Tuesday, 31 July 2007

Beelden van Damascus

En toen bereikte ik Damascus, droomstad vol historische en architectonische juwelen en verste bestemming van mijn reis. Een lang gekoesterde droom ging in vervulling. Het backpackershotel dat ik nota bene twee maal opgebeld had om zeker te zijn van mijn reservering had een foutje gemaakt, waardoor ik een zweterige nacht op een matras op het dak moest doorbrengen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik ging mijn droomstad ontdekken.

(En nu moet ik mij een beetje indekken: de indrukken die twee dagen Damascus bij mij hebben achtergelaten zijn van zo groten getale en zo intens dat ze als bonte bijen rondzoemen in mijn hoofd en ik ze onmogelijk kan ordenen in een samenhangend verhaal. Vandaar dat u, lieve lezer, het zult moeten doen met enkele losse flarden.)

De gigantische Souq al-Hamidiyya huist onder een zuilvormig gietijzeren gewelf, bedekt met golfplaten. De gaten tussen de platen vormen een schitterende sterrenhemel, waaronder honderden kooplieden hun waren aan de man of vrouw proberen te brengen. Men verkoopt opgezette roofvogels met opengesperde vleugels en honderden bellen blazende bellenblaasapparaten en zelfbewegende herriemakende op hun ellebogen voortkruipende soldatenpoppen en creatieve komkommerschilmesjes en reuzenschildpaddenschilden en foeilelijke semi-sexy nachtkleding die in trek blijkt bij in volledig pikzwart gehulde dames en gedroogde krokodillen en met parelmoer ingelegde backgammonspellen en plastic imitaties daarvan en vreemde kruiden en pikzwart moerbeisap en biscuitjes en dezelfde blauwogige souvenirs die ik zag in Istanbul en Jeruzalem en dode marterachtigen en imitaties daarvan en stoffen in alle kleuren van de regenboog en die lelijke spijkerjurken die behoofddoekte studentenmeisjes hier dragen en parfums in toverdrankflesjes en jengelende babypoppen en knuffelpaashazen en kerststukjes en schapenorganen en gouden kruizen en versgeperst sinaasappelsap en nog heel, heel veel meer.

De mozaieken op de binnenplaats van de Omayyadenmoskee zijn misschien wel de mooiste die ik ooit heb gezien. Gouden paleizen met weelderige tuinen beelden het paradijs uit. De oude tapijten van de moskee liggen slordig her en der opgestapeld. Ze worden vervangen door heerlijk zachte nieuwe rode tapijten, waardoor een deel van de moskee afgesloten is. Naast de grote, uitbundig versierde mihrab in het midden heeft de moskee nog een drietal andere mihrabs; een voor elke rechtsschool. De grootste mihrab is gereserveerd voor de hier dominante Shafi'ieten, door mijn reisgids abusievelijk de 'meest gematigde' rechtsschool genoemd (men kan de rechtsscholen helemaal niet classificeren naar hun mate van gematigdheid). Her en der liggen mannen te slapen of te doezelen; een enkeling doet zijn gebed. De geur van zweetvoeten vult de indrukwekkende ruimte. Een groep Iraanse pelgrimtoeristen zingt met de hand op het hart een rouwlied, terwijl zij loopt naar het smoezelige, tl-verlichte zijkamertje waar het hoofd van Ali begraven zou zijn (het is tamelijk wrang dat de grote moskee van de Omayyaden, de dynastie die de macht naar zich toetrok door het gezag van Ali niet te erkennen en zo de basis legde voor de splitsing van de soennieten en de sjiieten, juist voor sjiieten een belangrijke pelgrimageplaats geworden is). Ik raak in gesprek met een vriendelijke jonge Syrische lerares Frans, die me uitnodigt voor een schaaltje verrukkelijk pistacheijs. Op haar mobieltje heeft ze een foto van het onmetelijk schattige en blauwogige dochtertje van President Junior.

Irak wint tot ieders verbazing het Aziatisch kampioenschap voetbal. En tot ieders vreugde, want niemand gunt de arrogante Saoedi's de zege, zo blijkt al snel. Iraakse vlaggen steken uit toeterende auto's. Ik deel de avondmaaltijd met enkele uitwisselingsstudenten die ik in Palmyra heb leren kennen en een vrolijk aangeschoten groep lachende en rouwliederen zingende Irakezen. De arak vloeit rijkelijk. Een aanstekelijk lachende, sympathieke documentairemaker brengt mij op de hoogte van zijn atheistische ideeen. De nacht gaat verder in een barretje in de christelijke wijk van de oude stad, alwaar wij doldwaas in de rondte dansen. Ik ben dusdanig moe van alle indrukken dat ik mij reeds om half twee verexcuseer, en ontdek dan dat een nachtwandeling door de oude stad van Damascus een van de beste nachtwandelingen is die een mens ooit kan maken. De markt slaapt, dus ik heb alle gelegenheid om te genieten van de scheve huisjes en de over de straat heen hangende verdiepingen met hun Anton Pieck-vensters en de verstopte tunneltjes en poortjes en eeuwenoude minaretjes die de stad rijk is.

Ofschoon het middenin de nacht is, geeft de termometer nog altijd 37 graden aan - vrij aangenaam vergeleken met de moordende hitte van de middag, wanneer het kwik nog een graad of tien verder stijgt.

Ik bezoek het nationale museum en het nabijgelegen gebouwencomplex van de grote Sinan, het kerkje op de plek waar Saul Paulus werd en een Syrisch-katholieke dienst, het graf van Saladin en dat van zijn broer (wiens tombe middenin zijn bibliotheek staat - dat lijkt me ook wel wat), en natuurlijk de indrukwekkende, druk bevolkte en rijk versierde sjiitische moskee waar de tombe staat van de kleine Rouqqaya (het dochtertje van de vermoorde Hussein, de zoon van Ali, dat stierf van verdriet toen zij als vierjarige plots het afgehakte hoofd van haar geliefde vader te zien kreeg). Maar het grootste deel van de tijd loop ik maar wat rond, genietend van de beelden, genietend van de stad, dagdromend en licht verdwalend. Ik drink een grote pul vers sap, help een legertje bacterien mijn darmen in door een niet al te hygienische falafelsandwich te eten (waarop een significante toename van het aantal toiletbezoeken volgt), besluit de schrikbarend dure Harry Potter nog maar even niet te kopen, oefen mijn drie woordjes Arabisch op een groepje kinderen, eet als een vorst in een beroemd restaurant met een van mijn nieuwe vrienden, maak een praatje met de vriendelijke Zuid-Sudanese jongen die er het toilet beheert, besluit nog maar even geen opgezette adelaar of bellenblaasapparaat te kopen, merk al niet eens meer dat op elke muur en op elk raam de portretten hangen van President Junior en wijlen President Senior (het enorme gouden borstbeeld van wijlen President Senior bij de ingang van het legermuseum valt daarentegen wel op, alsmede de vele posters waarop President Junior staat afgebeeld naast de Hezbollahbaas, alsmede de sticker in het internetcafe waarop President Junior te zien is in het midden van een groot rood hart), drink vele liters water, hoop dat mijn fototoestel de beelden onthoudt die ik alweer vergeten ben, lees de laatste hoofdstukken van het meesterwerk van Orhan Pamuk dat mij de afgelopen weken nog weer het een en ander duidelijk heeft gemaakt over de door velen veronderstelde Oost-West dichotomie, rook waterpijp, maak plannen voor de komende dagen, zit in een parkje om me heen te kijken naar de vele mensen...

en ik dans, dans, dans door Damascus.

1 comment:

  1. Eerdere reacties:


    Rachelle, 1 augustus 2007

    Aike, wat een prachtige ervaringen toch weer! Echt heel fijn om te lezen zo vanuit, toch wel redelijk zonnig, Leiden! Liefs,chelle


    Rolf, 3 augustus 2007

    Mooie verhalen amigo! Veel plezier

    ReplyDelete