Showing posts with label Middle East. Show all posts
Showing posts with label Middle East. Show all posts

Monday, 27 August 2012

Mijn zomergasten

En voor de zomer goed en wel begonnen was, was ze al weer bijna voorbij. Ik slaagde er niet in alles te doen wat ik me had voorgenomen. Zoals u heeft gezien is mijn jongste schrijfproject, het schrijven van wandelverslagen van de GR5, vooralsnog onaf. Met mijn proefschrift wil het ook niet echt vlotten - ik worstel nog met mijn tweede theoriehoofdstuk - maar ik heb wel een belangrijke paper geschreven en gepresenteerd op een symposium in Kopenhagen, waar ik ook een aantal nuttige contacten heb opgedaan. Behalve in Kopenhagen zijn we in Boedapest, Wenen, Düsseldorf, Amsterdam en Leiden geweest, waar we genoten hebben van het weerzien met oude vrienden, en van de mooie architectuur. Verder hebben we ons een aantal weken teruggetrokken op het Groningse platteland voor een werkvakantie (een fraai oxymoron, vindt u niet?). Van de meegetorste boeken is slechts een beperkt aantal gelezen, helaas.

Het is niettemin fijn om weer eens wat langer in Nederland te zijn. Verandering van spijs doet eten, zegt men; verandering van omgeving kan nieuwe energie geven. De uitgestrekte groene velden vormen een aangename afwisseling op de bossen en heuvels van Oslo. Het is goed om een grote tuin te hebben (een luxe die ons in Oslo niet gegund is), en te kunnen werken in 's lands mooistgelegen stacaravan - dezelfde waar ik ooit mijn masterscriptie schreef. Het is goed om weer even van dichtbij mee te maken wat er zoal speelt in het moederland - van hartverwarmend olympisch patriottisme ('En hij staat! En ik sta ook! En het hele land staat!') tot tenenkrommende verkiezingsretoriek (een minister-president die grossiert in jijbakken en welles-nietes, en geen verantwoording aflegt voor twee jaar van polarisatie en economische stagnatie, terwijl zijn voornaamste uitdager evenmin concrete oplossingen weet aan te dragen; voorwaar weinig reden voor optimisme). Maar het leukste is toch het jaarlijks terugkerende televisiespektakel: Zomergasten.

Toegegeven, ik heb niet alles gezien. Lang niet. Een kort stukje van de aflevering met Henny Vrienten, op internet; te kort om er een oordeel over te kunnen vellen. Delen van de aflevering met Lidewij Edelkoort, een dame die helaas bleek te grossieren in pretentieuze prietpraat en nietszeggende clichés. En, al heen en weer zappend van en naar het teleurstellende lijsttrekkersdebat, delen van de boeiende aflevering met Adriaan van Dis - een fascinerende verteller, die interessante fragmenten had uitgekozen. Ik hoop volgende week nog het tweede deel van het gesprek met Jolande Withuis te zien.

Zoals elke keer na een geslaagde aflevering van Zomergasten kon ik het niet laten mij twee vragen te stellen. Ik vermoed dat ik niet de enige ben die het zich afvraagt. Ten eerste: als ik presentator van het programma zou zijn, en zes mensen zou mogen uitnodigen, wie zouden dat dan zijn? En ten tweede: als ik zelf gevraagd zou worden als gast, welke fragmenten zou ik dan uitkiezen?

Als ik presentator zou zijn, zou ik de volgende gasten uitnodigen (op alfabetische volgorde): Hans Achterhuis, Marlene Dumas, Femke Halsema, Wim Mertens, Jörgen Raymann en Herman van Veen. Hans Achterhuis is een van Nederlands bekendste filosofen; hij heeft boeiende boeken geschreven over geweld en utopisme, maar ook over de 'markt van welzijn en geluk'. Tegenwoordig werkt hij als 'denker des vaderlands'. Marlene Dumas is een Zuid-Afrikaanse kunstenares, woonachtig in Nederland; ze is wereldberoemd vanwege haar expressieve en expliciete schilderijen, zoals de portretten van Osama Bin Laden en Ulrike Meinhof. Femke Halsema is de voormalige partijleider van GroenLinks, en (naar mijn mening) een van de meest visionaire Nederlandse politici van de afgelopen tien jaar; in politiek Den Haag wordt ze tegenwoordig node gemist. Wim Mertens is een Vlaamse componist, pianist en musicoloog; hij is bekend vanwege zijn minimalistische muziek (stukken als Struggle for Pleasure en Often a Bird) en filmmuziek, waarin hij probeert elementen uit de natuur te verbeelden. Jörgen Raymann is een bekende cabaretier en programmamaker van Surinaamse afkomst; hij is een van de meest prominente vertegenwoordigers van de Nederlandse multiculturele samenleving. En Herman van Veen is een van 's lands bekendste zangers en theatermakers, die al decennia op eenzame hoogte staat. Me dunkt dat ik met deze zes gasten een mooi seizoen Zomergasten kan maken. Nu maar hopen dat ze allemaal willen komen...

Als ik zelf gast zou zijn, zou ik ook een mooie televisieavond samenstellen. Ik zou denk ik beginnen met een fragment uit de film Spirited Away, die ik op vijftienjarige leeftijd in Japan zag, en die de nodige invloed zou uitoefenen op mijn latere interesses: een scène waarin een god naar een badhuis gaat, en waarin noties als rituele reinheid en milieuverontreiniging creatief bij elkaar worden gebracht. Het is de tweede helft van dit filmpje:


Dit zou een mooi opzetje zijn voor een gesprek over mijn interesse voor Japanse cultuur, wat me de gelegenheid zou geven het volgende fraaie fragment te laten zien. Het is afkomstig uit een documentaire van de Duitse filmmaker Wim Wenders, en laat zien hoe plastic modellen van gerechten (herkenbaar voor iedereen die ooit in Japan is geweest) vervaardigd worden:


Dit fragment zou aanleiding geven tot een gesprek over de categorieën 'cultuur' en 'natuur', en de verschillende manieren waarop deze op verschillende plaatsen geconceptualiseerd worden. We blijven nog even in Japan, en bekijken een stuk van de documentaire Satoyama, over 'traditionele' Japanse cultuur-natuurlandschappen (met de voice-over van niemand minder dan Sir David Attenborough):


Tijd voor wat theoretische reflectie op de wijze waarop dit soort historisch gevormde beelden genaturaliseerd worden, en waarop ideologische motieven depolitiseerd worden. We gaan praten over processen van mythevorming, aan de hand van een fraai historisch interview met de filosoof Roland Barthes:


De stap van mythevorming en ideologie naar religie is snel gezet. We komen te spreken over de rol van religie in identiteitsvorming, en in differentiatie. Ik vertel over mijn eerste studiereis, op negentienjarige leeftijd naar Libanon, en hoe dit mijn latere denken over religie beïnvloed heeft. Daarbij heb ik gekozen voor een fragment uit de documentairereeks van Jan Leyers, De weg naar Mekka; aflevering zeven, die zich in Syrië en Libanon afspeelt. Hieronder een ander fragment uit dezelfde documentairereeks, omdat ik de betreffende aflevering niet online kon vinden.


We blijven nog even bij het thema religie-identiteit-geweld, en bij verhoudingen tussen christenen en moslims. Het volgende fragment komt uit Adriaan van Dis' fascinerende documentairereeks over het moderne Indonesië; uit aflevering vier, om precies te zijn, die zich afspeelt op de Molukken.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


Naar aanleiding van dit fragment zou ik iets kunnen vertellen over mijn eigen ervaringen in Indonesië, en mijn familiegeschiedenis.Vervolgens zou ik het veelgehoorde argument dat 'religie' verantwoordelijk is voor geweld kritisch tegen het licht houden, en laten zien dat radicale vormen van religie niet essentieel verschillen van andere vormen van utopisme; ze kunnen een zelfde legitimerende werking hebben als, bijvoorbeeld, nationalisme of communisme. Ik zou dit aantonen aan de hand van een scène uit The Wind that Shakes the Barley, een fascinerende film van Ken Loach over het ontstaan van de IRA, die de toeschouwer confronteert met moeilijke morele dilemma's en simplistisch goed-kwaad denken problematiseert. Hier alvast de trailer:


Maar religie kan ook inspirerend werken. Het kan mensen motiveren zich in te zetten voor een betere maatschappij, en het kan ze tot steun zijn in moeilijke tijden. Ik zou een fragment laten zien uit een interview met Yusuf Islam, beter bekend als Cat Stevens; een inspirerende man, wiens muziek mij nog altijd weet te raken.


Vroeger of later wordt het gesprek dan minder academisch, en persoonlijker. De presentator (wie zou het zijn?) stelt me de onvermijdelijke vraag: 'Wat geloof je zelf?' Ik weet nog niet hoe ik die vraag ga beantwoorden. Maar ik denk dat ik iets laat zien van een documentaire over een andere inspirerende man, een filosoof-mysticus uit het land waar ik tegenwoordig woon, die wijze dingen heeft gezegd over de verhouding tussen mens en natuur: Arne Næss. Ik vertel over wandelen, en over mijn affiniteit met zijn ideeën.


Als we verder spreken over Noorwegen, komen we ook te spreken over het land en zijn maatschappij - en, onvermijdelijk, over de verschrikkelijke aanslagen van juli 2011. Ik laat een fragment zien uit de toespraak van de minister-president, Jens Stoltenberg, die symbool staat voor de wijze en waardige manier waarop de Noorse bevolking gereageerd heeft op de aanslagen.


Waar mijn interesse voor identiteit en ideologie, mijn politieke betrokkenheid en mijn rechtvaardigheidsgevoel vandaan komen? Van Alfred Jodocus Kwak, natuurlijk. En misschien komt daar ook wel de wens vandaan om ooit met een mooi meisje uit een ver land te trouwen, wie zal het zeggen. Ik zal in elk geval de scène tonen waarin Alfred in de trein zit die teruggaat van Afrika naar Waterland. Hij ontmoet daar zwarte eenden, die hem vertellen over apartheid. En hij ontmoet Winnie, de vrouw van zijn leven. Het is een scène die een onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt. Ik zag hem als kind, één keer, en ik ben hem nooit vergeten.


Zuid-Afrika en grensoverschrijdende liefde: dan kan ook Stef Bos niet ontbreken. Een beetje religieus gekleurde romantiek, en een bruggetje om over mijn eigen ervaringen met een 'internationale relatie' te vertellen - over onze bruiloft, bijvoorbeeld, en hoe we daar onze eigen interpretatie van traditionele rituelen hebben gemaakt. Hybride identititeit als bron van creativiteit.


En daarmee zou de stap naar Vietnam gemaakt zijn. Ik zou vertellen over mijn tijd in Vietnam, over de grote veranderingen die dit land heeft doorgemaakt, maar ook over de problemen. En ik zou aandacht vragen voor het leed dat de mensen in dit land is aangedaan, doordat de VS er op grote schaal chemische wapens hebben gebruikt, die tot op de dag van vandaag zorgen voor ziekte, verminking en milieuverontreiniging. Dit is een fragment uit een Australische documentaire.


Maar Vietnam is meer dan alleen de oorlog. Ik zou ook iets moois van het land willen laten zien. Bijvoorbeeld een scène uit The Scent of Green Papaya, een prachtige verstilde film over een straatarm maar optimistisch meisje in Saigon dat droomt van een mooie toekomst. Hierbij de trailer:


Als laatste zou ik een fragment willen laten zien uit een recent interview met Aung San Suu Kyi. Ik heb grote bewondering voor de wijze waarop zij jarenlang, vreedzaam maar doortastend, gestreden heeft voor een vrij en democratisch Birma. De prijs die ze daarvoor betaald heeft is hoog geweest, maar ze heeft de hoop nooit opgegeven. Birma staat nu aan de vooravond van grote veranderingen, zo lijkt het. Laten we hopen dat de belofte wordt waargemaakt, en dat dit land een voorbeeld gaat zijn voor andere totalitaire staten, in de regio en daarbuiten.


En zo zouden we de avond wel vol krijgen. Als keuzefilm zou ik moeten kiezen tussen Spirited Away, The Wind that Shakes the Barley en The Scent of Green Papaya. Daar moet ik nog even over nadenken.

Ik kan niet wachten tot ik word uitgenodigd. Maar ik zal nog wel even geduld moeten hebben.

Sunday, 12 February 2012

Kafka Airlines

It is very cold, minus ten around noon, but the darkness of December has fortunately disappeared. The sky is spotless blue, the snow in the garden shining brightly. We could go out, do as the Romans do, go skiing in the forest. But today is one of those lovely lazy Sundays that need nothing but a big brunch, a pot of green tea and classical music; one of those days that do not need clocks. Time to sit down, let my mind wander, and do some writing.

I realise there is a story that I have not told you yet. It wants to be told. It is a story about some of the discriminatory structures by which global society is organised, and about bureaucratic insanity. It is a sad story, but it has a happy end.

The last story I told you was about Phan Rang, the fascinating land of the Cham in southern Vietnam. We stayed there for a couple of days, then went back to Saigon by train. In Saigon, we borrowed a motorbike, navigated the crazy traffic, and explored the city. We visited two Chinese temples, as well as the excellent museum for traditional Vietnamese medicine. We enjoyed delicious noodle soup and soursop shakes, and had dinner and drinks with friends. And we did some serious last-minute shopping, for we were about to return to the world’s most expensive country. We brought home our luggage in two brand-new suitcases.

On Monday, we went to Tan Son Nhat international airport, and checked in for our flight back home. The Vietnamese Turkish Airlines employee at the check-in desk looked for Nhung’s Schengen visa. But Nhung did not have a visa, nor did she need one, for she is a registered resident of Norway. As the spouse of a Dutchman, the Norwegian immigration agency treated her as if she were an EEA citizen herself; hence, they refused to give her the passport sticker that other non-European immigrants get. Quite ridiculous, for she still has a Vietnamese passport, which has little value internationally – but as we know, bureaucrats have their own incomprehensible logic, which does not usually correspond to the logic of the rest of the world. So all she got was a piece of paper called ‘residence card’ (‘oppholdskort’), printed on a simple A4 with a single blue stamp and signature. It works fine in Norway, it has not caused any problems on intra-European flights yet, but it is hopelessly inadequate when travelling outside the Schengen area.

The entire ground staff of Turkish Airlines in Saigon got involved. Nobody knew what to do. These days, airline companies are responsible for returning people who do not have proper travel documents; accordingly, they have become extremely strict when it comes to passport validity and visas. Unfortunately, though, airline employees are not usually trained to recognise official documents, nor do they know anything about European immigration law. The other day, an Air China employee in Osaka nearly refused me entry to the plane back to Norway, as I did not have a ‘Norwegian visa’ nor an onward ticket to my ‘home country’. I am not kidding. My attempts to explain the lady something about Schengen principles were in vain, for her computer told her otherwise, and computers cannot lie. But I have a Dutch passport, not a Vietnamese one, so I got away with it. This was different. This was worse.

Anticipating the possibility that Nhung’s residence card might not be recognised internationally, we had brought a pile of papers – marriage certificate, police registration letter, certificate of university enrolment, legalised translations and so on. The papers were confiscated, copied, scanned and discussed by people who, ultimately, knew next to nothing about legal matters. We were waiting patiently – ten minutes, twenty minutes, thirty minutes. My patience gradually gave way to anxiety. A man tried to call the headquarters of his airline company in Istanbul, but did not manage to get through. He tried to call the Norwegian immigration agency, but did not manage to get through there either. We had been among the first in line for the check-in. Now, the queue had disappeared, and the last people were checking in. Thirty minutes before boarding. I tried reason, I tried anger, I tried humour. I tried everything I could to convince them to let us board the fucking plane.

After more than an hour, in which he repeatedly tried to make phone calls but did not manage to talk to anybody who knew anything, the man sighed. ‘I can let you board the plane,’ he said, ‘but I don’t know what they will do in Istanbul. I cannot guarantee that she will be allowed to board the plane to Oslo. In that case, you will have to buy a flight ticket back to Vietnam, which is very, very expensive. Do you agree to pay for this yourself?’ He looked at me, waiting for my answer. I had little choice but to agree. Unlike the Air China lady in Osaka, he did not make us sign any contract, though.

Relieved, we finished the check-in process. We got back our pile of papers, then passed through the security check. Next, we had to pass immigration. I went first, and got my exit stamp. Nhung followed me. But something was wrong. The immigration official stopped her, called a colleague, and discussed with him. I could not hear what they were saying. I was standing on the other side of the border. Nhung was taken away to a room. I wanted to go back, follow her, but I was stopped. There was nothing I could do. She did not even have any cash to bribe the official.

I waited anxiously. Ten minutes lasted an hour. I assumed that this had something to do with the residence card as well, but I did not understand why these people were making a problem, for Nhung had checked in and received her boarding pass. If they did not allow her to leave the country, I could not stay with her, for I had already left the country, and my visa was single-entry. I tried hard to control my breath.

She came out of the room. From where I was standing, I could see her. She walked back to the desk. She seemed remarkably calm. Having grown up in Vietnam, she is much more used to bullying officials than I am, and has learned not to show any emotion in their presence. At the desk, she got an exit stamp, then walked in my direction. She greeted me quietly. We were on the same side of the border.

Apparently, she had not been stopped because of the residence card, but because her passport was only valid for another four months. It should have been six. In fact, she had tried to get a new passport in Hoi An, but it would have taken at least ten days, which we simply did not have. So we had decided to apply for a new passport at the Vietnamese embassy in Oslo after returning to Norway. No problem, we thought. The Vietnamese immigration officials, however, thought otherwise. They gave me the worst ten minutes I have ever experienced.

When we arrived at the gate, boarding had already started. We boarded the plane. I thought I would feel relieved, but I did not, for I did not know what was going to happen in Istanbul. Turkish Airlines know how to make good food, but this time my stomach did not appreciate it. A cartoon movie provided some temporary distraction, and I managed to catch a few hours of restless sleep. When we arrived in Istanbul, we did some shopping and had a coffee, then went to the gate for our connecting flight. The words of the man in Saigon still sounded in my ears. They may refuse her.

We were first in line. We were stopped. The airline employee started searching Nhung’s passport for a visa. We gave him the residence card. He looked at it with a surprised expression, somewhat annoyed, as if he was being fooled. He called his superior, then continued to let other people board the plane. People stared at us, some compassionately, others indifferently or mildly amused. Nobody asked us what was going on. The man’s boss arrived. Just like him, she obviously knew nothing about Norwegian residence documents. She looked at the paper with an empty look on her face. I tried to explain the situation, but her English was poor. Inside me, I felt fresh anger and anxiety coming up.

The woman tried to make a phone call to Norway. Unlike her Vietnamese colleague, she actually managed to talk to somebody. She explained the situation in an incomprehensible mixture of English and Turkish, that must be hard to understand for the person on the other side. Any misunderstanding could be fatal, so I still felt nervous. She told the person that Nhung’s surname was Nhung; I overheard it, and corrected her just in time. After several minutes of mutual misunderstandings and repeated sentences, she finally received confirmation that Nhung is, in fact, a legal resident of Norway. She seemed somewhat surprised, but let us board the plane. I could hardly feel relieved. I felt empty, and exhausted, and became an easy prey for this winter’s influenza virus.

This happened one month ago. Today, everything is fine. We are happy to be at home. Home is here, in snowy Oslo. Home is where we can be safe together. Despite the cold weather, I enjoy being back in quiet and beautiful Norway. I also enjoy being back at my university, sharing thoughts with friends, studying classical Chinese, working on my dissertation. I do not want to leave Europe any time soon. And I certainly do not want to think about papers for a while.

Sunday, 8 May 2011

Obama's failure

A year and a half ago, I wrote a blog entry about Obama, just after he had received the Nobel Peace Prize. Unlike many others, I said that I sympathised with the committee's decision to award him the prize. That is, I considered his policies and intentions to be promising, and his speech acts to be significant political deeds. I stated that, whereas I was in no position to judge whether he actually deserved the prize or not, I was happy they gave it to him - for I considered it a welcome act of support for his attempts to reach out to the Muslim world, and his commitment to nuclear non-proliferation.

The time has come to admit that, sadly, I was too optimistic. Obama continues to be a great performer and story-teller, and he is more moderate than any right-wing republican would ever be. In the end, however, he is as unilateral, patriotic and pragmatic as any American president since the Second World War. His real commitment is to American commercial and military interests, not to the establishment of international peace, justice and democracy. The fact that after several years in office he still did not manage to close down Guantanamo Bay shows that his commitment to law and justice is not as serious as his rhetoric suggests. The questionable involvement (or lack thereof) in the recent revolutions in different Middle Eastern countries shows that the establishment of peace, freedom and autonomy in the region is no priority to this US government. But the most shocking disillusionment was his statement that 'justice has been done', earlier this week. I'll explain.


The first thing I read when I woke up on Monday morning was the news that Bin Laden had been killed. The first thing that struck me was the nature of the reactions - on social media, on pictures and footage of cheering crowds, on newspapers and websites. I was surprised by the ways in which people celebrated and rejoiced in the violent murder of four people, three of whom had been unarmed. I thought this might be an appropriate moment for some serious reflection on the costs of ten years of war, and for commemoration of the many victims of those ten years - in the US, in Afghanistan, in Iraq and elsewhere. Instead, people danced on the streets waving their flags as if their national team had just won the World Cup. The violent murder of an unarmed old man was celebrated as a heroic deed. As US-based journalist and eye-witness Mona Eltahawy wrote in The Guardian:
I could hear the cheers as I got out of the taxi, two blocks away. I could hear them from right in front of Park 51, the site of a planned Islamic community centre and mosque that met ferocious opposition last year for being too close to the "hallowed ground" of Ground Zero. It was minutes after President Obama's announcement that Osama bin Laden had been killed, and I was heeding a friend's suggestion that we – both Muslims – take candles and stand in vigil where the World Trade Centre stood before Bin Laden's footsoldiers took it down. So it was a shock to find hundreds of others had turned that hallowed ground into the scene of a home crowd celebrating an away victory they hadn't attended, the roots of which they were probably not there to experience or were too young to remember. (...) The scene at Ground Zero was like a parody of Team America, the film created by the South Park team to parody Bush's America gone wild on nationalism. Now that we've parodied the parody, can the frat boys go home and can we return to the revolutions of the Middle East and north Africa that symbolically killed Bin Laden months ago? I'm not hearing sympathy for Bin Laden from Muslims and Arabs I know. They're relieved he's finally gone. But they're understandably concerned that media obsession will let him hijack these noble revolutions. One man has been killed; dozens courageously staring down despots are slaughtered every day.
As I wrote on my facebook page, the reactions are partly created by cultural circumstances. In a culture where most people think in terms of absolute good and evil, the use of violence to 'defeat evil' is easily legitimated. Thus violence is cultivated. It is no wonder that in a country where many people believe they have a god-given right (literally) to defend themselves, violence is widespread, to the point that it has become an intrinsic part of society. And if violence is common within society, so too the use of violence to defend national interests abroad is easily justified, especially if it is combined with a discursively cultivated notion that the nation is under attack. As the nation in American civil religion is identified with the supreme good, so its antagonist must represent absolute evil. The evilness of the Other becomes non-negotiable. There is no place for nuances in such a scheme.

The fact that my criticism angered some of my American relatives - well-socialised members of their society - to the point that they refuse to be in touch with me any longer sadly confirms my point. It illustrates how widespread the mentality of 'if you're not with us, you're against us' actually is, when even people whom I thought peaceful suddenly express bloodthirsty patriotism. Not only are they unwilling to question their culturally defined assumptions, they are also insulted if others refuse to see the world in their terms.

There are a few questions the event has triggered. First of all, why did the US wait so long before they killed Bin Laden? Why did it take ten years to find him? Or did it? What if they knew where he was all along, carefully monitoring his whereabouts? There is evidence that they knew his location several months ago, possibly much longer. For a long time, 'Bin Laden' was a symbolic justification for US military presence in Afghanistan, and as such they had to keep him alive and prevent they couldn't find him. But now that the US have pretty much given up Afghanistan (a 'failed state' ruled by local warlords), and Obama wants to retreat his troops, he no longer needs this justification. Instead, it was politically more opportune to kill Bin Laden - the domestic popularity this would give Obama far outweighed any possible international criticism. And unlike other countries, the US easily get away with this sort of violations of international law, and the territorial integrity of another country. Instead, they received congratulations from all over the world. The power of the strongest...

Noam Chomsky made several interesting remarks about this, so I'll quote him at length:
It’s increasingly clear that the operation was a planned assassination, multiply violating elementary norms of international law. There appears to have been no attempt to apprehend the unarmed victim, as presumably could have been done by 80 commandos facing virtually no opposition—except, they claim, from his wife, who lunged towards them. In societies that profess some respect for law, suspects are apprehended and brought to fair trial. I stress “suspects.” In April 2002, the head of the FBI, Robert Mueller, informed the press that after the most intensive investigation in history, the FBI could say no more than that it “believed” that the plot was hatched in Afghanistan, though implemented in the UAE and Germany. What they only believed in April 2002, they obviously didn’t know 8 months earlier, when Washington dismissed tentative offers by the Taliban (how serious, we do not know, because they were instantly dismissed) to extradite bin Laden if they were presented with evidence—which, as we soon learned, Washington didn’t have. Thus Obama was simply lying when he said, in his White House statement, that “we quickly learned that the 9/11 attacks were carried out by al Qaeda.”

Nothing serious has been provided since. There is much talk of bin Laden’s “confession,” but that is rather like my confession that I won the Boston Marathon. He boasted of what he regarded as a great achievement.

There is also much media discussion of Washington’s anger that Pakistan didn’t turn over bin Laden, though surely elements of the military and security forces were aware of his presence in Abbottabad. Less is said about Pakistani anger that the U.S. invaded their territory to carry out a political assassination. Anti-American fervor is already very high in Pakistan, and these events are likely to exacerbate it. The decision to dump the body at sea is already, predictably, provoking both anger and skepticism in much of the Muslim world.
We might ask ourselves how we would be reacting if Iraqi commandos landed at George W. Bush’s compound, assassinated him, and dumped his body in the Atlantic. Uncontroversially, his crimes vastly exceed bin Laden’s, and he is not a “suspect” but uncontroversially the “decider” who gave the orders to commit the “supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole” (quoting the Nuremberg Tribunal) for which Nazi criminals were hanged: the hundreds of thousands of deaths, millions of refugees, destruction of much of the country, the bitter sectarian conflict that has now spread to the rest of the region.
Chomsky does what an intellectual has to do: question the self-evident, taken-for-granted 'truths' spread by the ideological state apparatus and reproduced in media discourse. At least the US has some critical citizens who don't rejoice in the violent death of the man who was turned into a symbol of evil, and don't unconditionally accept the government's narrative. I am not sure Chomsky is still in touch with all his relatives, though.

So why was Bin Laden killed, and not captured alive? Why not bring him to court, provide irrefutable evidence of his involvement, and punish him accordingly? The truth could have been found, and justice could have been done - would that not have been better than turning Bin Laden into a martyr, and giving rise to all sorts of new myths and conspiracy theories surrounding his life and death? As Geoffrey Robertson wrote in The Independent,
America resembles the land of the munchkins, as it celebrates the death of the Wicked Witch of the East. The joy is understandable, but it endorses what looks increasingly like a cold-blooded assassination ordered by a president who, as a former law professor, knows the absurdity of his statement that "justice was done". Amoral diplomats and triumphant politicians join in applauding Bin Laden's summary execution because they claim real justice – arrest, trial and sentence would have been too difficult in the case of Bin Laden. But in the long-term interests of a better world, should it not at least have been attempted? (...)
[T]he notion that any form of legal process would have been too hard must be rejected. Khalid Sheikh Mohammed - also alleged to be the architect of 9/11 - will shortly go on trial and had Bin Laden been captured, he should have been put in the dock alongside him, so that their shared responsibility could have been properly examined. Bin Laden could not have been tried for 9/11 at the International Criminal Court – its jurisdiction only came into existence nine months later. But the Security Council could have set up an ad hoc tribunal in The Hague, with international judges (including Muslim jurists), to provide a fair trial and a reasoned verdict. (...)
It was not always thus. When the time came to consider the fate of men much more steeped in wickedness than Bin Laden – the Nazi leadership – the British government wanted them hanged within six hours of capture. President Truman demurred, citing the conclusion of Justice Robert Jackson that summary execution “would not sit easily on the American conscience or be remembered by our children with pride?the only course is to determine the innocence or guilt of the accused after a hearing as dispassionate as the times will permit and upon a record that will leave our reasons and motives clear”. He insisted upon judgment at Nuremberg, which has confounded Holocaust-deniers ever since.
May it be the case, then, that Bin Laden was killed simply because there was not enough legal evidence of his involvement in the attacks of September 11? What kind of proof is there anyway? Perhaps his involvement was in fact limited - perhaps the attacks were designed by Khalid Mohammed and Mohammed Atta, and all Bin Laden did was provide symbolic justification. I honestly don't know. Sure, he claimed he was directly responsible - but why on earth should the statements of this man, who obviously suffered from megalomania, be taken at face-value...?

Obama has missed a great opportunity to strengthen the institutions of international law, which contribute to international cooperation, justice and peace. He has missed the opportunity to find out the truth about Bin Laden's alleged responsibility for the deaths of thousands of people. He has acted unilaterally, without any respect for international relations. He has directly violated international law, by ordering the assassination of an unarmed man who in all likelihood could have been captured alive. Thus, he has let political Darwinism and an eye-for-an-eye mentality prevail over justice.

By making these choices, he has desecrated the Nobel Prize. He isn't the first one, he won't be the last one - but it is disappointing nonetheless.

Sunday, 1 May 2011

The prince and the president

I tried my best to ignore it, but I did not manage. Every single news website I opened was full of stories about 'the dress', 'the kiss' and 'the guest list'. Every radio DJ I listened to was talking about it, and playing songs appropriate for the occasion. Facebook friends worldwide posted status updates and tweets commenting on the ongoing events. I was surprised, to say the least. I don't care at all about the British monarchy. I understand that a royal wedding is a big media event in the country where it takes place, but I fail to comprehend why Dutch, Norwegian or Vietnamese media should report it extensively, and why so many people around the world should follow it so obsessively. I was also surprised by the general lack of reflection. British acquaintances known for their leftist criticism of power structures suddenly expressed themselves online in patriotic terms, enchanted by 'the very modern fairytale' they witnessed.


I lived in the UK, a couple of years ago, for a period of ten months. It was a great experience, but I don't think I ever really understood the country. I didn't understand the strange mix of ruthless capitalism and polite friendliness, of inspiring critical thought and widespread alcohol/drug abuse, of multiculturalism and provincialism. In fact, of the five countries where I have lived, the UK is probably the one I understood and identified with the least. Nevertheless, I enjoyed living there. In particular, I enjoyed the many great walks I made - long-distance treks in the countryside, but also many city walks in London, a fascinating, multi-faceted city.

On one of those walks, I passed the Syrian embassy. In the ambassador's parking space was a beautiful, shiny old Rolls Royce. The number plate on the car said '007', and must have cost a fortune only a great fan of British culture would be willing to spend. I figured it belonged to the ambassador himself, as he is a wealthy, well-educated cosmopolitan, a man of the world who is as much home to the world of British aristocracy as to Syrian intra-party politics. The rules of nepotism are universal, after all.


He must have been very sad, this cosmopolitan James Bond fan, that he was not allowed to attend the prince's wedding. His presence was no longer considered 'appropriate' by the royal family, to which he reportedly reacted by saying he found it 'a bit embarrassing'. But he happens to represent a government which during the past couple of weeks has killed several hundred protesters. Random shooting, random killing during demonstrations of people demanding more political freedom, again and again. President Bashar al-Assad is trying hard to walk in the footsteps of his father Haffez, who once wiped out an entire urban district, killing tens of thousands of people in a city otherwise known for its beautiful wooden water wheels.

Poor ambassador. But I understand the decision of the royal family to withdraw his invitation. After all, the prince's wedding was one big PR event, designed to strengthen the position of the royal family by effectively communicating the centuries-old message that the British nation and the royal family are existentially connected; that in effect, the one cannot live without the other. A fairytale indeed, or a myth: a story that is told to convey a powerful ideological message, by not making that message explicit but trying to make it look like it is eternal, natural and self-evident. Bread and games, in other words - an event designed to legitimate power structures by depoliticising them (merci monsieur Barthes). Thus, possible associations with politics proper were to be avoided, especially if the issues were controversial. That is exactly the reason why Brown and Blair were not invited, and it is also the reason why the Syrian ambassador had to stay home and watch TV.

The prince has made the right decision, politically speaking. On Friday, the very day of the wedding, Bashar's troops killed another fifty protesters in Damascus. The world didn't watch, though, as the world was busy discussing Kate Middleton's dress. 'Finally some happy news, after all the violence we usually see on TV', somebody said on the radio. Those poor TV audiences, involuntarily confronted with suffering Arabs all the time, finally got some well-deserved romantic images they could consume and enjoy. Blissful oblivion, depoliticisation at its most powerful.


People usually associate me with East Asia (Japan and Vietnam, in particular). Rightly so, I guess. But there is another region in the world which I find beautiful and intriguing, and which I studied when I was in university - not as extensively as Japan, of course, and I never had time to learn any of the languages, but nevertheless it is a region I feel strongly attracted to. I am referring to the Middle East. I have visited Turkey, Lebanon and Israel, trips I greatly enjoyed because of the rich cultural heritage, beautiful natural landscapes and great hospitality (and food) I encountered. And before I moved to London in 2007, I travelled to Syria. I only spent two weeks in the country, but I will never forget it as it was one of the most wonderful places I have ever been. From the ruins of Palmyra to the monastery of Mar Mousa, from the churches and mosques of Damascus to the souq of Aleppo, from the friendly Kurdish bus company employee who guided me through Qamishle to the atheist refugee film maker I celebrated Iraq's Asia Cup victory with - it was a travel experience I will never forget.


One of the first things I noticed when I was in Syria was the impressive quantity of pictures of the president and his father. They are, quite literally, everywhere. Pictures and statues of father and son Al-Assad in Syria are more omnipresent than pictures of Ho Chi Minh in Vietnam. Trust me, that means something, as there is hardly a house in Vietnam that doesn't have a picture of the Great Uncle. There were so many images of the Al-Assads that it was hard to take them seriously, especially since some of them were, let's put it mildly, somewhat kitschy...


It made me wonder what people really thought about the president. The Kurdish man I spoke with was critical, of course, as apparently Bashar had broken his promise to give many stateless Kurdish residents Syrian nationality. A young lady in Damascus, on the other hand, insisted that all people in Syria loved Bashar and that he was very popular - she admiringly showed me a picture of the young president with his wife and their baby daughter. In fact, I remember that at the time international commentators and diplomats were still fairly optimistic about the apparent reform-mindedness of the president and his regime. His position seemed rather stable.

Change does not always come gradually. Sometimes there are no significant changes for ages, and then suddenly everything is turned upside-down overnight, as we have witnessed in Egypt. But I don't think the Syrian army is as willing to leave the protesters be as the Egyptian army was, and I am afraid the suffering will continue. The 'moderate' president and 'loving young father' is turning into a tyrant, a ruthless murderer who is willing to sacrifice many innocent people's lives in order to secure his own power position.

I feel sad for the people of Syria. If any of them were to read this post, by any chance, the only thing I can say is the following: thank you for the hospitality you gave me when I visited your beautiful country. I hope and pray that you will achieve what you are longing for: freedom of oppression. Your suffering has not remained completely unnoticed.

Share your stories.

Friday, 25 December 2009

Kerstverhalen

De leraar vertelt zijn leerlingen een verhaal dat de meeste van hen nog nooit gehoord hebben. Het speelt zich af in een land hier ver vandaan, lang, lang geleden. Het gaat over een arme man en vrouw, die ver moesten reizen, ook al had zij een baby in haar buik. Toen ze eindelijk aankwamen in het stadje waar ze moesten zijn was het laat en donker. En koud. Ze klopten aan bij verschillende herbergen, maar die waren allemaal vol. Uitgeput zochten ze hun toevlucht in een stalletje, dat ze moesten delen met een os en een ezel. Toen werd de baby geboren. Het was een bijzondere baby. Hij huilde niet, maar keek verwonderd om zich heen. Hij had grote bruine ogen. De ouders vroegen de os en de ezel of ze hun voerbak mochten lenen. Dat mocht, want de dieren begrepen ook wel dat hier iets bijzonders gebeurd was. Ze legden de baby in de voerbak, op een bedje van stro, en stopten hem lekker in. Het kindje viel in slaap, en de moeder ook. De vader, die niet echt de vader was maar wel die verantwoordelijkheid op zich nam omdat niemand wist wie en waar de echte vader was, hield de wacht. Hij zag niet dat er in de lucht boven het stalletje een grote, felle ster verschenen was.

In de heuvels buiten het stadje lag een groepje mannen te slapen, naast een kudde schapen. Een van de mannen was wakker. Hij moest moeite doen om zijn ogen open te houden, maar hij wist dat hij niet in slaap mocht vallen, want dan zou een hongerige wolf of een gemene rover zomaar een aantal van hun schapen kunnen stelen. Plotseling hoorde de man een geluid. Hij schrikte op. Het klonk niet als een wolf, maar als gezang. Heel mooi, hoog gezang. Langzaam kwam het dichterbij. De donkere hemel werd langzaam licht. De man was bang, en maakte zijn vrienden wakker. De lucht werd steeds lichter, het gezang steeds luider. Toen zagen ze het. Tientallen, misschien wel honderden engelen zweefden voor hen, en zongen van een baby'tje dat geboren was, hier vlakbij, in Betlehem. Dat baby'tje was gekomen om hun te leren hoe zij elkaar en anderen moesten liefhebben. De mannen hoorden het met open monden aan. Toen de engelen weg waren, gingen zij met al hun schapen terug naar het stadje, dat Bethlehem heette. Aan de hemel stond een heldere ster die ze nog nooit eerder hadden gezien. Toen ze bij het stalletje waren, begroetten ze de verraste ouders, en liepen naar de voerbak, waarin een baby'tje lag te slapen. Ze knielden voor hem neer.




Een jaar of drie geleden was de leraar zelf in Bethlehem. Hij was toen nog een student, en reisde met een aantal andere studenten. Om er te komen moesten ze door een poort in een grote betonnen muur. Soldaten met machinegeweren lieten hen erdoor, nadat ze hun paspoorten bestudeerd hadden. Toen ze door de poort waren, waren ze plotseling in een andere wereld. Later zou hij daarover het volgende schrijven:
De reis gaat naar Bethlehem, plaats van verbeelding waar het sneeuwde boven de herberg met het kindje in de kribbe en de os en de ezel en de herdertjes die bij nachte in het veld lagen en die ster zagen, de plaats waar bijna alle kerstliedjes over gingen, de plaats ook waar Asterix en Obelix ooit de nacht doorbrachten. Maar zoals wel vaker haalt de realiteit de romantiek in. Het huidige Bethlehem is een stad in Palestijns gebied, gegijzeld door de politiek van polarisatie. Het is van de hoofdstad en een deel van de ommelanden afgesneden door een hoge betonnen Muur, symbool bij uitstek van de moderne Israëlische apartheid. Met de laatste intifada en de bezetting van de Geboortekerk is het toerisme, belangrijke bron van inkomsten voor deze stad, ingestort, en dat trekt maar moeizaam weer aan. Gelukkig komt daar een groep Nederlandse studenten die voor honderden euro’s kerststalletjes gaat inslaan aangereden, alleen weten ze dat dan nog niet. Het passeren van een checkpoint blijkt, in tegenstelling tot wat alle wilde verhalen vooraf ons hadden doen geloven, helemaal niet zo moeilijk – maar dat zou ook verband kunnen houden met het feit dat onze bus vol zit met lief lachende blonde meisjes. Zelfs onze chauffeur, een Israëlische Palestijn die nog nooit aan deze kant van de groene lijn is geweest, mag mee. We rijden langs de Muur, die aan Israëlische zijde de tekst ‘Peace be with you’ draagt – o ironie. De Palestijnse kant daarentegen is beschilderd is met allerlei kunstwerken – van een grote enge slang die zo uit de geheime kamer van Hogwarts komt gegleden tot grappige trompe-l’oeuildoorkijkjes naar de andere kant – en natuurlijk met politieke graffiti. Als we het stadje binnenrijden worden we verwelkomd door de plaatselijke politie. We bezoeken de Geboortekerk, alwaar we zomaar een rondleiding krijgen aangeboden van een vriendelijke meneer. Wie de bouwkundige en historische details nog eens wil nalezen, consultere haar reisgids. Ik was zo vol van jeugdsentiment dat ik ze niet echt heb meegekregen. In dat kelderkamertje, op die plek op de grond waar die pelgrimjuffrouw een kus geeft, werd het kindje Jezus geboren. En in die nis daarachter stond de kribbe. O, nostalgie! Natuurlijk is het hier gebeurd! Netjes seculier opgevoede Aike wordt nu toch geraakt. Al die jaren kerstmis vieren is niet voor niets gebleken; als puntje bij paaltje komt ben ik toch stiekem wel een beetje christelijk, geloof ik. Ik kan het in elk geval niet laten om een kaarsje te branden en de boel daarboven even te bedanken voor deze mooie reis. Tja, en als onze vriendelijke onbaatzuchtige gids ons aan het einde van de rondleiding dan strategisch naar zijn winkeltje voert, kan ik het natuurlijk ook niet laten om een prachtige olijfhouten kerststal aan te schaffen. Ik ben niet de enige van ons die valt voor het fraaie houtsnijwerk, getuige de vele aankopen die gedaan worden.

Religieuze romantiek is leuk, maar de realiteit roept. Onze bus brengt ons naar Al-Khader, een plaatsje een paar kilometer verderop, alwaar wij een bezoek brengen aan de Hope Flowers School. Dit is een gemengde school (meisjes en jongens, moslims en christenen), gericht op vredeseducatie, het bevorderen van wederzijds begrip en democratie. In 1984 stichtte de in een vluchtelingenkamp opgegroeide Hussein Ibrahim Issa (1947–2000) het Al-Amal kinderopvangcentrum, waarna in 1993 het huidige gebouw in gebruik werd genomen door de Hope Flowers School. De stichter geloofde dat het conflict tussen Israëliërs en Palestijnen alleen op een niet-gewelddadige manier opgelost zou kunnen worden, en dat onderwijs hierin cruciaal is. Tijdens zijn hoogtijdagen had de Hope Flowers School 600 leerlingen, van kleuter- tot middelbare schoolleeftijd. Sinds de tweede intifada gaat het echter een stuk slechter; als gevolg van geldgebrek wordt er geen les meer verzorgd op middelbare schoolniveau waardoor de school nu nog maar 250 leerlingen heeft, sommige kinderen uit vluchtelingenkampen zijn ernstig getraumatiseerd geraakt door het optreden van het Israëlische leger, uitwisselingen met buitenlandse en Israëlische scholen zijn heel moeilijk geworden en de armoede van veel kinderen en werkloosheid van ouders zijn verder toegenomen. Tot overmaat van ramp liggen op een steenworp afstand van de school de funderingen voor een Israëlische nederzetting, en het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat de Muur verder gebouwd wordt – vlak langs de school, waardoor er een continue militaire aanwezigheid zal komen. Het bezoek aan de Hope Flowers School laat ons iets zien van wat het conflict concreet voor gevolgen heeft in dit gebied, en het is pijnlijk om te zien hoe een sympathiek en hoopgevend initiatief als dit onder dreigt te sneeuwen in militarisme en armoede. Internationale steun is er genoeg, maar de belangen van machthebbers komen niet altijd overeen met die van hen die vrede willen.

We krijgen een rondleiding door de school, koffie en koekjes, en kopen zelfgemaakte vaasjes en petten. Dan gaat de reis verder. We gaan terug naar Bethlehem, maar rammelen van de honger. Gelukkig heeft de jongen die bij ons in de bus was gesprongen om ons de weg te wijzen naar Al-Khader nog wel een neef met een restaurant. We verwachten ergens in een klein eethuisje terecht te komen, maar in plaats daarvan belanden we bij een gloednieuw hotel van God weet hoeveel verdiepingen, compleet met fontein en ballenbad en salsamuziek en een dakterras vanwaar wij een weergaloos uitzicht hebben over Bethlehem en het veld waar de herdertjes lagen en de onvermijdelijke Israëlische nederzetting. Ideaal voor huwelijksfeestjes. Wij houden het echter bij een zeer smakelijk broodje falafel en een flesje frisdrank. Daarna krijgen wij van onze genereuze reiscommissie zowaar nog een uurtje vrije tijd, die wij geheel naar eigen inzicht mogen besteden. Met enkele anderen bezoek ik de moskee aan het centrale plein. De meneer die ons ontvangt en rondleidt is zo vriendelijk om ons naar het uiterste topje van de minaret te leiden, en de ruimte te tonen vanwaar hij vijfmaal daags de oproep tot gebed de wereld in slingert. Het uitzicht vanaf de minaret over het plein en de Geboortekerk is fenomenaal. Vervolgens bezoek ik in het bezoekerscentrum een tentoonstelling met kerststalletjes uit alle hoeken van de wereld; een stalletje op poten uit Laos en levensgrote mandarijnen uit Hongkong en een Russisch paleisje en Afrikaans houtsnijwerk. Tot slot breng ik een bezoek aan de bijhorende boekwinkel, maar gelukkig heb ik geen geld meer want ik zou veel te veel hebben gekocht.
En gelukkig hebben we de foto's nog!


Bethlehem anno 2007

De Geboortekerk

De toren van de Geboortekerk

Het altaar op de plek waar de kribbe stond

De herdertjes lagen bij nachte in het veld. Hier, om precies te zijn, op Palestijns grondgebied, tussen de illegale Israëlische nederzettingen.

Palestijnse autoriteiten

Een kunstwerk op de Muur

Kerstmis in Nigeria

Kerstmis in Peru

Kerstmis in Laos


Kerstmis in Rusland

Terug naar het hier en nu. De leraar is klaar met zijn verhaal. Er wordt op de deur van het klaslokaal gebonsd, en 'hohoho' geroepen. Een Kerstman komt binnen met een zak cadeautjes - schattige maar nuttige plastic opbergmappen. De kinderen doen hun best Jingle Bells te zingen. De leraar verdwijnt naar de lerarenkamer, om even later terug te komen met drie grote pizzadozen en een aantal blikjes frisdrank. Als hongerige wolven storten de kinderen zich op de pizza's. De kleinste uk van de klas weet zes pizzapunten weg te werken. Een hele prestatie.

Kerstmis in Hanoi is een vrij seculiere aangelegenheid. Afgezien van de kerststal op het pleintje voor de kathedraal is er niets dat herinnert aan de religieuze betekenis van het feest. Kerstmanmutsen zijn daarentegen alomtegenwoordig. Sommige kleuters waggelen zelfs rond in complete kerstmanpakjes, inclusief broek, jas en glimmende zwarte laarsjes. Je kunt veel zeggen van de Hanoise nouveaux-riches, maar niet dat ze smaak hebben. Warenhuizen hebben levensgrote modellen van de Kerstman naast de ingang geplaatst, compleet met rendieren, kunstsneeuw en arreslee. Mensen verdringen zich om ermee op de foto te gaan - het concept 'rij' is het Vietnamese volk vreemd. Voor een van de warenhuizen staat een metershoge kerstboom, geheel opgetrokken uit lege Heinekenflesjes. Overal dreunen de houseversies van beroemde kerstliedjes - netjes afgewisseld met Last Christmas, natuurlijk.

Maar wie christendom zoekt, vindt het, ook in de socialistische heilstaat. In de balzaal van een vijfsterrenhotel komen de leden van twee internationale kerken samen om de kerstdienst te vieren. De evangelische club heeft zijn stempel iets nadrukkelijker op de dienst weten te drukken dan de oecumenische. Een paar opwekkingsliederen hebben zich een plek tussen de kerstliedjes weten te veroveren. Away in the Manger wordt gezongen in een onbekende melodie. En een Nederlandse voorganger mompelt een weinig inspirerend verhaal over dat we niet alleen de geboorte van Christus moeten vieren, maar toch vooral ook aan diens naderende Wederkomst moeten denken. De film 2012 wordt nog even vergeleken met het Bijbelboek Openbaring, maar dan is het gelukkig voorbij, mogen de kaarsjes aan en wordt er, godzijdank, Silent Night gezongen.

De kerkdienst viel weliswaar tegen, het kerstdiner deed dat gelukkig niet. Vooraf werd een cocktail geserveerd van krab en pomelo, gegarneerd met dille. Dat werd gevolgd door een romige, licht pittige soep van wortel en pompoen, geserveerd met verse koriander en brood. Het hoofdgerecht bestond uit een verrukkelijk stuk zalmfilet met een sausje van Japanse sojasaus, knoflook en sinaasappel. De bijgerechten waren gebakken aardappeltjes, en een salade met tomaten, opnieuw pomelo en cashewnoten. Het dessert bestond uit kokosijs met pitaya, sinaasappel en vers geklopte room. Bij dat alles dronken zij een prima Hongaarse chardonnay.

Vrolijk kerstfeest.

Friday, 9 October 2009

A Nobel prize for imagination


http://beiderbecke.typepad.com/tba/images/2008/02/28/obama_hope.jpg
It's Friday night. You're home, you've just had dinner, and you turn on the tv to have a look at the movie channels. The first thing you see is the logo of BBC World, as this is the channel you were watching last time. Second, you see a line saying 'Obama wins Nobel Peace Prize.' You reread the line, and again, and wonder if you understood it well. You must have - it's pretty hard to misinterpret a line like that. Next, you wonder whether you might have slept ten years last night, without noticing it (it would explain why you lost so much hair, when you were combing it this morning). After all, the guy wasn't supposed to win that prize until 2020. By then, he may have reduced the number of nuclear weapons drastically, contributed to peace in the Middle East, eliminated poverty in his own country, reduced carbon emissions by 50%, and successfully undermined the popularity of both Orientalist and Occidentalist myths of differentiation - right now, however, he hasn't achieved any of his great goals yet. It's quite surreal, therefore, that he gets the prize so early. The timing of the Nobel committee sure is surprising - I don't think anyone would disagree on that.

Poor guy. The Scandinavians really knew how to surprise him (and the rest of the world) this week. First, there was the humiliating defeat in Copenhagen, at the IOC meeting, where favourite city Chicago was the first to be eliminated in the elections for the 2016 Olympics. Only a couple of days later, the Norwegians awarded him the most prestigious political prize there is - just when he was beginning to wonder what had happened to his charisma and popularity. It wasn't just the defeat in Copenhagen that gave him doubts: much more crucial were his healthcare reforms, which didn't exactly go uncontested in his country (apparently, many of his ignorant countrymen demand the God-given freedom to not insure themselves and their children, so that if they get seriously ill, they can face their fate and die in proud poverty). Even European audiences seemed to have lost their initial enthusiasm for his messianic messages. People were demanding 'concrete results' - as if one person could transform global power structures, and bring world peace, within 8 months. I seriously doubt whether God himself would be capable of it, but it was expected of Barack Obama nonetheless.

I open my facebook homepage. As I expected, many of my facebook friends have commented on the Nobel committee's decision, or posted links with comments written by others. The decision has caused quite a massive online uproar, it seems. I'm pretty sure I'm not the only one who is writing on their weblog to give their opinion on this issue - in fact, I doubt whether a Nobel prize has ever caused so many reactions. I also seriously doubt whether a Nobel prize has ever caused so many negative reactions, for that matter. The most common (and the mildest) negative reaction, on facebook as well as elsewhere on the internet, is that 'he hasn't deserved it yet'. Apparently, everyone suddenly seems to be an expert on the conditions for winning a Nobel peace prize. Personally, I wouldn't consider myself in a position to judge. I don't know exactly what Obama has done. Sure, I have read a couple of newspaper articles, watched the news, and listened to some of his inspiring speeches - but that doesn't make me an expert on (international) politics, diplomacy, and peace resolution. So in contrast to many people, I don't know whether he 'deserves' it or not. I wonder where all those ad hoc experts got their information, and where they got the authority to make any statements regarding whether the prize was 'deserved' or not. In any case, so far, I haven't come across any convincing arguments against the decision from people who seem to actually be well-informed.

Sure, I've read the (mainly leftist) Pavlov reactions. His army is still in Iraq, he is sending new troops to Afghanistan, Guantanamo Bay still isn't closed, he still supports Israel despite their continuing annexation of land and their violation of human rights, he hasn't smoked a cigar with Fidel yet, et cetera. So what did you expect the guy to do - revise the results of fifty years of American foreign policy within the blink of an eye? Retreat from Afghanistan immediately, so that the Taliban can seize power and commit a Pol Pot-ish genocide on everybody they accuse of collaboration (i.e., half of the nation's population)? Insult some of his most powerful allies, only to lose the support that is necessary for establishing lasting peace? The reality is that the legacy of George W. Bush is almost impossible to cope with, especially in the Middle East. The US have caused an absolute chaos in parts of the region - but ignoring it and leaving it to bleed, of which some people seem to be in favour, is not exactly what I would call acting responsibly. Many people seemed to have had completely unrealistic expectations, and are now criticising Obama for not radically overturning the existing world order. As if any of the previous Nobel peace prize laureates was capable of doing that. As if anyone would be.

It's like we're all on the Titanic together. The ship is moving way too fast, and there are plenty of icebergs around, but the vast majority of the passengers is quite oblivious to the outside world. Sure, many have opinions about the ship - which direction it should take, what colour the dining rooms should have, who the captain should be, and so on - but very few have been up in the crow's nest to actually look around, and very few know how the engines work. Some wonder: who made this ship, where is it headed, how does it work. Many others are too busy arguing about the colours of the dining rooms, or the contents of the menu. Actually, most of the passengers have never seen the dining rooms - they are trying to survive life in the third class, between the rats, and may not even know they're on a ship.

Since a while, there is a new captain on the ship. At first, he was very popular among crew and passengers, as he seemed to really know something about the direction of the ship and its outside world - in sharp contrast to the last captain, who was dangerously ignorant of both. But the new captain has lost some of his popularity, as some crew members didn't agree with his decisions. 'Why bring first aid kits to the third class, if they don't want them? Let's repaint our dining room walls instead!'

The captain is not omnipotent, and he knows it. He needs his crew. He needs his personal advisors as much as he needs the workers in the engine rooms. Most of all, he needs the support of his passengers. He doesn't know everything, but he does know that the ship is approaching an iceberg. And he knows that if they don't want to hit it, the passengers should stop arguing and fighting each other, and stop threatening that they will set fire to each other's rooms.

He is a good speaker, but they find it hard to listen. At times, he feels remarkably powerless, despite the fact that he's the most powerful person on the ship. He realises he can't possibly make the ship turn around, as it's going way too fast - even though that seems to be what some passengers expect him to do. All he can do is try to make it change its direction a little. He doesn't even know what is the right way to do so. Nobody does. But at least he wants to give it a try, and he calls on his crew and passengers to help him. There's an iceberg out there, after all.

Now let's have a look at what Obama has done, for a change, in stead of what he has not (yet). To quote Mohamed el-Baradei, head of the International Atomic Energy Agency: 'In less than a year he brought a radical change in the way we look at ourselves, in the way we look at our world. He is restoring the basic core values that every one of us should live by - dialogue, respect, democracy, due process, human rights, a security system that does not depend on nuclear weapons.' Obama, in short, is not only using his power to implement actual policies; he also makes serious efforts to contribute to a positive change in the ways people think about religious and cultural differences, collective responsibility, and conflict resolution. After a decade in which Huntingtonian cultural essentialism and mythical, almost apocalyptic beliefs in violently clashing civilisations have constituted the dominant worldview in much international policymaking, his pluralist plea for the acceptance of differences and mutual recognition of shared interests - the most fundamental of which is the desire for peace - is a brave and beautiful attempt to try to establish a paradigm shift. Obama has the courage to do what few people do: believe, dream, and imagine. Moreover, he has the skills and power to share his beliefs and dreams with others, to spread optimisim and hope. That is a remarkable achievement, especially in these uncertain and confusing times, which are so full of icebergs.

Some people who react to the decision dismiss the importance of visions, dreams, and values. It's about concrete actions, they argue, not about intentions. But they underestimate the power of ideas. We should not forget that our lives are made up of stories, that the world is in the eye of the beholder. Ideas and stories have the power to transform, literally, as the way people perceive the world is always coloured and informed by their worldviews. Words can lead to political action, to violence, to emancipation, to protest or to revolution. They can stimulate discrimination or acceptance. They are not harmless; they are powerful. Therefore, Obama's speech in Cairo was a political deed, nothing less. So was the speech in which he stated his commitment to get rid of all nuclear weapons. The very fact that the president of the US makes such a statement constitutes a significant paradigmatic change.

Thus, people who react to this prize by saying dismissively 'I have dreams too, I should have received that Nobel prize' completely underestimate the power and political relevance of words, especially when spoken by somebody in his position. But go ahead. Share your dreams, be optimistic, and be vulnerable. Who knows, you might get that prize one day.

I'm not saying he is infallable. Nobody is. He is the most powerful person in the world - of course he will have to make choices that some people don't like. Of course he won't turn the US into a social-liberal paradise overnight. Of course he will have a hard time finding and staying on the Middle Way, when everyone's trying to push him in different directions. And of course he will make decisions and support policies that I personally disagree with (I do think he should be more critical of Netanyahu and his settler friends, for instance). But nonetheless, the zeal with which he has advocated his ideals of religious tolerance, peaceful co-existence and nuclear non-proliferation, and the tentative move towards a paradigm shift in American foreign policy that he seems to have established, do seem like a great achievement to me.

I don't know whether he deserves that prize or not. I don't know the conditions, I don't have the information the insiders have. I'm not a crew member of the ship. But as a passenger (one who sometimes wonders where the ship is going) I'm happy he got it. I find his words and ideas personally inspiring, I share his naïve hope for more and better understanding and the overcoming of prejudices, and I hope he will make a contribution to the fight against climate change. He's not the Saviour, and there are many things he won't be able to achieve - but he is a visionary, with a powerful message. I like visionaries. And I like the fact that the Nobel prize committee had the courage to award to prize to a beginning president, who may succeed, but who may also become disillusioned and fail. In any case, it is a brave and significant political act of support.

Good luck, Mr. President. You've only just begun.

Thursday, 4 June 2009

Vrijheid

I.

Het zal u niet ontgaan zijn: deze week vinden de verkiezingen voor het Europees Parlement plaats. Kiezers in Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben vandaag het spits afgebeten, andere landen volgen in de komende dagen. Aanstaande maandag kennen we de nieuwe opmaak van het Europees Parlement.

Het wereldwijde web heeft mij in de gelegenheid gesteld de campagne in Nederland vrij intensief te volgen. Helaas heeft de vraag wat de verschillende partijen in het Europees Parlement willen bereiken, en welk beleid ze voorstaan, bijzonder weinig aandacht gehad. De hele verkiezingen werden gereduceerd tot een enkele multiplechoicevraag:

Bent u:
a) voor Europa (stem D66 of GroenLinks)
b) tegen Europa (stem SP of PVV)
c) voor Europa, maar u durft het niet toe te geven (stem VVD, PvdA of CDA)
d) politiek apathisch (stem niet)

Die vraag is natuurlijk misleidend, daar ze suggereert dat het Europees Parlement iets te zeggen heeft over zijn eigen invloed. Dat heeft het helemaal niet. Het Europees Parlement heeft iets te zeggen over landbouwsubsidies, klimaatbeleid, wetgeving op het gebied van veiligheid en privacy, concurrentie en privatisering, enzovoorts. Het heeft daarentegen geen enkele zeggenschap waar het gaat om het al dan niet invoeren van het Verdrag van Lissabon, het al dan niet aanstellen van een Europese minister voor buitenlandse zaken, of het al dan niet toelaten van Turkije tot de EU. Dat wordt besloten door nationale overheden. De vraag 'meer of minder Europa' is daarom volstrekt irrelevant, daar het Europees Parlement daar helemaal niets over te zeggen heeft. Desalniettemin ging daar de campagne over.

Als ik de Nederlandse media mag geloven, zijn anti-Europese scepsis en politieke apathie wijdverspreid in Nederland. Zo'n zestig procent van de stemgerechtigden heeft niet gestemd. 'Brussel' wordt voorgesteld als log, bureaucratisch, ondemocratisch, zelfs corrupt. De mythe dat 'meer Brussel' onverenigbaar is met 'het Nederlandse belang' (wat dat ook moge zijn) vindt overal weerklank. Op die wijze wordt door opportunistische politici geappelleerd aan nationalistische sentimenten, terwijl ze donders goed weten dat de zaak veel gecompliceerder ligt.

Natuurlijk heeft u een punt wanneer u zegt dat de Europese besluitvorming niet democratisch genoeg verloopt. Maar, zoals ik eerder betoogd heb, dat los je niet op door te stemmen op een partij die leeft van sappige oneliners, laat staan door helemaal niet te stemmen. Stemmen op een partij die concrete voorstellen doet om de besluitvorming te democratiseren lijkt me een stuk effectiever.

Laat ik het anders zeggen. Ik ben blij dat ik mag stemmen. Dankbaar zelfs. Ik ben blij dat ik een piepklein stemmetje heb waar het gaat om beslissingen die ons allemaal aangaan - en onze kinderen bovendien. Ik maak me geen illusies aangaande de invloed van die stem. Die is uitermate beperkt, dat weet ik ook wel. Maar toch: ik heb het recht mijn stem uit te brengen. Dat recht is een historische verworvenheid.

Het gaat om veel meer dan alleen met een potlood een vakje rood kleuren. Het gaat om het recht mij te verdiepen in problemen die spelen, en daar een mening over te hebben. Het gaat om het recht om die mening te uiten. Het gaat om het recht daarover te schrijven. Het gaat om het recht op facebook links te plaatsen naar sites, waarop meningen worden verkondigd die misschien niet elke machthebber welgevallig zullen zijn. Het gaat om het recht dat te kunnen doen zonder te hoeven vrezen voor je eigen veiligheid. Het gaat om de fundamentele vrijheid te staan waar je voor staat, en daar voor uit te komen. Het gaat om de vrijheid te zijn wie je bent, en uit te dragen waar je in gelooft, zolang je andere mensen daarmee geen kwaad berokkent.

'Gaap', hoor ik sommigen onder u zeggen. 'Mooie woorden hoor. Maar wel een beetje uitgekauwde clichés, nietwaar? Ja, we hebben die vrijheid. Hartstikke leuk. Maar daarmee zijn onze problemen nog niet opgelost.'

U zult mij niet horen zeggen dat democratie alle problemen oplost, integendeel. Ik heb ook wel eens tijdens kroegdiscussies beweerd dat democratie een gevaarlijk politiek systeem is, dat de massa er te dom voor is, en dat de stap van democratie naar dictatuur een kleine is (lees Plato er nog maar eens op na). Daar ben ik inmiddels wel wat van teruggekomen, maar ik maak me zeker zorgen over de recente opkomst en populariteit van een neo-fascistische partij in Nederland. Ik maak me ook zorgen over de invloed van hypes, en het gemak waarmee mythen zich verplaatsen in massamedia wier voornaamste doel het bereiken van zoveel mogelijk kijkers c.q. lezers is. Maar dat is nog geen reden om het kind met het badwater weg te gooien.

'Europa' wordt de laatste tijd geregeld voorgesteld als een mislukt project. Europese samenwerking en solidariteit hebben de afgelopen vijftig jaar geleid tot welzijn en welvaart, tot duurzame vrede (en dat in een continent dat tot voor kort geplaagd werd door verwoestende oorlogen), tot bescherming van grondrechten, tot vooruitgang en vrijheid. Desalniettemin klaagt de verwende Nederlandse kiezer steen en been, zonder precies te weten waarover, en gooit meer dan de helft van de kiezers hun stembiljet ongebruikt in de prullenbak.

Vrijheid en democratie zijn niet zo vanzelfsprekend als ze lijken. Het gaat niet alleen om stemrecht: het gaat ook om transparante besluitvorming, bescherming tegen machtsmisbruik, en de vrijheid om je eigen identiteit vorm te geven en jezelf uit te drukken. Die vrijheid is uitermate kwetsbaar. Dat zie je al in het huidige Nederland, waar etnische en religieuze minderheden met de nek worden aangekeken en structureel worden gedemoniseerd, hetgeen ze beperkt in de vrijheid hun eigen identiteit vorm te geven. Democratie is eveneens kwetsbaar, omdat ze in potentie haar eigen dood faciliteert. Dat is inherent aan het systeem, dat weet ik wel. Maar het betekent wel dat wanneer we al te onverschillig met onze democratische verworvenheden omspringen, we ze zomaar kunnen kwijtraken.

'Ach nee, dat gebeurt niet in Nederland. Wij hebben al zo'n lange democratische geschiedenis, die is wel veilig', zult u misschien zeggen. Tja, dat dachten ze in Italië ook. Maar dat land, nota bene een van de founding fathers van de vroegste voorloper van de EU, heeft inmiddels geen onafhankelijke nationale media meer, wordt geleid door een door en door corrupte maffiabaas die zijn eigen juridische onschendbaarheid per wet heeft geregeld, en is zover gezonken dat kritische journalisten direct hun baan verliezen. Wie garandeert ons dat een dergelijke ontwikkeling Nederland bespaard zal blijven?



II.

De term vrijheid heeft in Nederland de afgelopen jaren een beangstigende inflatie doorgemaakt. De partij die zich van oudsher profileerde als liberaal (ergo: als voorvechter van vrijheden) heeft zich tijdens de vorige kabinetsperiode ontpopt als een conservatief-nationalistische partij, die vrijemarktkapitalisme meent te kunnen koppelen aan cultuurprotectionisme en een populistisch anti-migratiebeleid. De vrijheid waar de VVD voor staat is beangstigend selectief: alleen wie genoeg centen heeft, en over het juiste paspoort beschikt, mag zijn eigen keuzes maken.

En wat doet men nu? In een wanhopige en tot mislukken gedoemde poging aandacht te trekken stelt de lijsttrekker dat de vrijheid van de meningsuiting zover moet reiken, dat men de Holocaust mag ontkennen. Nee, Rutte, vrijheid van meningsuiting betekent níet dat eenieder zich te buiten mag gaan aan racistische grofheden en beledigingen. Je maakt een karikatuur van de discussie. Vrijheid gaat om iets veel fundamentelers dan het al dan niet ontkennen van de Holocast, of het al dan niet mogen publiceren van racistische spotprents. Vrijheid betekent: je kunnen vestigen waar je je thuis voelt, met de partner van je keuze; beschermd worden tegen uitbuiting en discriminatie, ook als je niet 'de juiste papieren hebt'; je eigen (religieuze) identiteit vormgeven, ook als de meerderheid van de bevolking die identiteit niet deelt; gelijke mogelijkheden krijgen, ook al ben je economisch achtergesteld, ook al ben je vrouw, en ook al draag je een hoofddoek. Die vrijheden worden stuk voor stuk bedreigd. In Nederland, welteverstaan.

Immers, de VVD is inmiddels rechts ingehaald door de platinablonde kruisvaarder uit Venlo. Mensen die van mopperen houden, en verlangen naar een overzichtelijke, zwartwitte wereld, omhelsen hem en masse, als ware hij de Verlosser zelve. Waarom? Omdat hij een zondebok schept, luid en duidelijk; omdat hij zichzelf profileert als martelaar van het vrije woord (en door sensatiebeluste journalisten zo neergezet wordt); omdat hij grofheden en spitsvondigheden creatief combineert; en omdat hij slim meelift met de mythe van de tweedeling tussen 'de burger' en 'de regenten'. Het is natuurlijk te grof voor woorden: de man wil religieuze geschriften verbieden (verbranden, zelfs - het lijkt de inquisitie wel); predikers en opiniemakers hun vrijheid van meningsuiting ontnemen; sommige Nederlandse staatsburgers hun nationaliteit ontnemen en ze deporteren naar een ander land; mensen de fundamentele vrijheid hun eigen identiteit vorm te geven ontzeggen; het vluchtelingenverdrag van Genève door de plee spoelen; religieuze gebouwen en scholen sluiten (selectief, natuurlijk); enzovoorts - maar heeft niettemin het lef zich luid jammerend op te werpen als voorvechter van 'vrijheid', en als slachtoffer van een 'cordon sanitaire'.

http://www.maghreb.nl/marokko/wp-photos/20080113-140817-1.jpg
Geert W., geen enkele Nederlandse politicus heeft zoveel media-aandacht gehad als jij het afgelopen jaar, en jij durft te spreken over een 'cordon saintaire'? Geen enkele politicus trekt zich zo weinig aan van fundamentele grondrechten en doet zulke radicale voorstellen tot het beperken van vrijheid als jij, en jij noemt jezelf voorvechter van vrijheid? Verkrachter van vrijheid, zul je bedoelen. Je tong is gespleten, je agenda wordt verhuld door de mooie woorden van je apologeten. Maar mij hou je niet voor de gek. Je hebt natte dromen van een terroristische aanslag in Nederland, opdat je dan de macht naar je toe kunt trekken. Je wilt hier een totalitaristische politiestaat stichten, waaruit alle 'vreemde' elementen gezuiverd worden, goedschiks dan wel kwaadschiks. Je hebt genocidale ambities, en je uit ze ook, onverbloemd, in je pleidooien voor etnische zuivering - maar je tegenstanders putten zich uit in apologetische verklaringen voor je succes. 'Hij heeft wel een punt', 'de soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend', enzovoorts. Ik ben niet zo optimistisch als zij. Hoe heter de soep, hoe groter de angst van het volk, hoe groter jouw macht. Zoveel is duidelijk. Je zaait angst, om macht te kunnen oogsten.

Vrijheid is geen spelletje, en geen vanzelfsprekendheid. Vrijheid is niet vrijblijvend. Vrijheid is meer dan een theoretisch concept, het is een existentiële waarde. Vrijheid is dat je bent wie je bent en dat uiten kunt, zonder angst. Vrijheid is dat ik deze weblog mag schrijven, en dat u hem mag lezen. Vrijheid kan niet bestaan zonder tolerantie, zonder de acceptatie van het feit dat de ander anders is, anders denkt, en anders handelt dan jij.

De Partij voor de Vrijheid verhoudt zich tot vrijheid zoals water zich verhoudt tot vuur. De PVV is, fundamenteel, een anti-vrijheid partij.


III.

Picture of Hossein Derakhshan
Ik heb een Iraanse kennis, Hossein Derakshan. Evenals ik volgde hij zijn master aan SOAS. Hij is een van de meest invloedrijke bloggers van Iran, en schreef columns en opiniestukken voor verschillende kranten, waaronder The Guardian. Sinds drie maanden zit hij vast in een Iraanse gevangenis. Niemand weet waar hij zit en hoe het met hem gaat. De reden voor zijn gevangenschap: hij had een bezoek gebracht aan Israël, en daarover geschreven op zijn weblog. Hij wilde de wederzijdse demonisering aankaarten, en aantonen dat in Israël ook prima mensen wonen. De aanklacht: spionage. Daarvoor staat in Iran de doodstraf.

'Ja, maar dat is Iran,' zult u zeggen. 'Dat kun je niet vergelijken met Nederland. Dat is een schurkenstaat.' Misschien. Ik wil niet zeggen dat Nederland het risico loopt een tweede Iran te worden. Ik wil alleen maar aantonen dat vrijheid fragiel is. Hossein had een Canadees paspoort. Hij studeerde in Londen. Hij schreef al jaren over Iran en het regime aldaar, nota bene behoorlijk apologetisch en nationalistisch. Maar een simpel reisverslag over een bezoek aan Tel Aviv kostte hem zijn vrijheid, en heel misschien, God verhoede het, zijn leven.

Het gaat uiteindelijk om hetzelfde: ben jij bereid de ander zijn mening, zijn leven, en zijn identiteit te gunnen - ook als die niet in jouw straatje passen, ook als die jouw geloof onderuit halen? Wilders en Ahmadinejad hebben meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Beide legitimeren hun macht aan de hand van een kunstmatig, zorgvuldig gecreëerd vijandbeeld. Beide doen hun uiterste best tegenstanders tot zwijgen te brengen. En beide werpen zich op als nationalistische vrijheidsstrijders, die het beste voorhebben met de 'gewone burger'.

Ik woon sinds kort in een land dat geen democratie kent. De vrijheid van meningsuiting is uitermate beperkt. Er is geen transparante besluitvorming, en corruptie en nepotisme zijn aan de orde van de dag. Journalisten die misstanden proberen aan te kaarten verdwijnen achter de tralies. Iedereen wantrouwt iedereen, want de muren hebben oren. Goed leiderschap is zeldzaam.

Zwijgen is goud. Wanneer je keer op keer hoort dat je moet uitkijken met wat je schrijft of zegt, pas je vanzelf zelfcensuur toe, zo heb ik de afgelopen tijd ervaren. Ik probeer hier zoveel mogelijk low-profile door het leven te gaan. Ik vertel zo min mogelijk mensen in welk vakgebied ik een masteropleiding heb gedaan. Ik twijfel zelfs over deze alinea's. In elk geval is het geen toeval dat ik dit stuk in het Nederlands schrijf, en niet in het Engels.

Paranoia? Allicht. Wie zich niet vrij weet, wordt vanzelf bang. Maar dat ik in de gaten gehouden word is evident. In de eerste plaats omdat alle buitenlanders die zich in Vietnam vestigen in de gaten worden gehouden, ten minste zijdelings. Maar buiten dat ben ik zo naïef geweest om een drietal boeken te bestellen bij amazon.com, over religie en kritische theorie. Die boeken zijn spoorloos verdwenen. Boeken die mensen aanzetten tot kritisch denken zijn niet welkom, zo blijkt. Datzelfde geldt voor het t-shirt dat ik besteld had bij de Europese Groene Partij. Daarop stond met koeienletters de leus: 'Think big, vote green'. De boodschap 'vote' is er niet een waar het regime hier op zit te wachten. Hopsakee, in de prullenbak.

Het bannen van boeken is de eerste stap, het snoeren van monden de tweede. Regelmatig worden hier partijen boeken uit de handel genomen. Dan hebben we het niet over radicale politieke pamfletten, maar over abstracte filosofische exercities. Ook die worden teruggehaald. Een volk dat denkt, dat kunnen de leiders niet gebruiken.

Ik heb besloten niet al te veel zelfcensuur toe te passen. Ik heb deze wereld lief, ook al hebben we er een puinhoop van gemaakt. Ik wil haar veranderen. En dus wil ik schrijven. Over Nederland, over Europa, en ook over Vietnam. Maar ik merk dat de gevoelens van paranoia - gevoed door het feit dat de wetenschappelijke werken die ik besteld had door de douane zijn geconfisceerd, alsmede het t-shirt van de Groene Partij - iets met me doen. En ik merk, verdomd als het niet waar is, dat mijn identiteit direct samenhangt met mijn politieke ideeën. Wanneer ik niet mag studeren, nadenken, en mijn gedachten delen met anderen, ben ik niet meer dezelfde ik. Als ik geen kritiek meer mag hebben en uiten, verlies ik een belangrijk deel van mijn identiteit. Vrijheid van menigsuiting is voor mij van existentieel belang, zo realiseer ik me voor het eerst.

Vrijheid is een groot goed. Laten we in godsnaam ophouden de term te misbruiken.

Een politicus die oproept een heilig boek te verbieden, maar tegelijkertijd claimt een strijder voor het vrije woord te zijn, spreekt met gespleten tong. Geert W. misbruikt de vrijheid, om deze vervolgens om zeep te helpen. Mensen die op zijn partij stemmen - uit gemakzucht, xenofobie, nostalgie, klaaglust, domheid, wat dan ook - dienen zich de ogen uit hun kop te schamen. Vrijheid en democratie zijn verdomde kwetsbaar. Daar moeten we zorgvuldig en verantwoordelijk mee omgaan. Die moeten we koesteren.


IV.

Ik wil dit betoog graag afsluiten met enkele hoopgevende, wijze woorden. Het zijn de woorden die de Amerikaanse president Barack Obama gisteren sprak tijdens zijn toespraak op de universiteit van Cairo. Ik raad u van harte aan de hele speech te lezen, want het is een fraai voorbeeld van hoe het óók kan: het benadrukken van overeenkomsten in plaats van verschillen, en het scheppen van hoop in plaats van het zaaien van angst. Daar kunnen veel mensen nog wat van leren. Voor nu wil ik, in het kader van voorgaande overwegingen, graag het volgende fragment met u delen. Obama spreekt hier overtuigend over het belang van vrijheid en democratie voor ons aller welzijn, en hoe deze niet kunnen bestaan zonder tolerantie en de acceptatie van verschillen. Pluralisme in plaats van polarisatie. Mogen zijn woorden weerklank vinden wereldwijd. Moge de hoop zegevieren over de angst - ook in Nederland, ook in Europa.