzaamheid. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 stond ik op de lijst. Aanvankelijk niet hoog genoeg, maar omdat de fractievoorzitter wethouder werd kreeg ik een plaats in de gemeenteraad, als jongste. Mijn studie liep vertraging op, maar ik heb uiteindelijk toch mijn BA (in 2007) en MPhil (in 2010) weten te halen. In 2010 werd ik ook herkozen in de gemeenteraad van Groningen, en mijn vriendin en ik hebben een huisje gekocht in Helpman. Ik schrijf af en toe artikelen voor het wetenschappelijke tijdschrift van GroenLinks, en heb contact met een aantal mensen in Den Haag. Ik hoop in de toekomst lid van de Tweede Kamer te kunnen worden. Politiek is mooi werk, maar soms is het ook wel eens frustrerend omdat de besluitvorming zo traag gaat, en het soms moeilijk is concreet dingen te veranderen. Ik denk dat Nederland behoefte heeft aan een fris links geluid; niet ouderwets socialistisch, maar progressief, groen en internationaal georiënteerd. "
 

7. De predikant

"Ik begon in 2002 aan mijn studie Japans in Leiden. Ik wilde er aanvankelijk filosofie naast doen, maar koos uiteindelijk voor de meer veelzijdige studie wereldgodsdiensten. In mijn eerste jaar volgde ik een aantal vakken met theologiestudenten, met wie ik soms interessante gesprekken had over geloof. Aan het einde van dat jaar ging ik op studiereis naar Libanon, en ik zag hoezeer religie verweven kan zijn met politiek. In de zomer maakte ik een voettocht door Frankrijk, waar ik een religieuze ervaring kreeg. Ik ontmoette God. Ik realiseerde me dat Hij veel gezichten heeft, dat Hij op veel manieren werkt, en dat Hij ons keuzevrijheid gegeven heeft opdat wij kunnen leren ons leven vorm te geven op zo'n manier dat wij kunnen bijdragen aan heelwording van de Schepping. Ik besloot de overstap te maken naar theologie, en liet Japans vallen om genoeg tijd te hebben voor Hebreews, Grieks en Latijn. Ook liet ik me dopen, in de kerk van mijn toenmalige vriendin. Na mijn BA deed ik de MA aan de PThU (Protestantse Universiteit). Inmiddels werk ik als predikant van de PKN gemeente in Uithuizen, in Noord-Groningen. Mijn gemeente is vrij klein, en de meeste leden zijn al vrij oud. Het is best moeilijk om iemand van tachtig advies te geven als je zo jong bent, maar ik doe mijn best. Ik hoop op deze manier mijn steentje te kunnen bijdragen. Ik hoop ook snel een lieve vrouw te vinden - mijn vriendin wilde niet mee verhuizen naar het noorden, en toen hebben we het uitgemaakt. God stelt ons soms op de proef."


8. De schrijver

"Ik heb in 2002 besloten om geen auditie te doen voor een toneelschool, maar Japans te studeren. Ik verhuisde naar Leiden, en werd actief in het studentenleven. Daarnaast speelde ik in een amateurtoneelgezelschap in Amsterdam. In 2004 ging ik naar Japan, om daar een jaar te gaan studeren. Ik hield die tijd vrij actief een weblog bij, Torii Times. Veel mensen die het lazen raadden me aan die verhalen te publiceren. Als Joris Luyendijk een boek kan schrijven over een studieverblijf in Egypte, dan zou ik toch een boek moeten kunnen schrijven over mijn verblijf in Japan, dacht ik. Na terugkeer naar Nederland bundelde ik mijn blogposts. Ik stuurde ze op naar een uitgever. Die was wel positief, maar vond dat er een rode lijn ontbrak. Ook vond hij dat ik de politieke en filosofische teksten moest verwijderen, en meer schrijven over mijn ervaringen, want 'er is al genoeg politiek geouwehoer op de markt', zoals hij me schreef. Ik besteedde veel tijd aan mijn aanpassingen, en liet mijn tweede studie versloffen - maar in 2007 was mijn eerste boek, Karaoke voor de goden, een feit. Hij verkocht aardig, en vorig jaar publiceerde ik een tweede boek, Boeddha business, met reisverhalen van reizen door andere Aziatische landen. Daarnaast heb ik inmiddels een monoloog en twee toneelstukken geschreven voor mijn gezelschap in Amsterdam. Ik ben nu bezig met mijn eerste roman, die hopelijk volgend jaar uitkomt. Mijn BA Japans heb ik inmiddels gehaald, maar ik denk niet dat ik nog een MA ga doen; ik wil me nu fulltime op schrijven richten. Overigens woon ik momenteel in Gent, omdat mijn vrouw - een Vietnamese, die ik op reis ontmoet heb - niet met mij naar Nederland mocht verhuizen omdat ik daar geen vaste baan heb. Maar België bevalt ons prima."


9. De vertaler

"Ik wilde graag terug naar Japan. Ik overwoog om Japans te gaan studeren in Leiden, maar ik realiseerde me dat mijn Japans vermoedelijk beter zou worden als ik daar zou gaan wonen. Dus dat heb ik gedaan. Ik schreef me in bij een talenschool in Tokyo, en verhuisde daar in het najaar van 2002 naar toe. Na anderhalf jaar intensieve studie kon ik mij inschrijven bij een Japanse universiteit. Ik ging Japanse literatuur studeren aan Kyushu University in Fukuoka. Ik las veel boeken, en was ook actief in de kabuki studentenclub. Het liefste zou ik professioneel kabuki spelen, maar die wereld is erg gesloten, en daar kom je als buitenlander niet zomaar in. Na mijn studie verdiende ik mijn brood met vertaalwerk. Vooral saaie juridische documenten, maar ook boeken, gelukkig. Ik ben net gevraagd om de nieuwste roman van Murakami naar het Nederlands te vertalen, daar zie ik erg naar uit. Af en toe werk ik ook als tolk, en ik geef wat taalles. Ik woon inmiddels met mijn Japanse vrouw en twee kleine kinderen in de buurt van Osaka, waar zij vandaan komt."


10. De wetenschapper

"Ik ben toch naar de universiteit gegaan, niet naar de toneelacademie. Ik volgde mijn gevoel en koos voor de studie Japans in Leiden. Ik wilde er filosofie naast doen, maar omdat daar nauwelijks aandacht was voor Aziatische tradities koos ik voor wereldgodsdiensten. Dat bleek een goede keuze, en al snel besteedde ik meer tijd aan mijn tweede studie dan aan mijn eerste. In 2004 studeerde ik een jaar in Japan; ik deed voor het eerst zelfstandig onderzoek, gaf Nederlandse les, en begon een wetenschappelijke carrière te overwegen. In 2007 haalde ik mijn BA diploma's, allebei cum laude. Daarna vertrok ik naar Londen, waar ik een MA Japanse religies volgde, erg interessant. Ik wilde daarna een PhD doen, maar omdat ik niet aangenomen werd besloot ik eerst op reis te gaan in Zuidoost-Azië. Ik kwam uiteindelijk terecht in Vietnam, waar ik werk vond als taaldocent, en mijn huidige vrouw ontmoette. Maar ik wilde toch graag terug naar de universiteit. Ik deed mee aan twee congressen en schreef mijn eerste artikelen op basis van mijn masterscriptie. Vorig jaar werd ik aangenomen voor een promotieplaats aan de universiteit van Oslo, waar mijn vrouw en ik vervolgens heen verhuisden. Mijn promotieonderzoek richt zich op de Japanse religie shinto, en ik ben nu een paar maanden voor veldwerk in Kyoto. En, terzijde, ik zou mijn tijd moeten besteden aan mijn onderzoek, in plaats van aan zinloze gedachte-experimenten."

Toen werd ik wakker. Wat een droom zeg. Ik ben benieuwd welke toekomstige ik de echte zal zijn. De keuze is aan mij, geloof ik...

Friday, 14 May 2010

Ode aan een land waar ik nog nooit was

Als kind was ik een groot fan van Roald Dahl. Ik verslond zijn boeken. Matilda, De GVR, Sjakie en de chocoladefabriek en Daantje de wereldkampioen waren mijn favorieten. Ik heb ze tientallen keren gelezen, tot ik ze van kaft tot kaft kende, en na kon spelen met mijn knuffels. Hoewel de verhalen zich allemaal in Engeland afspelen, en de setting soms typisch Engels is en dus nogal afwijkt van het Groningse platteland waar ik opgroeide (denk aan de school van Matilda, de industriestad waar Sjakie opgroeide, of het paleis van de koningin in De GVR), heeft de taal van Roald Dahl een universele zeggingskracht, waardoor ik me zonder enige moeite met de hoofdpersonen kon identificeren. Dahls pleidooi voor fantasie, gekte en creativiteit sprak me enorm aan, en nodigde me uit mijn eigen fantasiewerelden te ontdekken. Voor mij is Roald Dahl de beste kinderboekenschrijver ooit.

http://fromthebooksofexlibris.files.wordpress.com/2008/03/quentinblake.jpg

Ofschoon de meeste boeken en verhalen van Roald Dahl zich afspelen in Engeland, is er nog een ander land dat prominent figureert in sommige van zijn boeken, zoals Boy en De heksen. Dat is het land van zijn ouders, waar hij als kind zijn zomervakanties doorbracht. Het is een land waar hij in lyrische bewoordingen over schreef, het land van majestueuze fjorden en mysterieuze natuurkrachten, het land waar de opperheks woonde en waar niets is wat het lijkt. Een beangstigend, magisch en beeldschoon land, kortom, waar ik als kind maar al te graag eens heen wilde.

http://www.culture24.org.uk/asset_arena/6/72/06/160276/v0_master.jpg

Ik hield niet alleen van boeken, ik hield ook van sport. Voor het WK voetbal van 1994 maakten mijn klasgenoten en ik oranje petjes en vlaggen, en ik tekende portretten van de belangrijkste spelers in de selectie. Ik kon urenlang geboeid kijken naar saaie touretappes. Ik was een trouwe supporter van FC Groningen, en genoot intens van een bezoek aan het oude Oosterparkstadion. Maar het liefste keek ik naar schaatswedstrijden. Falco Zandstra en Rintje Ritsma waren mijn helden, ook al kwamen ze uit Friesland. Tijdens de Olympische Winterspelen van 1994 zat ik aan de buis gekluisterd, om geen minuut te missen van hun gouden zegetochten. Groot was dan ook mijn teleurstelling toen ik zag hoe ze afgetroefd werden door die grote sportman, de één na beste schaatser ooit, de held van Lillehammer in zijn knalrode schaatspak: Johann Olav Koss. Ik vervloekte hem, kleine patriot die ik was - en ik bewonderde hem, stiekem. Wat een atleet, wat een mentale en fysieke kracht.

click to  zoom

Toen ik in groep zeven zat, moest ik samen met een klasgenoot een muurkrant maken over een Scandinavisch land. Iedereen kreeg toeristische brochures met fraaie foto's, waarin we naar hartenlust mochten knippen. We mochten zelf kiezen over welk land we wilden schrijven, maar in overleg, want voor elk land moest er één muurkrant komen (we waren met zijn tienen). Een ander tweetal eiste zich het recht op hun muurkrant te maken over ons land, maar ik hield voet bij stuk. De juf lootte, en wij wonnen, waarop zij zich mochten gaan verdiepen in IJslandse geisers terwijl wij over fjorden en trollen schreven. De jongen met wie ik de muurkrant moest maken was normaliter een pestkop, en ik beschouwde hem als mijn vijand - maar de samenwerking verliep wonderwel goed, blij als we waren met het feit dat wij de loterij gewonnen hadden. De fjorden verbroederden. Onze muurkrant was de mooiste van allemaal.

http://www.slowtrav.com/blog/chiocciola/Geirangerfjord.jpg

Hoeveel ik ook van literatuur en sport hield, mijn grootste liefde was een andere. Theater. Ik begon met toneelspelen toen ik tien was, en was er vast van overtuigd dat ik acteur zou worden. Op mijn twaalfde kreeg ik mijn eerste hoofdrol. Ik was op dat moment een leerling aan de Jeugdtheaterschool Groningen, en we speelden Soria Moria, een bewerking van Peer Gynt, het klassieke meesterwerk van Henrik Ibsen. Tot mijn vreugde en trots mocht ik Peer Gynt spelen. De op school ietwat verlegen en niet al te populaire ik was plotseling een vrijbuiter, vrouwenverslinder, opschepper en charlatan! Ik temde en bereed een wild hert, schaakte een bruid, versierde de trollenprinses, maakte verre reizen en deed zaken met louche lui. Dat alles onder begeleiding van de tijdloze muziek van Edvard Grieg. Ik genoot met volle teugen. En ik droomde dat ik het zelf was, die jongen die daar door de bergen draafde, die jongen die trollen voor de gek hield.

Vier jaar later, ik speelde inmiddels bij de (toen nog) Vooropleiding Theater Groningen, stond ik opnieuw in een bewerking van Peer Gynt. Een wat meer eigentijdse, dit keer, waarbij Griegs In The Hall of the Mountain King gezelschap kreeg van Ruffneck Rules da Artcore Scene, en waarin Peer op reis ging naar de Verenigde Staten van nu en naar een Matrix-achtige toekomst. Helaas ging de rol van Peer dit keer aan mijn neus voorbij, maar ik speelde met plezier zijn vriend, tevens verteller, die tijdens zijn afwezigheid zijn vriendinnetje inpikte (het was een bijzonder vrije interpretatie van het origineel, ziet u). Ik heette Espen. Weer zag ik mezelf daar lopen, in dat dorp in het fjord, een gezonde en hitsige Noordse jongeman. Weer fantaseerde ik over dat land met die trollen.



De grootste eyeopener in mijn leven was een boek, dat ik voor het eerst las toen ik dertien was. Het was het verhaal van een meisje van mijn leeftijd of iets ouder, Sofie, die op een zeker moment van een onbekende plotseling een filosofiecursus cadeau kreeg, en raadselachtige ansichtkaarten ontving die bestemd waren voor een ander meisje, dat ze niet kende. Het boek leerde me dat al die vreemde vragen waar ik mee rondliep - wat betekent het een 'ik' te zijn, een individu; zijn al die andere mensen ook 'ikken' die de wereld door hun eigen ogen bekijken; wat is die wereld dan, als iedere ervaring ervan anders is, hoe kunnen we haar dan kennen; wat is de bedoeling van dit alles? - niet betekende dat ik vreemd was. Er was een woord voor, je kon het studeren, er was eeuwenlang door wijze mannen over geschreven. Ik las over Socrates en Plato, Hume en Berkeley, Kant en Marx. Ik begreep lang niet alles, maar er was een interessevlam in mij ontstoken die voortaan altijd zou blijven branden. En ik leefde mee met Sofie, ik was geschokt toen haar wezen mij duidelijk werd, ik volgde haar in haar confrontatie met haar Schepper, en ik begreep het existentiële Droste-effect dat de schrijver, Jostein Gaarder, aan de hand van de filosofie van Berkeley wilde suggereren. Het deed de rillingen over mijn rug lopen. Wiens personage was ik...?

http://www.leesplein.nl/assets/boeken/kaft/905240233X.jpg

Een aantal jaren later zat ik in de eindexamenklas. Een van de vakken waarin ik eindexamen deed was tekenen/kunstgeschiedenis. Voor ons schoolonderzoek moesten we een praktijkwerkstuk maken. We konden kiezen uit verschillende opdrachten. Ik koos voor de opdracht 'contrast' - even simpel als interessant - en gebruikte dat om aan de hand van een aantal schetsen een onderzoek te doen naar verschillende manieren om emoties uit te drukken in schilderkunst. Ik maakte inkttekeningen, à la Japanse sumi-e, zwart-wit en zo eenvoudig mogelijk. En ik maakte expressionistische, kleurrijke portretten, geïnspireerd door dat meedogenloze werk, De schreeuw van Edvard Munch. Ik wilde wanhoop tonen, zo ingetogen mogelijk, en zo expressief mogelijk - naast elkaar. Ik ben geen kunstenaar, natuurlijk, dus het eindresultaat zal nooit de muren van een galerie sieren, maar de artistieke en persoonlijke zoektocht was een interessante. En ik beloofde mezelf dat ik ooit dat prachtige doek van Munch in het echt zou gaan bekijken.

Maar dat deed ik niet. Ik ging naar het land van de sumi-e, niet naar het land van Munch; naar het land van kabuki, niet dat van Ibsen en Grieg; naar het land van Murakami, niet dat van Gaarder. Al was het nog zoveel verder weg. Ik bestudeerde Shinto-mythen en -goden, terwijl ik de trollen en de goden uit de Edda links liet liggen. Het land dat mij als kind zo geboeid had, en dat ik zo graag eens wilde bezoeken, verloor het van dat andere prachtige land, dat jarenlang al mijn aandacht (en geld) opeiste.

Tot een jaar of twee geleden. Ik deed mijn master, in Londen, en kwam een vacature tegen voor een promotieplaats aan de universiteit van Oslo waar, toeval of niet, een van de belangrijkste wetenschappers op het gebied van de studie van Japanse religie hoogleraar is. Ik kon onderzoek gaan doen naar ontwikkelingen in shinto, naar identiteitspolitiek, en naar milieutrends. Plotseling was het land dat mij jarenlang gefascineerd had weer in beeld - niet als vakantieland, maar als land waar ik me wilde gaan vestigen. Mijn hoop legde ik vast in Het verhaal van de broodjeszaak.

De promotieplaats kwam er niet - niet omdat het onderzoeksvoorstel niet goed was, want dat was het wel, maar omdat ik mijn master nog niet had afgerond en dus geen kopie van mijn masterdiploma kon tonen. Ik ging niet naar het noorden, nog niet. Het gap year kwam er toch. Wat er toen allemaal gebeurde, weet u, en als u het niet weet kunt u het lezen in The story of our wedding.

Maar het bleef kriebelen. Mijn toekomst lag in de wetenschap, niet in taalonderwijs; in Europa, niet in Vietnam. Ik bleef de website van de universiteit in de gaten houden, periodiek, en als ik er eens een tijdje niet op keek was er altijd wel een betrokken oud-studiegenote die vacatures naar me doormailde (waarvoor dank!). En toen er een aantal maanden geleden een mooie vacature langskwam, solliciteerde ik opnieuw. Terwijl ik wachtte op de uitkomst kwam ik op een dag na wat surfen op internet een prachtige documentaire tegen over Arne Naess, de grondlegger van Deep Ecology. Het versterkte mijn verlangen om mij te gaan vestigen in het land dat ik als kind wilde bezoeken, maar waar ik nog nooit ben geweest.

https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEg9h10Faip3CR88QlsCmonje8aH4XxwfHm5Mw4RSPAFY-DjjbnqyOLbvaZfa5-yw8xXamNIkTwP5gd9bWisxZvRjp3AaaOcAMO79dWgp9LUUvEwABXhhGw30g3YvDUcdG8ln7Ej9aAfMh57/s240/arne_naess.jpg

Het is gelukt. We gaan. Eind augustus. Ik begin mijn werkzaamheden op 1 september, en heb voorlopig een contract voor drie jaar. Ik ga onderzoek doen naar ontwikkelingen binnen shinto in het moderne Japan, maar ik ga wonen in het land van de fjorden, samen met mijn lieve vrouw, die hopelijk binnen niet al te lange tijd een verblijfsvergunning krijgt van de Oslose politie. We gaan de taal leren, we gaan het Munch museum bezoeken, we gaan trektochten maken in Jotunheimen en we gaan langlaufen.

We gaan naar Noorwegen.

http://farm3.static.flickr.com/2439/3550936017_1d040a1efb.jpg http://users.telenet.be/nathalievangemert/photogallery/noorse%20vlag.png

Tuesday, 3 November 2009

Miró and Saturn


I'm running. I'm late, as usual, but only a few minutes, so I hope they'll still let me in. When I arrive at the theatre building, there's nobody at the entrance to check my ticket. The door is open, and I enter the front hall of the building. It is unusually dark, and there are many people sitting and standing around.

It's hard to determine whether the show has already started, or not yet. Clearly, this is not a regular theatre performance, as it doesn't take place on the main stage. In stead, there are many short performances going on simultaneously in the front hall, on the stairs, and in different rooms backstage.

I leave the front hall, as it is too full of people, and go to the room on the right. There are a number of big cubes scattered around, on which people are sitting. I find a place on one of them. Next to me is an old friend. We were in the same theatre group when we were teenagers, but I'm not sure whether she remembers me. She is wearing some sort of uniform, and it occurs to me that she might actually be one of the actors who is doing this performance.

As she doesn't talk, I figure that the performance hasn't started yet, and I ask her how long the show will continue. She smiles vaguely, and says 'late at night'. I ask her when the interval is, as I didn't have time to go to the toilet before the show, and she says that it's up to me. I don't understand what she means, and I want to ask her, but she looks the other way. The performance seems to have started.

She talks with some other girls, who were in the same theatre group as we. They don't look much older than they did back then. All of them wear uniforms, some are standing on the cubes. I have no idea what they're talking about, but I may be the only one - some other people in the audience are very much involved, and participate by loudly giving their opinion. Maybe they're part of the performance too, who knows. It's so dark that I can hardly see their faces.

Nobody seems to know tonight's program, the visitors nor the actors. At least, that's what they pretend. But perhaps there really isn't any, and I should just accept. I figure that as it's impossible to see everything anyway, I might as well just walk around and see what's going on in some of the other rooms. So I walk around the building, which is filled with intriguing contemporary artworks, whose meaning I don't understand, and sudden outbursts of incomprehensible theatre performances. Overall, the place is pretty dark, but the lighting in some rooms is mysteriously beautiful.

Gradually, the boundaries between art and reality, and those between actors and visitors, get blurred. For some time, I'm walking around with another old friend, but then he suddenly disappears when he has found the room where he is supposed to give a performance - or so I guess. Or was it me who disappeared? I feel like I'm the only one who doesn't really understand what's going on here, the only one who doesn't know their part, the only real outsider in the building. Fortunately, nobody notices, and nobody pays much attention to me.

I continue walking around alone, admiring the artworks, most of which I don't understand - and most certainly will not remember this morning, when I wake up. One exception is the small room where a female artist is making pencil drawings. All her drawings have teddybears on them, but they're not really teddybears, as they're actually made up of other things. I don't get too close, so I can't see what it is the teddybears are made up of. Actually, I don't want to find out, as the drawings strike me as very violent, even though the artist seems normal enough.

I continue my journey through the building, and come across an amazing painting. It could have been made by Miró, if only it wasn't almost completely black. It's a painting of a bed, in which a couple is sleeping. Their eyes are open, yet they sleep. One of them has a white face, the other one a black face. They seem happy, despite the fact that there is very little colour on the painting: just some tiny patches of yellow and blue near the edges. They could have been us.

In the next room, I see a magically colourful painting of a planet, seen from an unusual angle. It has shades of purple and green in it. The artist, who is present in the room, tells me he is inspired by the findings of astronomy and science, which he turns into more abstract, dreamlike images. He shows me satellite images of a spaceship landing on Saturn, saying this is the original footage of the moment humans first set foot on the planet. Only then do I realise that I must be in a faraway future.

I wake up.

Wednesday, 4 February 2009

Indrukken van Bali

I. Kecak

tjakketjakketjakketjakke
tjakketjakketjakketjakke
tjakketjakketjakketjakke
tjak-tjak-tjak-tjak!

honderd mannenstemmen zingen de Ramayana
een orkest van baritons

tjakketjakketjakketjakke

ontblote bovenlijven, wapperende handen,

de goden tussen hen in
worden gevangen genomen

tjakketjakketjakketjakke

een onaards mooie danseres
haar ogen ver
haar handen gedraaid
omringd door honderd blote mannenlijven

tjakketjakketjakketjakke

dikke demonen maken ruzie
camera's flitsen

tjakketjakketjakketjakke

maar de goden overwinnen,

de koning van de onderwereld
wordt netjes met heilige pijlen doorboord

tjakketjakketjakketjakke

het vuur zwaait op
wordt alle kanten op getrapt

tjak-tjak-tjak-tjak!

de demon
is dood



II. Mountainbike

kilometers vol met houten beelden,
schilderijen, kunstvoorwerpen

ronkende rokende scooters
met wapperende regenponcho's

hoe sterk is de eenzame fietser

rechtsaf, weg van de grote weg
de wereld verandert

terrassen rijstvelden
percussie van de regen
het groen intens van kleur

de hellingen steil en gemeen
twintig meter voor mij
valt krakend een boom op de weg

boerendorpjes met lachende kinderen
hello hello
meer tempels dan huizen
welke kant moet ik op?
een pooltafel in een houten hut
straathonden op de weg, scharrelkippen

een verbaasde grijns
wat doet die maffe buitenlander hier
waar is zijn scooter?

de vrouwen doen het zware werk
dragen alles, emmers water,
manden eten, takkenbossen
op hun hoofd

zoef remmen remmen
een brug
en dan doorbijten omhoog
de bolletjestrui
is vandaag voor mij

nooit kwam hier een toerist
de rijst groeit trapsgewijs
het groen nog voller in de regen
door palmbomen omringd

de regen zegent
de planten

doorweekt
fiets ik de wereld langs
weet ik me vrij



III. Natte goden

het huisje naast mijn raam
boven de veranda
is voor hen

ze brengt ze elke dag
zoete rijst in bananenblad
geurende bloemetjes
misschien een stukje fruit
of legde ik dat daar neer?

en als de avond valt
scheren de vleermuizen over
brengen de rijst naar ze toe

ze vliegen laag
nog meer regen vandaag

het mengt met het heilige water
de bron van de goden
mensen zwemmen zich rein
gevangen door de Chinese telelenzen
die ze leren te negeren

de paar druppels in mijn oor
mogen niet baten

de tempelwachters
woest en eng, uitpuilende ogen,
uitstekende tongen
puntige borsten
vuurspuwend en dansend
in razernij,

zijn geen partij
voor Canon Nikon Sony Fuji

maar als de regen zondvloed wordt
verdwijnen de toeristen

ben ik alleen
in de Gunung Kawi
slechts de souvenirverkopers
bij de ingang
denkt u echt dat een paraplu
nog iets uithaalt?

sopsopsop mijn schoenen
tien euro authentieke Thaise nep-adidas
zijn aan het eind
van hun Latijn

zingen dan maar,
dansen,
stampen in de plassen

omarm ik de gekte

de trap naar de tempel
is vandaag een waterval
die mijn schoenen binnenstroomt

pagodes, eeuwenoud,
gehouwen uit de rotsen
god is dichtbij

jij bent de rots
waaruit ik mijn tempel bouw
zei Jezus tegen Petrus
of iets van die strekking

het zal hier geweest zijn

zelfs mijn gordeldier
is niet meer bang
voor het woedende water

we dansen de waterval omhoog

we danken de goden
van dit eiland

Thursday, 25 December 2008

Goden, engelen en demonen. Een kerstverhaal

Ik ben in Bangkok, Stad der Engelen! Of, zoals ze eigenlijk heet, Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Yuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit. Maar laten we het bij Bangkok houden, dat bekt wat makkelijker.

Als ik om zeven uur 's ochtends aankom is de ochtendspits al in volle gang. Ontelbare auto's, taxi's, scooters, bussen en tuktuks wurmen zich door de te nauwe straten. De stad baadt in een dikke laag uitlaatgassen. De stoepen staan vol met kraampjes waar boeddhistische amuletten, schoenzolen, vleesspiesjes, overhemden, tweedehands speelgoed, noodlesoep, te offeren fruitmandjes, sjaals, sieraden, geroosterde geleedpotigen en bananen verkocht worden. Ik loop naar Khao San Road, 's werelds beroemdste backpackersstraat, op zoek naar een ontbijt en accommodatie.

Ik zal al te hyperbolische beschrijvingen van de Khao San hel hier nu achterwege laten, want het zou me toch maar weer boze reacties opleveren van types die denken dat stijlfiguur een ander woord is voor etalagepop. Maar stel u de meest toeristische straat voor waar u ooit was, en vermenigvuldig dat met tien. Dag en nacht flipfloppen grote menigtes schaars geklede, blubberige westerlingen deze straat op en neer. Ze zijn op zoek naar alcohol, goedkope t-shirts, bustickets naar feesteilanden, en namaak-rijbewijzen en -duikcertificaten. Geen al te zware zoektocht.

De Khao San hel is het jachtgebied van grote groepen verkopers, regelaars, sjacheraars en zwendelaars. Velen van hen hebben zich vermomd als tuktukchauffeurs. Op pas aangekomen reizigers (eenvoudig te herkennen aen de onzekere, zoekende blik en de grote rugzak) reageren ze zoals een dorstige malariamug reageert op een bezweet lichaam: genadeloos. Ze bieden je spotgoedkope tours aan (die eindigen in een afgelegen winkel, waar je gedwongen wordt dure spullen als edelstenen aan te schaffen). Ze bieden aan je naar de 'officiele' tourist information te brengen (voor 5 baht, yeah right). Ze proberen je wijs te maken dat je het vervolg van je reis zo snel mogelijk moet boeken (bij een louche busmaatschappij die hun commissie betaalt). Ze proberen je guesthouses in te sleuren, soms door je de weg te versperren. Ze vertellen ingenieuze fabeltjes over de verschillende kleuren nummerborden van tuktuks - de 'goede' kleur is spotgoedkoop, want door de regering gesubsidieerd (volstrekte onzin, het is gewoon weer een manier om je naar een edelstenen- of zijdewinkel te krijgen). Ze proberen betrouwbaar te lijken door hun collega's zwart te maken. Ze zijn een meute hongerige hyena's. Vertrouw ze niet. Maak niet de 'fout' hun vragen te beantwoorden, een praatje te maken, want je komt heel moeilijk van ze af. Helaas: kortaf afwijzen of negeren is de enige manier om als pas gearriveerde reiziger ongeschonden de Khao San hel door te komen.

Het is een beleid dat je hier voortdurend vol moet houden, als je je gewoon te voet, per bus en per boot door de stad wilt verplaatsen. 'Tuktuk! Tuktuk!' en 'Taxi! Taxi!' zijn de woorden die je hier het meeste hoort, niet zelden tamelijk agressief geuit. Maar ik wil helemaal geen ritje maken in zo'n kuttuktuk. Niet alleen omdat het duurder is en omdat sommige chauffeurs niet te vertrouwen zijn - ook omdat ze als idioten rondracen en je je leven niet zeker bent in zo'n ding.

Maar genoeg over de touts, de tuktuks en de Khao San hel. Bangkok heeft veel meer in huis dan dat. Bangkok is groots, indrukwekkend, meeslepend en chaotisch. Het is een stad met een januskop - meer dan enige stad waar ik ooit was. Aan de ene kant is het een hypermoderne Aziatische stad, compleet met gigantische warenhuizen, indrukwekkende wolkenkrabbers, een obsessie voor modetrends en gadgets, seven-elevens op elke straathoek, enzovoorts.

(Een teleurgestelde reiziger vertelde me dat Bangkok precies was 'als New York of Londen' - volstrekte flauwekul, natuurlijk, maar het illustreert wel aardig hoezeer veel westerlingen Azie associeren met nostalgische beelden van een traditionele samenleving, en de arrogantie hebben om Aziatische (hyper)moderniteit af te doen als verwesterlijking. Vaak heb ik bijvoorbeeld de fabel moeten horen verkondigen dat Japan zo 'westers' was - waarom, omdat de levensstandaard er zo hoog is als bij ons, en omdat mensen niet meer in bamboe hutjes met rijstpapieren wanden wonen...?)

Maar aan de andere kant is Bangkok een stad met schitterende tempels, met betoverende labyrinten aan steegjes, met zangvogeltjes in bamboekooitjes en poppenkasttempeltjes bij huizen en kantoorgebouwen, met ontelbare grote en kleine markten en stalletjes en kraampjes waar alles verkocht wordt wat je je maar voor kunt stellen, met roestige boottaxi's in verstopte kanalen, met een levendige handel in (al dan niet namaak) antieke amuletten, met sloppenhuisjes en metershoge gouden Boeddha's. Een stad waar soms de geur van citroengras boven de stank van de uitlaatgassen weet uit te komen. Een stad met heel veel verhalen, oude en jonge, traditionele en hypermoderne. En heel veel tactieken en strategieen en individuele wegen door de jungle (cf. De Certeau). Een stad, kortom, om naar hartelust in te verdwalen.

Een van de meest fascinerende aspecten van de Thaise samenleving is de intieme verwevenheid van religie met nagenoeg alle aspecten van het leven - met sociale, economische en politieke structuren. De natie is boeddhistisch, de staat wordt beschermd door de Boeddha, en de koning is goddelijk. Thailand is extreem nationalistisch, en dat nationalisme heeft een sterk religieus karakter. In tempels wappert trots de nationale vlag. Overal waar je gaat zie je grote, uitbundig versierde portretten van de koning, compleet met religieuze symbolen. Voor aanvang van elke toneelvoorstelling of bioscoopfilm wordt het volkslied gespeeld, waarbij iedereen moet gaan staan. Ondertussen wordt op foto's getoond hoe de koning armen en zieken verzorgt, hoe hij hartstochtelijk aanbeden wordt door het volk, en hoe ook de moslims in het zuiden met hun hand op het hart het volkslied meezingen. Jaja.

Ik bezoek een voorstelling in het fraaie Joe Louis Theatre. Poppentheater is een van de meest fascinerende vormen van theater, en Thais poppentheater is van een grote schoonheid. Elke pop is ruim een meter hoog, en wordt bespeeld door drie mensen. De poppen stellen goden voor uit het hindoe-pantheon, en de verhalen die verteld worden komen uit de Upanishaden. Vandaag kijken we naar het verhaal van de geboorte van Ganesha - hoe Shiva na een periode van ascese thuiskomt, zijn zoon die hem de weg verspert onthoofdt (zonder te weten dat het zijn zoon is), en hem vervolgens weer tot leven wekt door hem een olifantenhoofd te geven. Het is een fantastisch spektakel, zeker de oorlogsscene waarin de demonen de hemel aanvallen en overwinnen, en de liefdesscene tussen Shiva en Parvati. An het einde van de voorstelling wordt iedereen opgeroepen Ganesha te aanbidden. Ook kunst en religie zijn hier moeilijk te scheiden.

En nou wil ik echt nooit meer horen dat het boeddhisme niet-theistisch zou zijn, en dat boeddhisten geen goden aanbidden...!

Oh ja, er was ook nog een ander verhaal. Iets met een kindje in een kribbe in Betlehem. (Tegenwoordig staat er een hele grote betonnen muur om het stadje, en kunnen mensen niet meer zo eenvoudig van Nazareth naar Betlehem reizen, maar dat geheel terzijde.) Dat kindje dat daar geboren werd zou ook een god worden, en de engelen zongen hem lof toe boven de velden in de omgeving. (Tegenwoordig kunnen daar geen herders meer komen, want er zijn bewapende nederzettingen gebouwd, mar dat geheel terzijde.) Ik vraag me af of die engelen daar toen ook uit de Stad der Engelen kwamen. Als dat zo was zijn ze van ver komen vliegen.

Deze god werd niet onthoofd, zoals Ganesha, maar ook hij zou gedood worden. Wat is dat toch met goden, dat we ze dood willen hebben?

Op de trappen van een groot warenhuis in de Stad der Engelen staat een groep van dertig tienermeisjes kerstliedjes te zingen. Twee metershoge kerstbomen trekken de aandacht: de ene is geheel gemaakt van oude CD's, de andere van lege blikjes cola. Winkelbediendes dragen kerstmanjurkjes en diademen met rendiergeweitjes. Uit de luidsprekers blert Wham. Overal branden lichtjes. Kerstmis in Krung Thep.

Ik denk niet dat de tuktukchauffeurs en zwendelaars zich realiseren dat er vandaag een god geboren is. Maar hij heeft dan ook geen olifantenhoofd. In dat geval zouden ze wellicht bang worden, nu niet. Toch hoop ik dat ook zij een mooie dag zullen hebben, met veel licht en liefde. Net als iedereen die dit leest, overigens.

Vrolijk kerstfeest.

Monday, 17 March 2008

Zingen en spelen

Ik zal mijn verhaal dit keer niet beginnen met een filosofische verhandeling over het fenomeen tijd. Maar ik wil wel even kwijt dat ik er geen drol van begrijp. Om de een of andere wonderbaarlijke reden is het tweede trimester reeds voorbij. Gelooft u mij, ik heb nog nooit de tijd zo onbegrijpelijk snel voorbij zien vliegen als in de afgelopen maanden. Drie keer met mijn ogen knipperen en hopsakee, dat was het dan. Aangezien het volgende trimester gereserveerd is voor het schrijven van essays en het maken van tentamens (die ik niet heb), en zodoende grotendeels collegevrij is, heb ik vanaf nu bijna geen colleges meer. Dat is een vreemde gedachte, daar ik zeker nog niet het gevoel heb over een acceptabele hoeveelheid kennis te beschikken. Helaas, het is niet anders. Het jaar raast met shinkansenvaart voort.

Er zijn veel mooie plannen. Donderdag vertrek ik voor een week naar IJsland, om daar een vriend te bezoeken en Pasen te vieren tussen de natuurgoden. Terug in Londen wachten mij een drietal papers van formaat, twee presentaties en mijn eerste officiële lezing. April wordt dus een hele belangrijke maand - de maand, wellicht, waarin ik de basis kan leggen voor een goede cijferlijst, hetgeen van vrij cruciaal belang is voor mijn verdere academische carrière. Mei wordt vervolgens de maand van de voorbereidingen voor mijn scriptie - het verzamelen van alle relevante literatuur en het beginnen met lezen. Ik hoop tussendoor af en toe tijd te hebben voor een mooie wandeling. Half juni ga ik al weer terug naar Nederland, zo heb ik besloten. Ik kan mijn scriptie net zo goed schrijven in een stacaravan in een Groningse tuin als in een kamer in Londen, en het geldbedrag dat ik daarmee uitspaar is dusdanig significant dat het mij in de gelegenheid stelt om in juli met vier vrienden op reis te gaan naar het land van één van hen, Sri Lanka. Augustus is vervolgens gereserveerd voor het afschrijven van mijn scriptie, die ik in september in moet leveren. De periode daarna is nog volstrekt ongewis, al dartelen er al wel verschillende prille plannetjes rond in mijn hoofd. Maar die houd ik nog even voor me.

Dan nu een mededeling van huishoudelijke aard: mocht iemand van mijn lezers van half juni tot half september een kamer nodig hebben in Londen (voor onderzoek, stage, wat dan ook), dan wel iemand kennen voor wie dit geldt, gelieve contact met mij op te nemen. Ik heb gedurende deze periode namelijk een kamer in onderhuur in de aanbieding, op een aantrekkelijke locatie en tegen een relatief lage huur. Ik hoor graag van u.

De afgelopen week was waanzinnig. Ik heb u eerder verteld over het wereldkoor waarin ik zong, alsmede over het toneelstuk Hurlyburly waarin ik speelde. Welnu, het geval wilde dat zowel het grote wereldkoor concert als de drie voorstellingen van Hurlyburly in dezelfde week plaats vonden. Voeg daarbij de drukte van de bijna dagelijkse repetities en de colleges die natuurlijk gewoon doorgingen, en het moge duidelijk zijn dat het een intensieve en vermoeiende week was. Maar hij was elke extra geeuw dubbel en dwars waard.

Het grote wereldkoor concert vindt plaats in de City Temple Church, nabij St. Paul's Cathedral. We zijn met tachtig mensen, onder wie ongeveer vijftien mannen. Iedereen gaat gekleed in het zwart, met her en der een beetje rood. Tijdens het inzingen horen we al de fantastische akoestiek van de kerk. De sopranen klinken nog mooier dan anders, maar wij bassen staan ook ons mannetje. Om kwart voor acht komt het publiek binnen. Er zijn zeker vijfhonderd mensen op het concert afgekomen, en de kerk zit bomvol. We beginnen met het lied 'Asikhatali', een ode aan de vrijheid die gezongen werd door de zwarte bevolking van Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. Het is een krachtig lied, en een mooie en gepaste ouverture voor deze avond. Daarna volgt een vrolijk Zimbabwaans lied over een oude man die de geneugten van bier bezingt. Vrouwen zijn onbetrouwbaar en verraderlijk, dus hij geeft de voorkeur aan bier, want daar kun je altijd op bouwen. Het volgende lied is het prachtige 'Dindirin', een vijftiende eeuws lied in een combinatie van Frans, Spaans en Catalaans over de zang van een nachtegaal - misschien wel mijn favoriet. Dan volgt de betoverende Zweedse 'Langdans', twee Bulgaarse liederen, en het krachtige Georgische 'Nardaninai'. Vervolgens gaan we weer terug naar Afrika, voor het swingende 'Helele Mama', een lofzang op de schoonheid van het continent en een feest om te zingen, en het vrolijke 'Yami Yami', waarmee we het hele publiek laten meezingen. Als finale zingen we de originele versie uit de jaren dertig van het geweldige 'Mbube' ('leeuw' ) uit Zuid-Afrika, dat later door jan en alleman en Disney gejat zou worden om wereldberoemd te worden onder de titel 'In the jungle'. Het samen zingen is magisch, en geeft me ontzettend veel energie. Na afloop van 'Mbube' geeft het publiek ons een staande ovatie, en sentimentele ik raakt even helemaal gevuld met een heel licht en mooi gevoel. Als toegift zingen we het swingende Zimbabwaanse lied 'Chirochacha'. Wat een avond, en wat een geschenk om deel te mogen uitmaken van zo'n groep. Er was even heel veel liefde in de kerk vanavond, als u mij toestaat dat grote woord te gebruiken.

Mocht ik u nieuwsgierig gemaakt hebben, dan verwijs ik u graag door naar YouTube (dit zijn niet de officiële opnames, en de geluidskwaliteit is verre van optimaal, maar de filmpjes geven niettemin een goede impressie van de avond):
http://www.youtube.com/watch?v=TzVwwWx8KQc
http://www.youtube.com/watch?v=5WQTK2obTsA
http://www.youtube.com/watch?v=mZSsNL5GUjo
http://www.youtube.com/watch?v=UYgQWOKD-J4
http://www.youtube.com/watch?v=Q7O-SyO9Smk
http://www.youtube.com/watch?v=yuXOuZ5po_w
http://www.youtube.com/watch?v=niF1tZwLyds

Nota bene: voor het luttele bedrag van 4,50 (3 pond) per stuk kunt u bij mij de officiële CD dan wel DVD bestellen!

Dan is het tijd voor Hurlyburly. Hurlyburly is een Amerikaans stuk uit 1984, geschreven door David Rabe. De titel, die zoveel betekent als 'chaos' of 'tumult', verwijst naar een passage uit MacBeth. De centrale figuur in het verhaal is Eddie, een bij vlagen paranoïde casting director uit Hollywood. Hij heeft een ingewikkelde driehoeksverhouding met Darlene, een onafhankelijke fotografe, en de cynische Mickey, zijn beste vriend en huisgenoot (gespeeld door ondergetekende). Ook is hij bevriend met Phil, een labiele en bij vlagen agressieve filmacteur. Het stuk kan gezien worden als een zwarte komedie, maar ook als een eigentijds drama. Het is een vlijmscherpe weergave van de anomie van onze tijd, de vergeefse zoektocht naar betekenis, en het materialisme, het cynisme en de apathie die daarbij komen kijken. 'Fuck destiny, fate and all metaphysical stuff', is een treffend citaat uit het stuk. En verderop: 'Anybody can go under. We're all going fucking under. So how about a little laugh along the way.' Drugs, alcohol, seks en misogynie zijn de voornaamste middelen waarmee de hoofdrolspelers de ondraaglijke zinloosheid van hun bestaan draaglijk proberen te maken. Maar al doende raken ze steeds meer vervreemd van de wereld en van elkaar. Nee, Hurlyburly is geen optimistisch stuk - maar wel een krachtige maatschappelijke satire. Bovendien laat het ons nadenken over onze eigen angsten. Ik schreef in een eerder verhaal over de moeilijkheid van het maken van keuzes, en de angst die sommige mensen hiervoor hebben. Deze angst voor het maken van keuzes is in feite niets meer of minder dan een existentiële angst voor het leven zelf, zoals Kierkegaard ons leerde. Dit is een angst die we allemaal wel eens ervaren, maar niet iedereen weet er even goed mee om te gaan - apathie, cynisme en verdovende middelen zijn populaire methoden om angstgevoelens te verdringen, maar onder de oppervlakte blijven ze wel degelijk een rol spelen. Het is geen toeval dat in Hurlyburly verschillende malen geknipoogd wordt naar psychoanalytische theorieën.

De première op donderdag gaat beter dan ik had durven dromen. Er wordt mooi gespeeld en we hebben de goede energie te pakken. En wat het belangrijkste is: het publiek geniet en is zeer positief, te oordelen naar de reacties na afloop. Op vrijdagavond spelen we een degelijke voorstelling, al laat een enkeling zich een beetje imponeren door de tweede-avond-mythe en haalt niet iedereen het niveau van de eerste avond. Maar gelukkig is het publiek andermaal positief ('Aike, ik ben er trots op je huisgenoot te zijn' - wat lief als iemand zoiets tegen je zegt!). De derde en laatste voorstelling, op zaterdagavond, is echter de beste. Er is veel spelplezier en energie, en er wordt collectief een niveau gehaald dat we nog niet eerder gehaald hebben. Ik voel die heerlijke flow die er soms is als je goed staat te spelen. Vooral de belangrijke scène met de confrontatie tussen Eddie en Mickey in de laatste akte gaat goed. De reacties na afloop zijn hartverwarmend. Het is net zo'n mooie avond als dinsdag, en ik voel weer even van top tot teen waarom ik zo van toneel houd.

En het feestje na afloop ging door tot in de vroege uurtjes - maar dat zal vast niemand verbazen.

Tuesday, 4 March 2008

A wicked day

Opeens was het schrikkeldag. Ik kon mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst een schrikkeldag had meegemaakt, en meende dat het vele jaren geleden geweest moest zijn. 'Vier jaar, om precies te zijn', beweerde mijn gesprekspartner. Ik was niet geheel van haar gelijk overtuigd, daar ik mij niet kon herinneren vier jaar geleden schrikkeldag gevierd te hebben. Ten minste tien jaar geleden, vond ik, hetgeen voor haar aanleiding was mij eens goed uit te lachen. Ik snap nog steeds niet wat er nou zo grappig was. Ze zal vast wel gelijk gehad hebben, want ze is veel slimmer dan ik, maar in het verhaal van Aike bevond zich tot op dat moment nou eenmaal nog geen schrikkeldag.

Als je zomaar een extra dag cadeau krijgt, moet je dat cadeautje ook uitpakken. Ik weet mijn natuurlijke neiging tot uitslapen te overwinnen en neem samen met een vriendin de metro naar Victoria. Direct tegenover het station bevindt zich het Apollo theater, de reden voor onze komst. Hier speelt de musical Wicked, het verhaal van de heksen van Oz. We hebben geluk: de voorstelling van vanavond is niet volledig uitverkocht, zodat we voor het studententarief van vijfentwintig pond kaarten kunnen aanschaffen die normaliter zestig pond kosten. De koffie verkeerd die we vervolgens genieten smaakt net even lekkerder dan anders, waarna ieder huppelend zijns weegs gaat. Tot vanavond!

Ik zou natuurlijk de metro terug kunnen nemen naar de universiteit en netjes een dagje gaan studeren. De argumenten daarvoor zijn zwaarwegend. Maar de dag nodigt mij uit. Ik weet dat ze maar één keer komt, en ik ben nieuwsgierig naar wat ze me wil geven. Het argument is heerlijk lichtwegend. En dus fladder ik de dag in, zonder afgebakend plan, vertrouwend op mijn voeten.

Ik loop Knightsbridge in. Roomwitte huizen verhullen hun voordeuren achter statige Ionische zuilen, maar hun verdiepingen hebben ze verwend met uitbundige Korinthische zuilen. Aan en om Belgrave Square wapperen de vlaggen van de wereld fier. Ik kan de verleiding niet weerstaan en doe de quiz. De Europese vlaggen zijn makkelijk, en ook Trinidad en Tobago, Colombia en Maleisië weet ik te raden. Alleen de vlaggen van Brunei en Lesotho kan ik niet plaatsen. Hetzelfde geldt voor de fascinerende blauwgele vlag met vlinders en een slang die aan een van de gevels wappert. Ik vermoed een bebost animistisch Melanesisch eilandstaatje, en sta op het punt om naar binnen te lopen en een visum aan te vragen, maar zie dan dat het de vlag is van het Britse psychiatrische genootschap. Jammer. Even later loop ik langs de Syrische ambassade, en onwillekeurig moet ik terugdenken aan de soap die ik meemaakte in de Syrische ambassade in Brussel, afgelopen zomer. Men heeft kennelijk hoog bezoek: voor de ambassade staat een glimmende Rolls Royce, met het kenteken 007. 007!? Het zal toch niet waar zijn...?

Overal staan glimmende dure auto's geparkeerd, maar ik doe mijn best ze te negeren. Ik kom langs een wijnwinkel waar flessen champagne van honderden ponden in de etalage liggen. Daarnaast bevindt zich de winkel van een beroemde ontwerpster van sexy lingerie en seksspeeltjes voor miljonairs. De kledingstukken die zij haar etalagepoppen heeft omgehangen wekken bij mij eerder lachlust op dan andere lusten, maar ik ben dan ook geen miljonair. Dus hier halen baronessen en ambassadeursvrouwen hun ondeugende ondergoed... Ik loop verder, langs de vlaggen van Denemarken, IJsland en de Faeroer eilanden, en kom op het fraaie plein van Hans met zijn hoge lichtrode bakstenen huizen. Schattige miljonairsdochtertjes met pofbroeken en vlechtjes worden opgehaald van hun privéschooltje. Een paar straten verderop zie ik plotseling een beroemd logo. Ik was nog nooit in Harrods, en wat is een mooiere dag voor een eerste bezoek dan de eerste schrikkeldag sinds ten minste tien jaar?

Als ik naar binnen loop verzoekt de portier mij beleefd mijn rugzak in mijn hand te nemen. Even verderop heet het wassen beeld van Mohamed Al-Fayed mij met een grootvaderlijke glimlach welkom in zijn paradijs. De beste man draagt een afzichtelijke combinatie van een geruit grijs colbertje met een niet-bijpassende beige pantalon en een zwart overhemd met een witte boord. Ik loop naar de roltrappen, en mijn mond valt open van verbazing. Het veelkleurige glimmende marmer, de oriëntalistische lampen, de rondgestrooide hiërogliefen en afbeeldingen van Egyptische goden, de glas-in-lood-achtige plafonds... Ik heb nog nooit zulke fantastische kitsch gezien, en ik kan het niet laten een paar keer met de roltrap op en neer te gaan. Maar het kan nog grotesker, zie ik als ik de Egyptische hal binnenloop en oog in oog kom te staan met een levensgrote gouden sfinx. Hoera, ik ben in een sprookjespark beland!

Ik loop naar de levensmiddelenafdeling. De dames en heren achter de kassa's dragen Venetiaanse strohoedjes en groene vlinderdasjes. Chocoladehazen doen hun best passanten te verleiden. De oester- en de sushibar doen goede zaken, en het visrestaurantje verkoopt fish and chips van achttien pond. Op de fruitafdeling glimmen alle appeltjes gelijk. Ik kom bij een fascinerend winkeltje dat vol staat met glazen vaten en vazen gevuld met mysterieuze felgekleurde vloeistoffen. Het doet me denken aan de kamer waarin de Grote Vriendelijke Reus zijn dromen bewaarde. Plotseling word ik aangesproken. Ik draai me om, en sta oog in oog met een betoverend mooi paar ogen. Ook haar lange glanzende donkerbruine haren en voorzichtige glimlach mogen er zijn. Ze vraagt me met een zangerig accent of ze me kan helpen, en ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om het standaardantwoord 'nee dank u, ik kijk alleen even wat rond' te zeggen. In plaats daarvan stamel ik iets onduidelijks, en voor ik er erg in heb krijg ik een rondleiding door de wondere wereld van pistachelikeur en bloedsinaasappelwodka, van mango- en frambozenbalsamico en olijfolie met rozemarijn. Om de een of andere reden kan ik me niet helemaal concentreren op de waren die ze verkoopt. Ze laat me proeven van de balsamico en olie. Die lach, die lach... Ik vraag waar ze vandaan komt. Nog nooit sprak iemand de naam 'Bordeaux' zo mooi uit. We spreken verder in het Frans. Nu zou ik eigenlijk haar telefoonnummer moeten vragen, maar daar heb ik natuurlijk het lef niet voor. Ik beloof haar nog eens terug te komen en dan wel wat te kopen. We zeggen elkaar gedag, en ik zweef de roltrap op.

Licht als een veertje vervolg ik mijn ontdekkingstocht door Harrods. Futuristische designbedden die zo uit een startrekschip lijken te komen staan naast renaissancistische ledikanten met spreien van goudbrokaat. Het enige dat ze gemeen hebben is de prijs. Een medewerker van de pianoafdeling speelt Chopin op een van de vleugels. Watertandend loop ik rond, mijzelf belovend dat ik, zodra ik ergens gesettled ben en mijn financiële situatie het toestaat, een piano aanschaf en weer les ga nemen. Via de CD- en de boekenafdeling (de kast met Lonely Planets zorgt voor het gebruikelijke oponthoud) kom ik bij de edelstenen en fossielen. Een kolossale mammoettand wacht geduldig op een koper. Op de antiekafdeling staat tussen alle stijve krulstoelen en salontafeltjes een prachtige globe uit 1925. Ik mag hem niet aanraken, maar geef mijn ogen des te meer de kost. Het ding staat in een fraaie houten stellage, komt tot anderhalve meter hoogte en verkeert in perfecte staat. Mocht iemand een ton overhebben, dan houd ik mij graag aanbevolen.

Ik loop via de sportafdeling (compleet met een etalagepop van een levensgroot paard, een ferrari-racefiets en een mini-bobslee voor verwende kinderen) en speelgoedafdeling (waar een pluche varkentje rondwandelt met een gele ballon aan zijn staartje, en helikoptertjes als bromvliegen door de lucht scheren) naar de afdeling met antieke kaarten. Een winkeldame van middelbare leeftijd doet haar best iets aan de muur te hangen. 'Vreselijk, als je moet werken met een kater. Boem-boem-boem doet mijn hoofd', vertrouwt ze me toe. Ik knik instemmend. 'Ik was gisteren jarig, maar ik had beter vandaag vrij kunnen nemen,' verzucht ze. Ik vraag haar of ik de kaarten van Japan mag zien, en ze geeft me een grote map vol kaarten van Oost- en Zuidoost-Azië. Er zit een fraaie zeventiende eeuwse VOC-kaart tussen, maar ik heb helaas geen tienduizend pond bij me. We raken in gesprek over de Mongolen die probeerden Japan binnen te vallen maar tegengehouden werden door een vernietigende tyfoon, en over haar Japanse buren die haar altijd prachtig ingepakte cadeautjes geven. Ze wil weten waar de Japanners oorspronkelijk vandaan komen, en ik doe een poging een wetenschappelijk verantwoord antwoord te geven. Ze vertelt over de wijnvlek van haar dochter, en zegt dat dat een genetische afwijking is die oorspronkelijk van de Mongolen en de Vikingen stamt. Ik ben niet bepaald een expert op het gebied van genetische aandoeningen en uitermate sceptisch als het gaat om het achterhalen van de 'oorsprong' van volkeren, maar desalniettemin spreekt ze me streng toe als ik blijk geef van mijn onwetendheid. 'Ik had toch wel verwacht dat iemand die Japanse geschiedenis studeert weet dat wijnvlekken van Mongoolse oorsprong zijn!' zegt ze afkeurend. Tja.

Wanneer ik eindelijk Harrods verlaat, is de middag reeds vergevorderd. Ik eet een kommetje Harira en drink een kop thee bij Leon, een gezellig en betaalbaar biologisch lunchtentje. Dan loop ik naar het Natural History Museum. Een gigantische diplodocus heet me welkom. Ik loop langs het skelet van een vier meter lange luiaard en langs allerlei opgezette vogels (waaronder een duo dode dodo's) naar de Earth Gallery, waar een roltrap mij naar het binnenste van de aarde brengt. Daar begint een nieuwe ontdekkingstocht. Ik leer over aardbevingen en vulkanen, over gesteenten en mineralen. Ik sta te schudden in een kruidenierswinkel in Kobe en zie een auto vol vulkanische as in een Filipijnse stad. Ik bewonder beroemde diamanten en zie de verschillende manieren waarop stenen en rotsen gevormd worden. Ik leer over de big bang, en over het heelal, en over het ontstaan van de tijd. Ik snap niets van de big bang, maar ik geloof dat ik niet de enige ben. Een gevoel van ontzag en verbazing maakt zich van mij meester. Ik loop langs de planeten en leer over de verschillen in atmosfeer, zwaartekracht en temperatuur. Pluto heeft hier nog een plekje bij de planeten, ook al is hij een paar jaar geleden gedegradeerd. Ik leer over het ontstaan van leven. De kans dat leven zou ontstaan is zo onvoorstelbaar klein dat ik stiekem wel een beetje begrijp waarom mensen geloven dat er een plan achter moet zitten, een Hand die de boel gestuurd heeft. Het is te groot, het heelal, de wereld, het leven, en wij zijn zo klein dat het ons bang maakt. Maar als ik van de eencellige beestjes via de degenkrabbetjes en pissebedden en vissen en amfibieën en dinosaurussen en sabeltandtijgers en aapmensen naar de apocalyps loop ben ik vooral heel blij en dankbaar dat ik hier mag lopen. Ik ben een onbeduidend ukkie in een onbegrijpelijk grote schepping, ik ben weinig meer dan een oogwenk... maar ik bèn. Wat een cadeau. Ik weet niet wie of wat ik ervoor moet bedanken, maar toch bedankt.

Ik stuiter de museumwinkel binnen. Een boek met het formaat van een schilderij staat vol satelietfoto's van planeten en sterrenstelsels en kleurige sterrennevels die zo uit het penseel van Turner lijken te zijn gekomen. Ik wou dat ik een bèta was, dan zou ik het Geheim ontrafelen, echt waar... En ofschoon het mij vandaag in Harrods urenlang gelukt is geen cent uit te geven, kan ik mij nu niet langer beheersen. Ik koop het boek.

Als ik terugloop naar Victoria regent het zachtjes. In mijn ene hand heb ik een bananenmilkshake, in mijn andere een plastic tas met een heel groot boek. Ik denk na. Ik ben nu halverwege mijn master, en weet niet waar ik over een half jaar ben en wat ik dan doe. De onzekerheid is groot. Dit is een tijd van vragen, van keuzes en van twijfels. Dat geldt niet alleen voor mij: ik zie en hoor het overal om me heen, en sommige mensen hebben het er veel moeilijker mee dan ik. De afgelopen twee jaar heb ik veel zulke verhalen gehoord. We realiseren het ons maar al te goed: ze is bijna voorbij, de tijd van luieren en leren, onschuldig potverteren, beschonken zijn en blij. Er moeten knopen doorgehakt worden, en dat valt niet iedereen even licht. Mensen zijn bang voor de lange toekomst die als een duisternis voor ze ligt. Het maken van een keuze wordt door velen niet ervaren als een stap vooruit, maar als het verliezen van datgene waarvoor níet gekozen is. We ervaren onze toekomst als een zwaard van Damocles, in plaats van als een belofte. Mensen zijn bang zich te binden, want binden voelt zo definitief, maar tegelijkertijd zijn ze bang voor de onzekerheid van de ongebondenheid. Relaties mogen niet te diep gaan, niet te definitief worden, want de toekomst is lang. Alles gaat voorbij, ieder contact gaat verloren, dus waarom jezelf aan iemand geven als je niet weet of je die ander wel kunt vertrouwen? Of, erger nog, wat te doen als het plotseling serieus wordt en je gevangen komt te zitten in een zelfde langeafstandsrelatie als die ene vriend van je? Het is geen toeval dat driekwart van al die mooie en intelligente masterstudenten die ik ken (weer) vrijgezel is, en angstvallig poogt dat zo te houden - onderwijl dromend van het tegendeel. En ja, we hebben ze allemaal, die oud-klasgenoten die altijd in dezelfde stad zijn blijven wonen, inmiddels een baan en een eigen woning hebben, en soms al getrouwd zijn en/of kinderen hebben. We zijn blij niet in hun schoenen te staan, blij de toekomst nog niet dichtgetimmerd te hebben, en we koesteren onze vrijheid. Maar stiekem benijden we ze ook een beetje. Zij hebben de keuzes reeds gemaakt, of ze zijn er automatisch in gerold. Wij zien daarentegen de keuzes als een berg voor ons liggen, en we zijn net zo bang ze te maken als ze niet te maken.

Maar het is niet nodig bang te zijn. Niemand heeft ooit gezegd dat paden altijd recht zijn, en niemand heeft gezegd dat de keuze om een bepaalde richting in te slaan betekent dat je nooit meer van richting kunt veranderen. Het gaat niet om de bestemming van het pad, het gaat om de reis zelf. Het is een groot misverstand, en een oorzaak voor veel onterechte angst, te denken dat je keuzes maakt voor de toekomst. De toekomst bestaat slechts in het heden. Angst voor de toekomst is angst in het nu. Keuzes vinden hier en nu plaats, en zijn gebaseerd op niets dan wat er nu is. Het heden is alles dat er is. Het enige dat nodig is is vertrouwen in je eigen gedachten en gevoelens. Vertrouw in wie je nu bent, wees nu, en je zult de goede keuzes maken. Ze zijn goed, want ze kloppen nu.

Zacht valt de regen op mijn hoed en handen. Ik heb al in geen eeuwen een milkshake gehad, en hij smaakt heerlijk. Terwijl ik van mijn milkshake geniet draag ik in een plastic draagtas het heelal bij me. Wat een mooie schrikkeldag, denk ik.

Ik ontmoet mijn vriendin. Na een heerlijk foute all-you-can-eat pizzamaaltijd gaan we naar het theater. We hebben goede stoelen, maar mijn ogen zijn van dusdanig matige kwaliteit dat ik blij ben dat ik voor vijftig pence een verrekijkertje kan huren. Wicked vertelt het verhaal van de heksen uit The Wizard of Oz: de groene Elphaba, de Wicked Witch of the West, en de 'goede' fee Glinda. De twee ontmoeten elkaar op de toveruniversiteit, waar ze na een periode van animositeit de beste vriendinnen worden. Na hun schooltijd gaan ze samen naar de hoofdstad van Oz, om hun droom in vervulling te laten gaan: werken voor de Wizard himself. Maar helaas, hij blijkt een fraudulente totalitaristische Texaan te zijn die de bevolking dom houdt en opzet tegen een gecreëerde zondebok, de pratende dieren. Elphaba weigert zich met hem in te laten, en kiest voor het verzet. Maar de ironie van het verhaal is dat haar idealistische keuzes ervoor zorgen dat zij gezien wordt als de 'slechte' heks, terwijl haar narcistische en egocentrische vriendin uiteindelijk het 'goede' komt te vertegenwoordigen.

Wicked is een heerlijk politiek sprookje, dat standaardmotieven aangaande de strijd tussen Goed en Kwaad speels maar genadeloos onderuit haalt. Het is een postmodernistisch meesterwerkje, getuige het adagium van de Wizard of Oz dat 'waarheid is wat de meeste mensen willen geloven' en het patchwork aan stijlen en subtiele verwijzingen naar andere musicals, films en verhalen dat de revue passeert. Het is een muzikaal feest, waarin swingende nummers, vette karikaturen en gevoelige duetten moeiteloos in elkaar overgaan (met als absoluut hoogtepunt het fantastische pauzenummer, 'Defying gravity', waarin we Elphaba langzaam zien opstijgen in een aureool van groen licht). Maar wat Wicked vooral wicked maakt is de fenomenale zang van de hoofdrolspeelster, Kerry Ellis, en het aanstekelijke spelplezier van de gehele cast. Toegegeven, niet alle verhaallijnen worden even goed uitgewerkt, maar ik kan er dit keer echt niet mee zitten. Ik heb nog nooit zo'n swingende, humoristische en tegelijkertijd politiek kritische musical gezien. Wat een feest!

De mooiste schrikkeldag ooit wordt in stijl afgesloten: met een paar smakelijke drankjes en fijne gesprekken. De dag heeft me veel moois gegeven, en als ik vroeg in de morgen eindelijk ga slapen ligt er een glimlach op mijn lippen.

Ik ben klaar voor de lente, klaar om te vliegen. I think I'll try defying gravity...!

Sunday, 24 February 2008

Mijn week

Het was zomaar een week in februari, een week als alle andere weken, een unieke week. Het was een mooie week, misschien iets voller dan anders, maar verder vrij representatief voor mijn leven hier. Het was een nieuwe week in Londen.

Een beeld van mijn week.

Het is zondag. Nadat ik lang heb uitgeslapen en genoten van een ontbijt bestaande uit geroosterde boterhammen met gebakken ei en sinaasappelsap loop ik naar Turnpike Lane. Ik passeer de Turkse kruidenier, de Koerdische kebabtent, het Cypriotische theehuis, het Soedanese restaurant, de lampenwinkel en de bloemenwinkel met de knalroze knuffelberen in de etalage. De zon schijnt gul. Bij de bushalte van Turnpike Lane stap ik op bus 41, die me naar Archway brengt. Daar ontmoet ik een Engelse vriendin, met wie ik een middagje ga wandelen. We lopen langs de begraafplaats van Highgate maar besluiten om het graf van Marx voor een andere keer te bewaren. Verderop vinden we plotseling een prachtig hofje met donkerbruine Anton Pieck-huizen, compleet met torentjes, glas-in-lood raampjes en krulversieringen. We lopen verder, de Hampstead Heath in. Dit is waarschijnlijk het mooiste park van Londen, en we zijn niet de enigen die op het idee zijn gekomen om deze zonovergoten zondagmiddag hier door te brengen. De heuvel geeft ons een fraai uitzicht over de stad. Ik mag Londen graag, maar moet toch echt toegeven dat haar skyline ongelooflijk lelijk is. Het ergste is het fallische ruimteschipgebouw dat de koepel van St. Paul's Cathedral overschaduwt. Maar de blauwe lucht en het groen om ons heen maken alles goed. Kinderen spelen, zwanen zwemmen parmantig rond, grasparkieten laten zich graag fotograferen, mensen liggen te zonnen. We genieten van een sandwich en een flesje perencider. Ze nodigt me uit voor het avondeten in haar nieuwe woning, en ik help haar met de bereiding van de vegetarian roast. Ik heb nog nooit roast gegeten (sterker nog, ik wist niet eens wat het was), maar het smaakt prima. We genieten van een ovengerecht met wortel, ui en geroosterde noten, frietjes van pastinaak, gebakken aardappels, een sausje van koolraap, gekookte broccoli en uienjus. Na afloop van de maaltijd bekijken we een film over surfende pinguïns op Hawaï. Dan ga ik terug naar huis, waar het internet mij vertelt dat FC Groningen van AZ gewonnen heeft. Tevreden ga ik slapen.

Het is maandag. Ik heb geen college, en besteed wat tijd aan e-mail correspondentie. De coördinator van mijn programma is het eens met mijn voorstel voor mijn scriptieonderwerp. Ik ga mijzelf verdiepen in de wondere wereld van Japans christelijk zionisme. Nee, ik maak het mezelf niet gemakkelijk, maar daarvoor ben ik dan ook niet naar Londen gekomen. Ik hoop origineel onderzoek te kunnen doen, en daar uiteindelijk een artikel over te schrijven. Het grootste probleem is vooralsnog hoe ik aan al die obscure bronnen ga komen... Behalve aan het schrijven van e-mails besteed ik enige tijd aan facebook-gerelateerd studieontwijkend gedrag. Na het middageten lees ik een uurtje of twee in The Catalpa Bow, het klassieke standaardwerk over Japans sjamanisme. Ofschoon er het nodige op aan te merken is blijft het een belangrijk werk. Dan is het tijd om te gaan. Ik neem mijn fiets en loop naar de enige fietsenwinkel hier in de buurt die ik ken. Een paar weken geleden hebben boeven mijn zadel ontvreemd, en ik kwam steeds maar niet toe aan een bezoek aan de fietsenwinkel, die zich op een klein half uur lopen van mijn huis bevindt. Ik loop met mijn fiets door Finsbury Park, en geniet van het zonnetje. Wat een februari... Als ik bij de fietsenwinkel ben komt er een man binnenlopen met een eveneens ontzadelde fiets. We lachen, en ik maak een grapje over de fietszadelbendes die de stad onveilig maken. Dan fiets ik naar de universiteit, waar ik nog een tijdje studeer. Om zes uur ga ik naar een van de gebouwen van de grote broer, het University College London, waar we repetitie hebben. Over drie weken is onze première al, maar de repetitie verloopt belabberd en het gebrek aan concentratie van sommigen irriteert me. Na afloop ga ik nog even langs de pub voor de tweewekelijkse borrel voor postgraduate studenten. De opkomst is laag, maar het is wel gezellig. Om een uur of twaalf fiets ik naar huis.

Het is dinsdag. Na een snelle douche en een kom ontbijtgranen spring ik op de fiets. Ik ben blij dat ik weer kan fietsen en niet elke dag ben aangewezen op een volle metro. Ik ben ook blij dat ik een helm draag, bedenk ik me als ik ternauwernood de moordaanslagen van Miss Diyarbakir '63, Opa Konstantinos en buschauffeur Bill overleef. Even afkloppen. Ik heb college in het gebouw aan Vernon Square. We kijken naar de vorming van laat-negentiende eeuwse mythen over de Indo-Europese oorsprong, naar de identificatie van het gebied van oorsprong met de Duitse gebieden (de 'Urheimat' ), en naar de creatie van de niet-Indo-Europese Ander als een bedreiging voor de pure oorspronkelijke cultuur - kortom, naar hoe antisemitisme deels voortkwam uit en gelegitimeerd werd door (semi-)wetenschappelijke theorieën. Na afloop van het college fiets ik naar het hoofdgebouw aan Russell Square. Ik haal mijn nagekeken papers op bij de faculty office, en zie tot mijn vreugde dat ik hoge cijfers heb gekregen en vooralsnog op koers lig voor een distinction. Dan ga ik naar de postgraduate common room, waar ik mij in een van de bordeauxrode luie stoelen nestel en artikelen lees over Japans ascetisme. Om zes uur ontmoet ik een vriendin, met wie ik eerst een kom ramen eet bij Tortoise and Hare, om vervolgens naar de repetitie van het wereldkoor te gaan. Binnenkort is onze uitvoering, en we herhalen een aantal liederen dat we eerder geleerd hebben; twee van de Balkan en drie uit zuidelijk Afrika. Zoals elke week geeft het zingen me veel energie. Na afloop lopen we naar de Theems. De Orchestra of the Age of Enlightenment geeft een concert in het kader van Nightshift: één uur durende concerten in een informele sfeer, waar studenten voor slechts vier pond naar toe kunnen. We krijgen enkele pianoconcerten van Mozart te horen. De pianist vertelt dat Mozart in feite een jazzpianist avant-la-lettre was, die tussen het orkest door improviseerde, de orkestleden en zichzelf daarmee uitdaagde en het publiek verraste. Hij laat ons horen hoe dat geklonken moet hebben, en het is fascinerend. Daarna krijgen we een dramatisch werk van Beethoven te horen - het contrast kon niet duidelijker zijn. Na een laatste drankje fiets ik naar huis.

Het is woensdag. De dag begint met een college 'Theory and Method in the Study of Religions'. Elke week verheug ik mij op deze twee uren, maar deze week nog een beetje meer dan anders, want de docent heeft een PhD-student uitgenodigd om te komen vertellen over zijn vergelijkende onderzoek naar de Kyoto School en recente Franse filosofie. Maar helaas, zijn verhaal is rommelig en onsamenhangend, hij geeft geen enkele uitleg bij de personen en concepten die hij ten tonele voert, zijn vraagstelling wordt mij niet duidelijk, en ik zet mijn vraagtekens bij zijn interpretatie van Nishida. Ik haal snel een kop koffie en een sandwich en ga dan naar mijn tweede college van de dag. We spreken over verschillende ascetische praktijken in Japan, hoe deze dienen tot het verkrijgen van charisma en religieuze macht, en hoe ze, in tegenstelling tot de gangbare idee, primair collectieve aangelegenheden zijn. We zien een fascinerende documentaire over Nichiren-monniken die in hartje winter honderd dagen vasten en continu emmers koud water over zichzelf heen gooien, onderwijl sutra's schreeuwend. Na afloop van het college ga ik alvast op zoek naar literatuur voor mijn afstudeerscriptie. Ik vind een paar interessante werken over verschillende vormen van de mythe van de verloren stammen van Israël en over Japan en haar Anderen, en ben aangenaam verrast. Aan het eind van de middag drink ik een biertje in de studentenbar, en ga dan met een vriend een hapje eten. In de kelder van een Koreaanse kruidenierswinkel bevindt zich een klein illegaal restaurantje, waar je voor nog geen vijf euro een kom bibimbap met een schaaltje kimchi en een bekertje soep krijgt. We hebben een vrij bizar gesprek over Liechtenstein en apenhersenen, waarna we teruggaan naar de bar om mee te doen aan de pubquiz. We doen het niet slecht, maar winnen niet omdat de quizmaster wilde horen dat de voodoo religie uit West-Afrika stamt. Ja hoor, en het christendom is ontstaan in het oude Egypte, ga toch fietsen. Voodoo is toch echt een Haïtiaanse constructie, deels gebaseerd op West-Afrikaanse, deels op Rooms-katholieke elementen. Maar ach, de derde plaats is ook leuk, vertellen we elkaar als we genieten van onze prijs, een fles wijn. Dan vraagt een vriend van mijn vriend of wij hem die avond willen aanmoedigen, omdat hij meedoet aan een travestieshow. Aha, vandaar die jurk en haklaarzen... Waarom ook niet. We gaan nog even langs Chinatown voor een hapje eten bij Kintaro, mijn favoriete Koreaans-Japanse restaurant, en begeven ons dan naar Soho. Voor de deur van de club staan twee meter lange kerels met sexy pruiken en minirokken te roken. Ik betreed voor het eerst in mijn leven een homoclub in Soho. Het is er eigenlijk best gezellig, en de muziek is prima. Na een tijdje gedanst te hebben is het tijd voor de show. Er wordt gejoeld en geklapt, er worden vrij hilarische karikaturen neergezet en er wordt veel gelachen. Best grappig, voor een keertje, maar ik wil het niet al te laat maken en ga dus toch maar halverwege naar huis.

Het is donderdag. Ik druk wat al te vaak op 'snooze', en moet me dus haasten. Omdat ik de vorige dag met de bus naar huis ben gegaan moet ik nu met de metro naar de universiteit. Ik las in de krant dat het Londense vervoersbedrijf geweigerd heeft een poster met een naakte renaissance-dame in de metro te hangen, omdat mensen daar wel eens aanstoot aan zouden kunnen nemen. Nou, preutse sukkels, ik neem aanstoot aan al die reclame voor louche Scheringa-achtige woekeraars die mensen in het ongeluk storten en voor plastische chirurgie en botox-behandelingen die geadverteerd worden alsof het de normaalste zaak van de wereld is, en aan die vreselijke infantiele posters met behaarde cupido's en couch potatoes die adverteren voor de een of andere datingsite. Een beetje kunst, dat zou de metro goed doen! Ik ben helaas een kwartier te laat voor mijn werkcollege, wat jammer is want mijn studiegenote geeft een interessante presentatie, gevolgd door een boeiende discussie. Na de lunch ga ik naar de postgraduate common room om te studeren. Ik heb volgende week een presentatie over Okinawaans sjamanisme en de rol van gender. Het is een fascinerend onderwerp, maar ik moet nog veel lezen want ik weet nog vrijwel niets van Okinawaanse religie. Maar oh, wat is die bank lekker zacht... Ik kan het niet laten, en geniet van een heerlijk middagdutje. Daarna lees ik verder. Om vijf uur is de wekelijkse lezing van de mytholoog. Hij spreekt even zacht, monotoon en lang als de vorige keren. Zijn verhaal zit vol met details waar ik nauwelijks chocola van kan maken. Ik teken een gemene joker, een stoere voetballer, een zwevende monnik, een emoe, een vlinder en een torii. Omdat ik vanavond niet bij de toneelrepetitie hoef te zijn ga ik na afloop van de vermoeiende lezing met mijn docente en een paar postdocs een hapje eten in het vegetarische Indiase restaurantje om de hoek. Er wordt gesproken over conferenties, over het nieuwste nummer van de nieuwsbrief waarvoor ik ook een stukje heb geschreven, en over het verschil tussen de Europese en de Amerikaanse academie. Wordt dit straks ook mijn wereld? Het klinkt in elk geval behoorlijk spannend allemaal...

Het is vrijdag. Vrijdag is een vrije dag, maar er moet wel gestudeerd worden. Dat lukt eigenlijk niet. Ik doe de was en ruim mijn kamer op, want beide waren hoognodig. Ik doe wat administratieve dingen die ik veel te lang heb laten liggen en schrijf twee kaartjes. Ik stuur een paar mailtjes en heb onverwacht een lang en vrij serieus chatgesprek met iemand. Ik bel naar White Hart Lane om te vragen of er al kaarten te koop zijn voor de UEFA-Cup wedstrijd tegen PSV, maar krijg te horen dat ik nog even geduld moet hebben. Tegen de tijd dat ik aan lezen toekom is de dag al vergevorderd. Na een tijdje gelezen te hebben doe ik boodschappen. Ik maak een eenvoudige doch smakelijke pasta met een tomaten-champignon roomsaus met zongedroogde tomaatjes, kappertjes en blaadjes van het basilicumplantje in de vensterbank. Het smaakt prima. Later die avond volgt een aangename verrassing: Zwartboek is op tv. Ik had de film nog niet gezien en bekijk hem samen met twee huisgenoten. De verhaallijn is soms wat ongeloofwaardig, maar dat neemt niet weg dat het een spannende en zeer onderhoudende film is.

Het is zaterdag. Ik realiseer me dat die presentatie steeds dichterbij komt, en lees een ietwat gedateerd boekje over de religie van Okinawa als achtergrondinformatie. Ik lees dat de hogepriesteres huisde in het paleis Shuri, dat ik drie jaar geleden bezocht heb, en bedenk me dat ik te zijner tijd best wel een jaartje in Okinawa zou willen wonen om onderzoek te doen voor mijn proefschrift. Ik eet een restje pasta en neem mijn tekst nog eens door, want om vijf uur heb ik tekstrepetitie. Het gaat onverwacht goed en ik krijg weer wat meer vertrouwen in de voorstelling. Ik ga direct door naar het feest voor postgraduate studenten van UCL en SOAS. Er zijn weinig mensen die ik ken, en de muziek is vrij beroerd, maar verder is het heel gezellig, getuige het ongemerkt voorbij vliegen van de tijd. Mogelijk heeft het feit dat de drankjes maar 1,50 kosten daar ook een en ander mee te maken. Om een uur of twee neem ik de bus terug naar huis. Na een middernachtelijke maaltijd ga ik slapen. Het was een mooie week.