Monday, 13 October 2008

Pompoensoep, reisplannen, ambassades

De vlinder is even neergestreken. Hij heeft een kamer in onderhuur gevonden in de hofstad, prachtig gelegen nabij de grote ambassades, ingeklemd tussen het centrum en de Scheveningse bosjes. De kamer is deel van een antroposofisch studentenhuis – waarlijk, die bestaan – en is ruim, licht en hoog. Voor het brede balkon hangen smetteloos witte gordijnen, boven de schoorsteenmantel een handgeschreven gedicht van Schiller. De boekenkast is goed gevuld met werken van Rilke en Duitse vertalingen van Steinbeck. De keuken is eveneens ruim, en staat vol gezellige potjes gedroogde kruiden en zaden. Zijn charmante nieuwe huisgenotes hebben hem al de wekelijkse biologische markt laten zien, waar hij een prachtige pompoen op de kop getikt heeft. Onder het genot van een kom geurige pompoensoep leerden ze elkaar vervolgens beter kennen. Hij is hier pas enkele dagen, maar voelt zich nu reeds beter thuis dan hij in zijn Londense huis ooit gedaan heeft. Of verbeeldt hij zich dat maar? Hoe dan ook, het lot heeft hem toch maar weer naar een mooi nieuw plekje gebracht.

Zijn verblijf hier is evenwel slechts van tijdelijke aard. Over een maand of twee zal hij weer verder fladderen; verder zelfs dan hij in lange tijd geweest is. Zijn gedachten zijn dan ook voortdurend bij de naderende reis. Plannen veranderen, nog voor ze goed en wel gevormd zijn. Was hij aanvankelijk voornemens in december een treinreis naar China te ondernemen, klimatologische overwegingen hebben hem doen besluiten zijn reis te beginnen waar hij haar wilde eindigen: in Zuidoost Azië. Hij zal zijn reis beginnen in Thailand, om vervolgens een lus te maken door de Filippijnen, Indonesië, Maleisië en weer Thailand. Van daaruit wil hij over land, via Cambodja, Vietnam, China en Rusland, terugreizen naar Europa. Ongetwijfeld zullen deze plannen onderweg nog wel een paar keer veranderen, maar het raamwerk staat. De dikke gele moeder aller Lonely Planets, ‘Southeast Asia on a Shoestring’, bevindt zich voortdurend in zijn nabijheid. Ze blijft maar lonken. Gebaande backpackpaden of niet, voor hem is het een groot, nieuw avontuur.

En dan gebeurt het, tijdens een intensieve sessie online vliegtarieven vergelijken: hij boekt zijn ticket. De ellende wil dat de meeste enkele reizen bijna net zo duur zijn als retourtickets, dus wanneer hij plotseling oog in oog komt met een betaalbaar ticket van een Duitse budgetmaatschappij besluit hij om de teerling te werpen, en op de knop ‘betalen’ te drukken. Hoppa, gebeurd. IJs en weder dienende vliegt hij op donderdag 11 december van Düsseldorf naar het Thaise Chiang Mai, met overstappen in München en Bangkok. Het is definitief, de grote reis gaat er komen. Boeddhistische tempelcomplexen, rokende vulkanen, witte stranden met kokospalmen, knotsgekke miljoenensteden: binnenkort worden ze echt. De reisspanning maakt zich opeens volledig van hem meester. Adrenaline borrelt en klotst woest door zijn lijf. De Gunung Bromo is er niets bij.

Wanneer de adrenaline zo borrelt, dan is er maar één remedie. Hij heeft zijn hardloopschoenen weer uit het vet gehaald. Den Haag blijkt onverwacht gul. De Scheveningse bosjes doen niet onder voor het Amsterdamse bos. Ze verrassen met plotselinge heuveltjes en verstopte zandpaadjes, en verspreiden een zoete geur van nazomer. De zon schijnt speels door de eikenbladeren. Vandaag is een goede dag om de bank te overvallen, zo blijkt, want het plaatselijke politiecorps houdt zijn jaarlijkse hardloopwedstrijd. Even verderop, op een bankje bij een grote vijver, zitten twaalfjarige jongens te genieten van een stiekeme sigaret. Vogels zingen bescheiden. De bomen ademen zuurstof uit.

Madurodam blijkt nog steeds te bestaan, ziet hij tot zijn vreugde wanneer hij terugloopt richting stad. Een stukje verder komt parmantig een glimmende antieke koets langsrijden, gevolgd door een optocht van geüniformeerde ruiters – ook dat zie je niet in Amsterdam, laat staan in Groningen. Ambassadepersoneel loopt breeduit Frans sprekend de stoep bezet te houden, zinnenprikkelende parfumgeuren verspreidend. De langshuppende eksters trekken zich er weinig van aan. Voor het zonnebadende Vredespaleis wappert trots en naïef de blauwwitte VN-vlag, als ware de wereld een vreedzaam paradijs. Ook de politie is vol van vertrouwen, blijkens het feit dat ze hun post tegenover de Amerikaanse ambassade vandaag onbemand gelaten hebben. Kennelijk gingen ze ook liever een rondje hardlopen. Bij de ambassade van Koeweit valt vooral de kolossale schotel op – zo kan de ambassadeur ten minste genieten van de Arabische versie van Idols. Bij de Japanse ambassade werkt nog steeds dezelfde jongen als een paar jaar geleden, en hij maakt nog steeds hetzelfde dagelijkse blokje om. Hij doet alsof hij de hem passerende hardloper niet herkent, niet wetende wat hij zou moeten zeggen. Dat is insgelijks. Op de stoep liggen her en der eikeltjes. Heel langzaam wordt het herfst.

Hardlopen is leuk, maar er moet nog wel wat geld in het laatje komen voordat de grote reis begint. Helaas, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Je kunt cum laude afgestudeerd zijn, je talen spreken en lief glimlachen, als je geen aantoonbare ervaring hebt in het tappen van biertjes en het netjes dragen van een stapel borden – toch niet bepaald vaardigheden waarvoor heel veel speciaal talent vereist is, me dunkt – is het merendeel van de horecaondernemingen niet in je geïnteresseerd. Zij die dat in eerste instantie wel zijn, voornamelijk hippe koffietentjes, haken af als ze horen dat je slechts voor twee maanden beschikbaar bent (en eerlijk is eerlijk, daarin hebben ze misschien ook wel een beetje gelijk). Uitzendbureaus daarentegen lijken uit te puilen van de weinig tot de verbeelding sprekende administratieve functies waarvoor je MBO-zus of MEAO-zo afgerond moet hebben. Nu heeft hij er totaal geen bezwaar tegen om een tijdje ‘onder zijn niveau’ te werken, maar hij heeft simpelweg niet de vereiste ervaring dan wel de vooropleiding om dergelijk werk te doen. Daar zit je dan met je mastertitel… Nog maar even verder zoeken dus, deze week. Concrete suggesties zijn in ieder geval welkom.

Gelukkig zijn er reisgidsen, pompoenen en hardloopschoenen. En gelukkig is hij in Den Haag, mooie stad achter de duinen, hem nieuw en gastvrij. De herfst is jong en vol beloftes.

Friday, 3 October 2008

Bedankt

‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij,’ zo dichtte J.C. Bloem eens. Wat eenmaal was zal nooit meer zijn. Ik kan mij niet langer verschuilen achter het heerlijke excuus dat studie heet. In de woorden van Lennaert Nijgh, ‘ ’t is eindelijk een feit: ik weet ik ben volwassen, ik moet nu op gaan passen met werk en geld en tijd.’ Zo is het maar net. Mijn jeugd zit erop, de toekomst is heden geworden, en het maken van keuzes is niet meer het vrijblijvende spel dat het ooit was. Enfin, daar heb ik het reeds uitgebreid met u over gehad, en ik zal u niet nogmaals vermoeien met mijn existentialistische overpeinzingen. Maar nu mijn studietijd definitief tot het verleden behoort, en nu ik mijn 25e verjaardag gevierd heb en terug kan blikken op de afgelopen kwart eeuw, vind ik het tijd voor een woord van dank.

Dank aan de lieve vrienden en familie, die mij op vrijdag- of zaterdagavond gezelschap hielden en met mij mijn verjaardag vierden. Bedankt voor jullie mooie cadeaus, voor jullie financiële bijdragen aan mijn reis, voor jullie mooie woorden op de Tibetaanse gebedsslinger. Bedankt voor alle fijne gesprekken die we door de jaren heen gedeeld hebben. Bedankt dat jullie me hebben doen ervaren dat je weliswaar even uit het oog kunt zijn, maar daarmee nog niet uit het hart bent. Bedankt dat jullie zijn wie je bent. Dank ook aan hen die er helaas niet bij konden zijn, maar mij wel verblijd hebben met lieve berichtjes.

Dank aan alle onderwijzers, leraren en docenten die de afgelopen kwart eeuw met mij hun kennis, inzichten en fascinatie hebben willen delen – de een iets meer dan de ander. Dankzij jullie kan ik lezen en schrijven en rekenen, spreek ik vijf talen, ken ik de stelling van Pythagoras en het periodiek systeem van de elementen, ben ik bekend met Brecht en Shakespeare en Ionesco en Multatuli, ben ik nog altijd verliefd op het theater, heb ik de Japanse en de Westerse filosofie leren kennen, ben ik iets gaan begrijpen van het christendom en de islam, ben ik met mythen gaan spelen en erover gaan schrijven. Zonder jullie was ik niet geweest wie ik nu ben. Mijn dank is groot.

Dank aan alle muzikanten die mijn iPod bevolken, voor de troost en het plezier en de inspiratie die jullie muziek mij geeft en gegeven heeft. Dank aan alle kunstenaars en schrijvers wier werken mij geraakt hebben en aan het denken gezet hebben. Een speciaal woord van dank aan Jacques Brel, Boudewijn de Groot, Herman van Veen, Roger Waters, Yusuf Islam, Marc Chagall, Vincent van Gogh, Takeshi Kitano, Max Velthuijs, Roald Dahl, Haruki Murakami, Hermann Hesse, Dogen, Friedrich Nietzsche, Emmanuel Levinas, Jezus van Nazareth en natuurlijk alle dieren in de dierentuin van Emmen voor de jarenlange vriendschap.

Dank aan mijn trouwe wandelschoenen, die met mij onder meer de Vogezen, de Jura, Iwaki-san, Asahi-dake, de Utrechtse Heuvelrug, het Noord-Hollands Duinreservaat, Ihlara Valley, de Seven Sisters, het Lake District, de Wicklow Mountains en de kliffen van Finistère bedwongen hebben. Dank ook aan de Nederlandse Spoorwegen, die mij al die jaren van Amsterdam naar Leiden naar Groningen gebracht hebben. En dank aan de Nederlandse overheid voor het (deels) financieren van mijn opleiding.

Dank aan Ron Jans en aan alle spelers van FC Groningen voor de overwinning op Feyenoord en voor het behalen van de koppositie. Het was een mooi verjaardagscadeau, en mijn groenwitte hart klopt trots. Veel succes verder, dit seizoen.

Dank aan God, wie of wat of waar je ook bent, voor je troost en liefde, en voor alle mooie zonsondergangen die je me gegeven hebt. Dank aan de beschermengeltjes die me al die jaren veilig door het verkeer geloodst hebben. Dank aan alle boeddha’s, bodhisattva’s, kami, heiligen, profeten en God weet wat, voor jullie hulp en compassie en wijze woorden. Dank aan de vogels voor hun lied, de bloemen voor hun kleuren, de zee voor haar schoonheid. Dank aan Sinterklaas, voor alle mooie cadeaus en gedichten die ik de afgelopen kwart eeuw heb mogen ontvangen. En natuurlijk dank aan Brompje, de liefste teddybeer van de wereld – jij ook gefeliciteerd met je 25e verjaardag.

Dank aan mijn broertje, voor alle tijdloze uren die we samen hebben doorgebracht terwijl we met de knuffels of met de lego speelden, voor de kerstmissen in Londen, voor de kameraadschap. Dank aan mijn zusje, voor de fijne gesprekken van de afgelopen jaren, voor je humor, voor je cocktails. En, bovenal, dank aan mijn ouders – voor alles. Jullie hebben me al die jaren zoveel gegeven, dat ik de woorden om jullie te bedanken niet kan vinden. Er zijn geen woorden die zo diep gaan.

Dank, muze, dat ik mag schrijven. Geef me de moed om er eens iets serieus mee te doen.

Bedankt, lezer, voor het lezen. Ik wens u alle goeds.

Wednesday, 24 September 2008

Indrukken van Nederland

Het niet weten duurt nog even voort. Maar ik vind het niet zo erg. De leegte is niet zo leeg als ze lijkt, want er zijn etentjes en feestjes en vrienden. Verder zwem ik een beetje rond. Onderwijl nemen mijn plannen als vanzelf langzaam concreter vormen aan. Zo lijkt het, ten minste - met plannen weet je het natuurlijk nooit zeker. Maar ik hoop u over een paar maanden op deze plaats het Plein van de Hemelse Vrede te kunnen beschrijven. We zullen zien.

***

Poëzie is overal. Zo vond ik plotseling een fraai gedicht in mijn logeerkamer, dat ik u niet wil onthouden:


K3102

Kledingkast

Met roede
Volledig afsluitbaar middels ritssluiting
in hoekvorm.
Stevig kunststof onderstel.


En deze, in mijn favoriete broodjeszaak:


DE MELK
in onze cappuccino en
koffie verkeerd komt van
hele BLIJE KOEIEN en is
100 % BIOLOGISCH

"ZO BLIJ
MET 100 %
BIO"


Woorden die dansen zonder dat te beseffen zijn vaak de mooiste.

***

Nederlands winkelpersoneel heeft de vreemde gewoonte om klanten te vragen naar extra kleingeld, zodat ze zelf niet te veel met kleine muntjes hoeven te doen. Men is namelijk bang voor kleine muntjes. Soms is dat logisch: als je iets koopt dat 6,05 kost, is het vanzelfsprekend een stuiver bij je tientje te doen. Vragen om een euro en vijf cent vind ik in zo'n geval nogal overdreven; men kan toch gewoon vier euro teruggeven? Maar soms gaat het wel erg ver: je koopt iets voor 5,85 en men vraagt of je er misschien 85 cent bij hebt. Schat, het gaat echt sneller als jij gewoon 4,15 uit je kassa haalt dan als ik 85 cent bij elkaar ga zitten zoeken. De verwarring wordt steeds groter, zo merkte ik laatst:
'Dat is dan vier euro tien, alstublieft.'
'Alstublieft.' Ik geef hem een tientje.
'Heeft u daar misschien tien cent bij?'
'Natuurlijk.' Ik geef het hem.
'Misschien een euro tien?'
'Eh... jawel.' Zou hij geen euromunten in zijn kassa hebben?
'En kijk eens, vijf euro. Prettige dag nog.'
'Dank u wel. Dan krijg ik nog twee euro van u.'
Het is even stil.
'Jaaa, ik was ook nog niet klaar.' En hij geeft me snel een blinkende twee euro-munt.
Lief winkelpersoneel, geef gewoon wisselgeld, en hou op met die rare gewoonte klanten om allemaal extra kleingeld te vragen. Of leer eerst even rekenen.

***

Geert W., een gekozen Nederlandse politicus, roept in het parlement op tot etnische zuivering. Dat mag, kennelijk. Nu heeft ons prachtige kikkerlandje natuurlijk al een mooie staat van dienst als het gaat om het uitvoeren van, dan wel meewerken aan etnische zuiveringen. Van Heutz en het koloniale leger, de vaderlandse politie ten tijde van de Duitse bezetting, de 'politionele acties', Karremans en de zijnen - voorwaar, het is niet niets wat wij in de twintigste eeuw hebben weten te presteren! Wat dat betreft is deze politicus een echte Nederlander, in hart en nieren. Immers, wier Neerlands bloed door de aderen stroomt realiseert zich dat er maar een manier is om 'straatterrorisme' aan te pakken: ruimen, deporteren, uitzetten, eenieder met een Marokkaanse achtergrond! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, nietwaar? Zeg Geert, misschien is het een idee om ze, voordat het zover is, allemaal een teken op te spelden, zodat we ze direct kunnen herkennen en preventief uit de weg kunnen gaan? Een felle gele maan op hun borst, bijvoorbeeld? Dat valt wel op.

Ondertussen blijkt zijn fractielid zich meermalen schuldig te hebben gemaakt aan oplichting, fraude en geweld. Dat mag ook, kennelijk. Je moet de Kamer uit als je twintig jaar geleden een keertje meedeed aan een inbraak in een ministerie, maar je mag rustig blijven zitten als je een ander voor 25 mille hebt proberen op te lichten, en mensen in elkaar hebt geslagen. De moddergooiers van GeenStijl en de Telegrof zwijgen plotseling in alle talen van de wereld. Hypocriete rechtse nepjournalisten zijn het, die samenspannen met enge racistische en gewelddadige mannetjes. Als we toch etnisch gaan zuiveren, zullen we dan beginnen met geblondeerde islamofobische Limburgers? Gevolgd door zijn electoraat? Dat zou pas echt opruimen.

***

In het Werkteater zijn de opnames van de Avond van de Grote Filmquiz, die de NPS donderdagavond uitzendt. Ik ben uitgenodigd omdat ik een stem had uitgebracht voor de verkiezing van beste filmacteur aller tijden, en de jury mijn motivatie wel kon waarderen. Maar helaas, mijn kandidaat haalt de top-tien niet eens. De winnaar is weinig verrassend, maar ik ben het er niet mee eens. Ik kan ook wel een geschifte piratenkapitein of chocoladefabrikant spelen. Matthijs van Nieuwkerk presenteert de quiz. Hij is zenuwachtiger dan hij meestal lijkt op tv. Dat is ook niet zo gek, want we zijn allemaal betoverd door de drie beroemde jonge filmactrices die tezamen een team vormen. De quiz zelf stelt niet zoveel voor, maar de Bridget Jones imitatie die de dames uit hun mouw schudden is behoorlijk indrukwekkend. Helaas heb ik mijn bril niet op. Maar donderdagavond zou ik even de tv aanzetten, als ik u was.

***

De molen zweeft in de mist. De lucht erachter kleurt langzaam licht. Wat kan Holland soms toch mooi zijn, vooral als iedereen nog slaapt.

Ik zwem nog even verder.

Thursday, 18 September 2008

De Master of Arts

Partir, c’est mourir un peu. Ik was al een beetje weg uit Londen, maar nog niet helemaal. Nu is het definitief. Vanochtend heb ik voor het laatst gewandeld door Regent’s Park, en genoten van het uitzicht over de stad vanaf Primrose Hill. Nu zit ik in de vertrekhal van St. Pancras International, waar ik mijn laatste Caffè Nero latté drink, en mijn laatste Pret-à-manger rivierkreeftjes-rucola sandwich eet. Typisch Engels, wat u zegt. De treinen rijden weer, zij het mondjesmaat, want de tunnel is nog steeds voor de helft gesloten. De dienstregeling is aangepast, hetgeen mij meer dan een uur vertraging oplevert – maar gelukkig kan eenieder hier gratis draadloos internetten.

Een stem vertelt ons dat we aan boord mogen. Ik pak mijn laptop in en loop naar de trein, die verbazingwekkend leeg is. Kennelijk hebben de meeste mensen het zekere voor het onzekere genomen en hun ticket omgeboekt. We rijden weg. Tot ziens, Londen. Tot ziens, mooie trotse metropool. Al was het maar voor een paar dagen, het was fijn om hier nog even te zijn en afscheid van je te nemen. Stiekem hou ik van je. Je voelde zelfs een beetje als een thuis. Waarom besef ik toch altijd pas hoezeer een stad mijn thuis is geworden als ik op het punt sta haar te verlaten?

Ik weet niet wanneer ik je weer zie. Zoals er heel veel is wat ik niet weet, momenteel. Ik heb plotseling alle vrijheid van de wereld – en alle vragen die daarbij horen. De wereld ligt als een blinkend vel wit papier voor me uitgestrekt. Het geeft een groots gevoel van macht. En een beangstigend gevoel van kleinheid, tegelijkertijd. Er is geen scriptie meer om me achter te verschuilen, geen stacaravan meer om me in te verstoppen. Een diep zwembad lonkt me, maar ik durf eigenlijk nog niet over de rand van de duikplank naar beneden te kijken. Ik zal toch moeten. Ik ben tot vrijheid veroordeeld, om met Sartre te spreken.

Ik ben een Master of Arts. Nog niet officieel – de diplomaceremonie vindt pas volgend jaar plaats. Maar ik heb mijn masterprogramma, en daarmee mijn studietijd, definitief afgerond. De tunnelbrand bezorgde mij nog een paar spannende dagen, maar uiteindelijk heb ik mijn scriptie af gekregen. ‘The Angel from the East: Zionism, Millenarianism and Nationalist Mythmaking in the Theology of Nakada Juji’, zo luidt de titel. Ik ben zo trots als een pauw. Dat mag niet van de calvinistische moraal, ik weet het. Maar ik ben het toch. Dat komt ook omdat ik de afgelopen maanden de nodige tegenslag moest overwinnen: een boze bacterie die mij onderuit probeerde te halen, Britse bureaucraten die mij ervan weerhielden een noodzakelijke bron te kopiëren waardoor ik alles zelf moest vertalen, teleurstellingen over afwijzingen voor promotieplaatsen dan wel –beurzen, een onachtzame Franse vrachtwagenchauffeur die een brand veroorzaakte en zo mijn planning voor de laatste dagen in de war schopte. Maar wat mij niet dood maakt, maakt mij sterker, zoals Nietzsche zei. Het maakte in elk geval mijn scriptie sterker.

En nu? Een baan, een huis, een hypotheek, een rijbewijs, een auto, een vrouw, een kind, een levensverzekering, een breedbeeldtelevisie, nog een kind, een abonnement op de Donald Duck, een hond, een houtoven, een huishoudster, een wijnkelder, een huisje in Frankrijk, een minnares, een frequent flyer pas, een psychiater, een facelift, een SUV? ‘Word gelukkig!’ schreeuwen honderden billboards en commercials en advertenties mij toe. ‘Word gelukkig! Investeer in uw toekomst! Koop, consumeer, begeer, voor het te laat is!’ De huidige situatie is nooit goed genoeg, dat is de boodschap die wij continu te horen krijgen. Wij moeten geluk nastreven, er achteraan hollen, want geluk is vluchtig en het leven kort. Dus rennen wij als kippen zonder kop in het rond, en dromen wij van wat wij niet hebben, van wat wij willen, van wat wij begeren. Maar wie geluk najaagt plaatst het buiten zichzelf. Ons beeld van de toekomst is altijd een projectie van het heden, maar we zien het niet. We jagen en rennen en plannen ons een ongeluk omwille van de belofte van geluk. Want het hier en nu is nooit goed genoeg.

Vervloekt zij de belofte van de toekomst. Zij is een mythe, een illusie. Leef de belofte van het heden, nu, hier. Omarm de imperfectie van het nu – en bevrijd jezelf van de windmolens die ‘geluk’ genoemd worden.

Ik denk dat ik een tijdje op reis ga. Nog niet direct: ik moet een en ander nog voorbereiden, en als het even kan nog wat geld verdienen. Maar over een paar maanden, wellicht. Ik weet nog niet hoe lang ik weg blijf, ik weet heel veel nog niet. Maar het idee begint langzaam te rijpen. Een treinreis naar China, en dan verder zuidwaarts. Zoiets.

Mocht iemand van mijn lezers heel toevallig de komende twee maanden op buitenlandstage gaan en nog een onderhuurder zoeken, of mocht iemand nog een betaalbaar kamertje te huur hebben voor die tijd, laat het me weten. Mijn voorkeur gaat uit naar de Randstad – maar ik heb alle vrijheid van de wereld.

De trein rijdt door de duisternis. We zijn niet meer in Groot-Brittannië, we zijn nog niet in Frankrijk. We zijn in het niets. Ver boven ons zwemmen vissen, krabben, kwallen en zeehonden. Ver onder ons gutst en klotst het vloeibaar gesteente. Mensen zijn in gedachten verzonken. Ze gaan haar huis, of ze gaan weg van huis. Iemand schreef ooit dat dat de enige twee soorten reizen zijn die er zijn: weg van huis of terug naar huis. Maar als dat zo is weet ik bij God niet onder welke categorie ik op dit moment zou vallen. Dat is niet zo gek, want ik weet eigenlijk heel weinig, momenteel.

Het verstandigst is hij die weet wat hij niet weet, zei Socrates. Maar zelfs dat weet ik niet zeker.

Ik ben onderweg, meer niet.

We zien wel.

Friday, 12 September 2008

Gestrand

Er leek geen vuiltje aan de lucht te zijn. Ik had mij de afgelopen weken opgesloten in mijn stacaravan om mijn scriptie te schrijven. Nadat de aanvankelijke twijfels en onzekerheden waren overwonnen begon zich langzaam maar zeker een mooi verhaal te vormen. Naarmate de deadline (en, zodoende, mijn tijdelijke terugkeer naar Londen) dichterbij kwam, kreeg de scriptie gestalte - kwantitatief zowel als kwalitatief. Voor wat het waard is: ik denk dat er weinig mensen in Nederland zijn die zoveel weten van Japanse zionistische theologie en Japans-Joodse 'common ancestry theories' als ik. Gelukkig maar, zult u wellicht zeggen, wat is dat nou voor bizar onderwerp - en ik kan u natuurlijk niet helemaal ongelijk geven. Maar ik durf te beweren dat ik ook wel een paar relevante dingen geschreven heb over de samenhang tussen nationalisme en millenniarisme, en over religieus gemotiveerde oorsprongsmythen en identiteitsvorming. Het waren, hoe dan ook, vruchtbare weken.

Aan de vooravond van mijn terugkeer naar Londen was de scriptie voor negentig procent af. Ik hoefde alleen nog een paar pittige citaten op te zoeken en vertalen, een mooie conclusie te schrijven en het geheel uit te printen en laten inbinden. Om die reden had ik mezelf een paar dagen in Londen gegeven. De deadline van Damocles was 15 september, en dus boekte ik een treinticket voor een paar dagen eerder. Voor vandaag.

Ik wilde geen enkel risico nemen, en nam dus een vroege trein naar Brussel. Wonder boven wonder kwam ik zonder vertraging aan, waardoor ik nog ruim tijd had om op een terrasje een matig broodje falafel naar binnen te werken, en te genieten van de Ruisdaellucht boven de Grote Markt. Als altijd maakte Brussel mij melancholisch. Misschien heeft het ermee te maken dat de stad zo vaak een knooppunt voor mij is geweest - onderweg naar het nieuwe, het enge en het onbekende kwam ik om de een of andere reden vaak deze stad tegen.

Ik had alle tijd. Een uur voor aanvang van vertrek was ik aanwezig op station Brussel Zuid. Mijn ticket, mijn paspoort en mijn laptop had ik bij me. Het nagenoeg verlaten station ademde een en al weltschmerz uit, zoals alleen Brusselse stations dat kunnen. Er leek, kortom, geen vuiltje aan de lucht te zijn.

Maar in de Eurostar-hoek was het druk. Erg druk. Ongebruikelijk druk. Mijn blik viel op de schermen met vertrektijden. Drie treinen zouden vanavond Brussel met Londen verbinden, maar het scherm liet weinig aan de verbeelding over: 'Annulé. Annulé. Annulé.' Oh jee.

Mensen verdrongen zich rond de informatiebalie, maar de informatiebalie wist weinig. Een zachte stem riep om dat er vuur was geweest in de Kanaaltunnel. Ik realiseerde me welke datum het vandaag was, en vreesde dat 'vuur' een eufemisme was voor iets anders (gelukkig, zo zou ik later leren, was dat niet het geval - zie http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/7610919.stm ). Een Ierse jongen vervloekte hartgrondig de autoriteiten, terwijl zijn vriendin een tot mislukken gedoemde poging deed hem rustig te houden. 'Wat nu', vroeg ik mij af, en ik was niet de enige. Niemand wist iets, maar de omroeper mompelde iets over een hotelverblijf dat vergoed zou worden. Dat vertelde de dame achter de informatiebalie ons ook. Maar zouden er morgen weer treinen rijden? Zouden die dan plek hebben? Niemand wist iets. Komt u morgen maar terug.

Een hotel dan maar. Of kende ik nog iemand in Brussel? Die ene mislukte date van ruim een half jaar geleden kwam uit Brussel, en ik had haar naderhand nog wel eens gezien. Maar waarschijnlijk zat zij gewoon in Londen. Bovendien had mijn telefoon het begeven zodra ik de grens gepasseerd was, dus ik kon haar toch niet contacteren, zelfs al had ik dat gewild. En ach, als de Eurostar zich bereid toonde mijn hotel te vergoeden, dan wilde ik ook niet de beroerdste zijn. Ik maakte graag gebruik van hun vrijgevigheid.

Maar het gonsde door de ruimte dat de Brusselse hotels vol zouden zitten. Tja, ga maar na: ten minste vier volle treinen geannuleerd (inclusief een trein die reeds Calais bereikt had, maar terug moest keren), vele honderden reizigers gedupeerd... Ik voorzag reeds een dramatische Maria-en-Jozef-tocht langs volgepropte Brusselse hotels. Het was geen aantrekkelijk vooruitzicht. Een vriendelijke Nederlandse dame vertelde me dat haar zoon een hotelkamer voor haar in Leuven gevonden had, en ze belde hem nog even op om te vragen of er meer beschikbaar was, maar het bleek de laatste kamer te zijn. De dame achter de informatiebalie raadde mij vervolgens aan naar Gent te gaan.

Gent...

Gent, dat prachtige Gent, met de mooiste historische binnenstad van Europa, met de gezelligste cafés van de wereld, met waterzooi en trollenbier. De stad waar ik ooit vol van liefdesverdriet ronddwaalde, maar mezelf gelukkig ook weer op de rails wist te zetten.

Gestrand in Gent. Andermaal, zo lijkt. Weer op een moment dat er iets aan het sterven is, maar het nieuwe nog niet geboren is. Die ewige Wiederkehr des Gleichen. In dit geval gaat het om het afscheid van mijn tijd als student, van een complete levensfase, en de angst voor wat om de hoek ligt.

België, rails, knooppunten. Alles heeft betekenis, voor wie die betekenis wil zien.

En zo boemelde de stoptrein mij de Vlaamse duisternis door. Een gedicht kwam zomaar langs:

Liederkerke
Denderleeuw
Lede, Wetteren,
Gent-Sint-Pieter

En toen

Wifi, Ligbad
Plastic geld
Minibar met
Kriek en Leffe

Toch hoop ik dat er morgen een plekje in de trein voor me is. De scriptie zoekt nog een conclusie.