Friday, 21 January 2011

Boeddhisme en beeldvorming

Ik vind Trouw wel een leuke krant. Ze hadden een paar jaar geleden weliswaar een flirt met neoconservatieve verlichtingsretoriek, maar daar zijn ze inmiddels gelukkig van genezen. De paar rechts-simplistische columnisten die ze nog in dienst hebben hebben gelukkig niet kunnen verhinderen dat de krant haar traditionele politieke positie weer heeft ingenomen: confessioneel doch geëngageerd, een tikkie links van het centrum. Aan Trouw heeft het in elk geval niet gelegen dat het CDA afgelopen zomer zijn Faustiaanse pact met de Bende van Wilders gesloten heeft - de meeste commentatoren waren mordicus tegen.

Een tijd lang noemde de krant zichzelf 'misschien wel de beste krant van Nederland'. Dat is ze natuurlijk niet, want dat is al sinds jaar en dag het NRC Handelsblad, dat grosso modo de beste opiniestukken heeft, en het meeste diepgang biedt op het gebied van buitenlands en wetenschappelijk nieuws. Daar staat tegenover dat Trouw aanzienlijk meer aandacht heeft voor een onderwerp dat mij persoonlijk interesseert: religie. De krant heeft vaak artikelen over religieuze onderwerpen, en interviews met interessante religieuze persoonlijkheden. Het is reden voor mij om regelmatig even een kijkje te nemen op de website.

De redactie van het religiekatern is overduidelijk beïnvloed door de pluralistische aanname dat er een aantal gelijkwaardige wereldgodsdiensten bestaat, die in essentie allemaal gericht zijn op het goede (zelf-realisatie en vreedzame coëxistentie). Dat is een aanname die sympathiek mag ogen, maar niet noodzakelijkerwijs empirisch juist is. De pluralistische agenda leidt nogal eens tot het projecteren van bepaalde waarden en concepten op tradities en ideologieën die dat niet noodzakelijkerwijs rechtvaardigen. Hineininterpretierung, in goed Nederlands. Het leidt ook tot essentialisme.

Dit blijkt overduidelijk uit de manier waarop Trouw-journalisten plegen te schrijven over het boeddhisme. Er is geen enkele religie waarover zoveel mythen en misvattingen bestaan als het boeddhisme - met uitzondering van de islam, misschien. Maar in tegenstelling tot de islam, waarover voornamelijk negatieve stereotypen bestaan, wordt het boeddhisme geassocieerd met allerlei positieve waarden. De religie zou pacifistisch zijn (ik kan u zo een handvol voorbeelden geven van het tegendeel); spiritueel en gericht op zelfrealisatie, middels meditatie bijvoorbeeld (een zeer eenzijdig beeld - 'boeddhisme' in Azië gaat over het uitvoeren van de juiste rituelen voor het welzijn van de gemeenschap door daartoe bevoegde religieuze functionarissen, bijvoorbeeld het reciteren van soetra's om dolende geesten te pacificeren); egalitaristisch en individualistisch (nog zo'n fantasie - de sangha (de boeddhistische gemeenschap) moet staat en natie beschermen, en maatschappelijke en economische ongelijkheid rechtvaardigen, niet omverwerpen!) en zelfs, Here bewaar me, niet-theïstisch (wat men u ook verteld mag hebben, de overgrote meerderheid van 's werelds boeddhisten bidt wel tot de boeddha - en ook tot goden, bodhisattva's en voorouders).

Recentelijk gaf Trouw ongewild twee voorbeelden van hoe verkeerde aannames kunnen leiden tot verkeerde beeldvorming. Vanochtend stond er een artikel op de website met de titel 'Boeddhistische monniken bidden voor gedode dieren'. Het artikel ging over een 'gebedsbijeenkomst' in Seoul naar aanleiding van het recente afslachten van 1,6 miljoen dieren in verband met mond- en klauwzeer. "De boeddhistische rituelen zijn bedoeld om de zielen van de dieren te begeleiden. De monniken bidden ook voor een vredige dood voor de honderdduizenden dieren die afgemaakt worden wegens de virus-uitbraak", zo staat er. Vervolgens wordt de link gelegd met dierenwelzijnsorganisaties en dierenrechtenactivisten, alsof die direct verbonden zouden zijn aan deze boeddhistische rituelen.


Onder het artikel is gereageerd door lezers. De volgende reactie is exemplarisch voor het totale gebrek aan kennis over zowel boeddhisme als Korea. Het getuigt evenwel van een gedegen kennis van romantische fantasieën aangaande 'oosterse filosofie', dat meer respect voor de natuur zou hebben dan het 'westerse' christendom, waardoor het niettemin langzaam gecorrumpeerd wordt: "In het boedhisme kunnen dieren altijd nog op meer respect en mededogen rekenen dan in het christendom. De vraag is of de Koreanen vanuit hun levensfilosofie tot bezinning zullen komen en een inspirerend voorbeeld kunnen worden voor ons, of dat zij steeds meer consumenten worden net als wij en dieren als producten zonder gevoel en ziel gaan beschouwen waar men mee mag dan wat men maar wil."

Ten eerste: Korea heeft een aanzienlijke christelijke minderheid, van dertig à veertig procent, dus de dichotomie oosters boeddhisme versus westers christendom gaat daar a priori niet op. Ten tweede: er zijn weinig landen ter wereld die zo vegetariër-onvriendelijk zijn als Korea. Het is vrijwel onmogelijk om er vegetarisch te eten. Alleen al het stellen van de vraag kan ertoe leiden dat je met kwade stem een restaurant uitgestuurd wordt. Of en hoe vaak boeddhistische monniken en priesters in Korea vlees eten weet ik niet (in Japan is het een vrij algemeen geaccepteerd gebruik), maar leken doen dat over het algemeen wel, hoe gelovig ze ook mogen zijn. Zo er al sprake is van religieus vegetarisme is dat omwille van monastische leefregels en het vergaren van religieuze verdienste, niet omdat aan dieren menselijke eigenschappen en gevoelens worden toegeschreven. Ten derde: dat handjevol dierenrechtenactivisten dat vermeld wordt in het artikel heeft vermoedelijk geen enkele band met de tempels - de associatie is misleidend. Ten vierde: het 'bidden' voor de geesten van gedode dieren is volstrekt normaal in Oost-Azië, en heeft helemaal niks te maken met bezorgdheid om 'dierenwelzijn' (een modern concept, dat de meeste Aziaten volstrekt vreemd is). Het heeft te maken met angst dat de geesten van die beesten gaan ronddolen. Anderhalf miljoen geesten kunnen namelijk een hoop chaos en ongeluk veroorzaken. Die geesten moeten middels offers, wierook en het reciteren van soetra's gepacificeerd worden - niet omdat ze zielig zijn en men medelijden met ze heeft, maar omdat men bang is dat ze anders lastig worden. Het projecteren van essentialistische mythen aangaande de boeddhistische 'filosofie' op concrete rituele praktijken leidt dus tot volstrekt onjuiste conclusies.

Een ander voorbeeld van een artikel dat direct door de mand zou vallen in om het even welk eerstejaarscollege culturele antropologie of godsdienstwetenschap, al was het alleen maar vanwege de titel 'Geloof en bijgeloof in Burma', gaat over religieuze praktijken in Myanmar. Het is geschreven door ene Minka Nijhuis, en is een typisch voorbeeld van de vreemde menselijke neiging meer waarde te hechten aan ongefundeerde vooronderstellingen dan aan empirische gegevens. De zaken die Nijhuis in Myanmar heeft aangetroffen - het geloof in de magische kracht van de stoffelijke resten van een populaire boeddhistische abt, bijvoorbeeld - zijn niet in overeenstemming met wat ze in haar boekjes gelezen heeft over 'het boeddhisme', en worden dus afgedaan als bijgeloof. Nu is 'bijgeloof' sowieso een problematisch, normatief concept, dat uitgaat van een kunstmatige, typisch protestantse tegenstelling tussen 'puur' geloof en irreële aberraties. Maar zelfs als we de term accepteren dringt zich de vraag op waar deze mevrouw de arrogantie vandaan haalt om te kunnen zeggen wat 'echt' boeddhisme is, en wat niet.

De volgende zin is veelzeggend: "Over die verdwijning [van die stoffelijke resten] doet een verhaal de ronde waaruit duidelijk blijkt hoe diep geworteld het geloof van Burmezen in andere krachten dan die van de boeddhistische leer is." Hoezo 'anders dan de boeddhistische leer'? Volgens wie? De zaken die Nijhuis afdoet als 'bijgeloof' zijn reëel bestaande, concrete vormen van 'boeddhistische' religieuze praktijken. Waarom moet daar in neerbuigende terminologie over gesproken worden? Waarom wordt ontkend dat dergelijke praktijken en geloven nu juist centraal staan in de religieuze beleving van veel mensen?

Ook de veronderstelling dat er zoiets zou kunnen bestaan als een 'mengvorm' van boeddhisme en animisme, zoals beschreven onderaan het artikel, is volstrekt misleidend. Het gaat uit van het bestaan van een ideaaltypische essentie van het boeddhisme, een 'pure' vorm zo je wilt, die gecorrumpeerd zou zijn geraakt door 'syncretisme' en lokale invloeden. Maar een dergelijk onderscheid is volstrekt niet empirisch. Dit abstracte 'boeddhisme' mag bestaan in schoolboekjes, filosofische verhandelingen en de verbeelding van sommige (Europese) boeddhisten, maar heeft weinig te maken met de daadwerkelijke religieuze praktijken (vroeger en vandaag) in 'boeddhistische' landen - noch met de betekenissen die mensen er daar aan plegen te geven.

De conclusie mag duidelijk zijn. 'Het' boeddhisme bestaat niet, en al helemaal niet in de vorm die nogal wat Europese journalisten, gelovigen, geïnteresseerden én wetenschappers voor ogen hebben. De mythe van de sociaal en politiek geëngageerde, op zelfverwerkelijking gerichte 'levensfilosofie' die men op de term 'boeddhisme' geprojecteerd heeft komt slechts in zeer beperkte mate overeen met de complexe, veelzijdige religieuze realiteit in zogenaamd boeddhistische landen, maar kleurt onze beeldvorming daarover volledig. Wie 'boeddhisme' echt wil begrijpen, dient de volgende drie zaken te onthouden: 1) het is een volstrekt heterogene religie, die bestaat uit een aantal stromingen die weinig met elkaar gemeen hebben; 2) rituele praktijken zijn belangrijker dan 'geloof' of 'filosofie' - vorm is belangrijker dan inhoud, sterker nog: de vorm is de inhoud; en 3) enkele prominente uitzonderingen daargelaten is de sangha overwegend sociaal en politiek conservatief, en gericht op de instandhouding van bestaande structuren, niet op de omverwerping daarvan.

Maar misschien begrijp ik het allemaal wel verkeerd, omdat ik nog niet verlicht ben. Dat kan natuurlijk ook.

8 comments:

  1. Goed stuk! Hier stoor ik mezelf nou ook constant aan. Met kerst had ik "De donkere zijde van het boeddhisme" gevraagd en gekregen van mijn ouders. Het zou een kritische blik werpen op de boeddhistische tradities; een reactie op de recente verheerlijking ervan in Westerse landen. Helaas heb ik nog geen tijd gemaakt het te gaan lezen, maar ik ben erg benieuwd naar de inhoud.

    ReplyDelete
  2. Een goed stuk, Aike.
    Vegetarisch eten in Korea schijnt inderdaad moeilijk te zijn. Nu weet ik weinig van de Boeddhistische praktijk in Korea, maar één ding valt me wel op. De Koreanen die ik ken vinden het vreemd dat priesters en monniken in Japan vlees eten. Het beeld dat zijn van hun priesters en monniken hebben is dus anders dan het jouwe. Ik heb verschillende Koreanen dit horen zeggen. Hier moet ik aan toevoegen dat de overgrote meerderheid van mijn Koreaanse vrienden niet uit Seoel komt. Bovendien zien ze tempels alleen van binnen als ze samen met hun ouders gaan en vlees eten ze zelf het liefst in grote hoeveelheden. Ik nam dus altijd aan dat Japan de uitzondering vormde wat het eten van vlees betreft.
    Wat diervriendelijkheid betreft, heb ik overigens precies dezelfde ervaring als jij.
    Groeten,
    GvdL

    ReplyDelete
  3. Bedankt voor jullie reacties!

    @GvdL: Ik heb geen precieze cijfers over het aantal monniken dat vlees eet in verschillende Oost-Aziatische landen - het zou best kunnen dat dat in Korea lager ligt dan in Japan, dat weet ik niet. Vermoedelijk hebben kloosters wel vegetarische diëten, maar dat zegt natuurlijk nog niet zo veel over het eetgedrag van individuele priesters, laat staan van de rest van de bevolking. Ik geloof ook niet dat als die monniken eenmaal uitgetreden zijn ze vegetarisch blijven eten. In Vietnam eten betrokken boeddhistische leken twee dagen per maand vegetarisch: op de eerste en vijftiende dag. Dat levert kennelijk voldoende religieuze verdienste op, dus daar houden ze het bij.

    Maar misschien heb je wel gelijk en moet ik dat 'normaal gesproken' weghalen bij gebrek aan empirisch bewijs, en de zin iets anders formuleren. Hoe dan ook zijn we het over eens dat als er al sprake is van vegetarisme dat niet of nauwelijks te maken zal hebben met bezorgdheid om 'dierenwelzijn' - hooguit met voorgeschreven leefregels.

    ReplyDelete
  4. Tja, ik heb hier wel eens interpretaties over gelezen dat het idee dat er een ideaal boeddhisme zou zijn de orientalist het conceptuele wapen gaf alle hedendaagse boeddhisten met het stempel 'aberratie' af te serveren om vervolgens zelf de sterkere, kritische fakkeldrager te worden.

    Over de term syncretisme en het spreken van mengvormen ben ik eerlijk gezegd erg verdeeld. Enerzijds werkt het inderdaad stereotypen, ideaaltypen en ideeen over het 'verwerpelijke bijgeloof' in de hand. Anderzijds is het een simpele en doeltreffende manier je uit te drukken. "Mengvorm tussen boeddhisme en animisme" is nu eenmaal sneller dan "het boeddhisme dat aldaar in de locale vorm ook de overtuiging dat er zich goddelijke geesten in dieren (...blabla...) incorporeert", weet je wat ik bedoel? Ik kan in dat eerste geval prima door de woorden heen kijken. Maar allicht verdient precisie de voorkeur boven gemak.

    Dan zou ik graag nog even reageren over het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan het dier: boeddhistische teksten staan wel vol met het lijden van dieren en men schrijft ze daar ook menselijke gevoelens toe. Uit een 19'e eeuwse Nyingma-tekst: "Vooral dieren zonder eigenaar, die in een gebied wonen waar mensen zijn, leven in angst" (...) "Hoe verschrikkelijk dat juist hun bloed-eigen lichaam de reden is voor het feit dat ze gedood worden!" (...) "Paarden en lastdieren e.d. worden zelfs nog beladen als hun rug een en al wond is geworden. Zelfs dan worden ze nog bereden. En wanneer ze niet meer kunnen lopen, worden ze geslagen met zwepen en met stenen begooid. Maar dat ze het zwaar hebben of ziek zijn komt niet in [die mensen] op." (...) "Als je een dier ziet lijden, beeld je dan in dat je het zelf bent, en denk in detail na over al de narigheid die ze meemaken. Cultiveer een sterk mededogen voor hen die herboren worden in het dierenrijk. En helemaal als je zelf dieren hebt die van jou afhankelijk zijn, bescherm ze dan met liefde." (...) "Zelfs onder de insecten is er geen enkel exemplaar zonder gevoelens van welzijn en lijden(!). En daar er ook geen een is die niet onze eigen vader of moeder is geweest [in een vorig leven], dienen we liefde en mededogen voor hen te cultiveren."

    (Schiet me ook te binnen: m'n Tibetaanse gastmoeder had een klein sutraatje liggen over de immense karmische goedheid van het vrijkopen van dieren die voor de slacht bedoeld zijn. Eonen van zonde in een klap weggezuiverd. Bam!)

    Eender hoe, het toeschrijven van menselijke gevoelens van angst, geluk en lijden e.d. aan dieren gebeurt dus wel degelijk. Evenals het aansporen tot het goed behandelen van dieren. Dat het in een tekst staat zegt echter natuurlijk niets over dagelijkse praktijk. (Hoewel ik zeker (leken) Tibetanen ken die écht overtuigd zijn van deze ideeen, evenals mensen die honden schoppen of bespugen terwijl ze de stupa circumambuleren).

    Tibetanen kopen wel degelijk geiten vrij, maar of het daar om de dieren te doen is (zoals voor moderne dierenrechtenactivisten het geval zou zijn) of gewoonweg om een leven lang vlees eten goed te maken ... Waarschijnlijk komen beiden voor. Maar zelfs al zou het voor Jan met de pet alleen om de verdiensten te doen zijn, dan is de theoretische, theologische grondslag daarvoor alsnog het feit dat dieren ook pijn hebben en liever gelukkig willen zijn.

    Nogmaals, dat is theorie en theologie, hoe dat bij verschillende boeddhistische groeperingen en volkeren de dagelijkse werkelijkheid in kruipt is vraag twee. Naar mijn mening zal over het algemeen karmische verdienste het inderdaad van mededogen winnen als beweegreden. Vroom als we zijn, uiteindelijk komen wijzelf toch zeker op de eerste plek.

    Warme groet,
    Reinier

    ReplyDelete
  5. Dag Reinier,

    Dank voor je uitgebreide reactie. Het is altijd fijn om feedback te krijgen van een kenner. Uiteindelijk weet jij natuurlijk meer van boeddhisme dan ik.

    Dat wil zeggen: je weet veel meer van boeddhistische teksten, van de Pali-canon en latere toevoegingen, van klassieke filosofie en van theorie en praktijk in Tibetaans boeddhisme. Daar staat tegenover dat ik vermoedelijk beter op de hoogte ben van hedendaagse religieuze praktijken in delen van Oost- en Zuidoost-Azië. Ik heb daarbij zulke verschillende vormen van 'boeddhisme' gezien dat ik persoonlijk van mening ben dat het weinig zin heeft vast te houden aan de notie van boeddhisme als wereldgodsdienst (met verschillende lokale vormen, maar een universele 'kern' of essentie). Ik twijfel aan de waarde van het concept 'boeddhisme' als een analytische term. Beter is het lokale praktijken en tradities - gevormd in dialectisch samenspel met invloeden van buitenaf, die geïncorporeerd en geassimileerd zijn - op hun eigen merites te beoordelen, in plaats van ze te toetsen aan een of ander ideaalbeeld van wat 'boeddhisme' wel niet zou zijn. Een ideaalbeeld dat overigens sterk beïnvloed is (nog steeds) door negentiende-eeuwse oriëntalistische projecties.

    Het probleem met termen als 'mengvorm' en 'syncretisme' (en 'geloof' en 'bijgeloof') is dat ze een dergelijke dichotomie in stand houden, en gebaseerd zijn op de volgende aannames: 1) boeddhisme heeft een essentie, en die is te vinden in de teksten (waarom? Omdat Luther ons dat leerde: sola scriptura!); 2) Europese wetenschappers begrijpen die essentie omdat zij studie hebben gemaakt van die teksten; en 3) veel lokale vormen van boeddhisme zijn gecorrumpeerd geraakt door invloeden van 'lagere' lokale religies en 'bijgeloof'. Die aannames zijn recentelijk natuurlijk wel bekritiseerd en genuanceerd door wetenschappers, maar ze leven onder meer voort in populaire en journalistieke lectuur. Het is een dergelijk impliciet begrip van boeddhisme waartegen ik ageer, niet alleen vanwege de arrogantie die eruit spreekt, maar ook omdat ik van mening ben dat het empirisch volstrekt onhoudbaar is. Ik heb nog nooit ergens een strikte scheiding gezien tussen wat 'echt' zou zijn en wat louter volksgeloof. Er is hooguit sprake van gradaties, van verschillende parallelle praktijken met verschillende functies en statussen, maar die zijn niet te begrijpen aan de hand van een model dat uitgaan van een dichotomie tussen 'animistische' en 'boeddhistische' praktijken. Hetzelfde valt overigens te zeggen over 'boeddhisme' en 'voorouderverering' elders in Azië.

    ReplyDelete
  6. Bedankt voor je mooie citaten. Ik wil niets afdoen aan de waarde en zeggingskracht van de tekst, maar wel het volgende opmerken: 1) zoals we weten zegt een tekst niet zo gek veel over de alledaagse praktijk - juist het feit dat mensen opgeroepen worden rekening te houden met het een of ander kan erop wijzen dat ze dat niet of nauwelijks deden; 2) ook bij een expliciete tekst als deze schuilt er een gevaar in het te interpreteren in termen van anachronismen als dierenwelzijn, dierenrechtenactivisme en dergelijke, want het is ontstaan en heeft zijn betekenis gekregen in een geheel andere context; 3) dit is een Tibetaanse tekst, en niet noodzakelijkerwijs representatief voor hoe er in andere 'boeddhistische' landen tegen de materie aangekeken wordt.

    Als er een ding centraal staat in de religieuze praktijk van de gehele Sinosfeer (China, Japan, Korea, Vietnam, Taiwan) dan is het dit: rituele zorg voor overledenen (familieleden en onbekenden) middels recitaties, offers, en alledaagse groeten. Dat geldt ook voor overleden dieren (dus ja, die zijn zeker bezield): ook hun geesten kunnen gaan ronddolen en ellende veroorzaken, ook daar moet voor gezorgd worden. Zo moet m.i. ook de 'gebedsbijeenkomst' in Seoul geïnterpreteerd worden. Níet als een spontane uiting van bezorgdheid om dierenwelzijn - zoals gezegd niet iets waar Koreanen in uitblinken.

    Tot slot nog dit, over het vrijkopen van dieren: voor Thaise tempels zitten vaak mensen die mandjes verkopen, volgepropt met levende vogeltjes. Mensen kopen ze, laten ze vrij, en vergaren zo goed karma. De vogeltjes vliegen een rondje, en gaan vervolgens terug naar het nest waar ze altijd gevoerd zijn. Daar worden ze 's avonds door de verkoper weer in die veel te kleine mandjes opgesloten, om de volgende dag als ze geluk hebben weer door een weldoener vrijgekocht te worden. Prima systeem, iedereen weet hoe het werkt, de een verdient wat geld en de ander wat goed karma. Maar om dat nou te interpreteren in termen van 'boeddhistisch mededogen' of 'bewustzijn van dierenleed' gaat me wat ver.

    En over Vietnamese dierenliefde kan ik helemaal kort zijn: die gaat vooral door de maag... Zie http://aikerots.blogspot.com/2010/03/vietnam-kort-6-hond-in-de-pot.html

    Hartelijke groet,
    Aike

    ReplyDelete
  7. P.S. Voor de duidelijkheid: ik suggereer natuurlijk niet dat jij ook een van die boeddhisme-essentialisten bent, integendeel. Ik ben alleen misschien wat kritischer aangaande bepaalde terminologie dan jij. Ik denk ook dat het goed is ons bewust te zijn van de vooronderstellingen waar onze eigen discipline op gebouwd is, maar dat zul je vast wel met me eens zijn. Heb je trouwens Masuzawa's 'The Invention of World Religions' gelezen? Leuk hoofdstuk over boeddhisme.

    P.P.S. Ik moest ineens denken aan dat verhaal van die Amerikaanse backpackster die op een markt in China een hondje wilde vrijkopen. Heb je dat gehoord? Ze vond het zo zielig dat die beestjes werden opgegeten dat ze er eentje kocht, teneinde het te 'redden'. Ze koos een schattige uit, betaalde de prijs... en zag vervolgens hoe de verkoper het dier voor haar ogen met één haal de keel doorsneed, om haar alvast een handje te helpen (zo dacht hij). Het arme kind was zo in shock dat ze haar reis vroegtijdig heeft afgebroken.

    ReplyDelete
  8. Ha Aike,

    Nee hoor, vrees niet, ik was niet bang van betichtingen! Ben het geheel met je eens over de nadelen van essentialistische beschrijvingen, dat is niet waar hem de schoen wringt. Het gaat mij meer om de pragmatische kant van de zaak. Iets simpel en snel kunnen beschrijven. Nogmaals, wanneer een leek je vraagt: “He, hoe zit dat nou, wat geloven die Vietnamezen nou eigenlijk?”, dan is een “beetje boeddhisme, beetje animisme” oneindig veel sneller dan een antropologische ‘thick description’ van alle gebruiken en overtuigingen die er voorkomen. Bovendien heb je bij het eerste antwoord kans dat de persoon er zijn aandacht bij houdt en je gemakkelijk begrijpt.

    Taal zelf werkt ook essentialistisch, we abstraheren dingen woorden in en gebruiken ze als absolute bouwblokjes. Daarom kan een anti-essentialisme tirade erg ver doordrijven, en dat is wat ik vrees. Homoseksualiteit en heteroseksualiteit, gelovig en ongelovig, lust en liefde: allemaal woorden die afgesloten lijken te zijn: een homo is per definitie geen hetero, een ongelovige is absoluut geen gelovige, en lust is geen liefde en liefde is geen lust. Toch hebben hetero’s meestal ook wel een (half?) procentje homoseksualiteit in zich, hoe hard men dat ook ontkent. We zeggen gemakshalve wel ‘hij is homo’ maar heeft hij daadwerkelijk nog nooit ook maar iets gevoeld voor een vrouw? En liefde heeft aardig wat te danken aan de lust, en lust denk ik ook wel aan liefde. Toch kunnen we iets afdoen met “Ach, het was pure lust” en ons daarmee perfect duidelijk maken. Het punt hier is dat taal allicht wel misleidend kan zijn (overigens ook een zeer (tekstueel ) boeddhistisch punt), maar dat we het er in alle redelijkheid soms maar mee moeten doen, en dat dat, zo goed en kwaad als het gaat ook wel werkt.

    Misschien is het beste wel om mensen te wijzen op dit probleem van geïmpliceerde absoluutheden en essenties, ons ons daar bewust van zijn, en dan met dat alles in het hoofd toch vooral op oude , gemakkelijk voet door te gaan qua wijze van uitdrukking. Of dit nu echt zo is weet ik niet… Ik wilde met dit alles maar even te kennen geven waar mijn twijfel zit, waarom ik nog steeds verdeeld ben over dit ‘syncretisme’-vraagstuk. Maar dit vraagstuk terzijde nu.

    Ik ben het eigenlijk op alle punten met je eens. Helemaal wat betreft je punt a) over teksten. Die tekst die ik aanhaalde geeft zo bijvoorbeeld prachtig te kennen dat de zweep en de steen met grage hand gehanteerd werden, en dat de ruggen van Tibetaanse lastdieren niet ontzien werden.

    Dierenrechtenactivisme is behalve anachronistisch zelfs niet eens uit de tekst te halen en ik heb nog nooit van een dergelijke mogelijkheid gehoord. Zij die dat wel doen dwalen. Dit verhaal gaat over het opwekken van een afkeer van samsara; niet over het bevrijden van dieren. Ik haalde het evenwel aan om aan te geven dat je wel stemmen vindt die uit boeddhistische overtuiging dieren menselijke eigenschappen toeschrijven.

    Een eventueel tegenwoordig opkomend vegetarisme (of dierenwelzijnbewustzijn) onder Aziatische boeddhisten zou ik overigens eerder toeschrijven aan westerse invloeden dan een plotse herbezinning op de eigen traditie, hoewel dat laatste natuurlijk ogenblikkelijk volgt. Zo goed als elke westerse Tib. boeddhist is vegetariër, en de westerse interpretatie van goed vegetarisch boeddhisme zal niet zonder weerslag blijven. Een in Nepal woonachtige westerse (boeddhistische) kennis van me heeft na jaren haar Tib. huisgenoot gewonnen voor het vegetarisme. Paul McCartney schreef eens een brief aan de Dalai Lama waarin hij hem poogde over te halen vegetarier te worden: het strookte immers niet met de boeddh. leer. Gevalletje van Roomser dan de paus met inderdaad Luther en de teksten in de hand, haha.

    Maar het westerse 'meat is murder' wordt in klassiek Tibet niet gedeeld. 'Butchering is murder', oke, maar het eten van het resultaat daarvan, nee; de slager is de moordenaar.

    Hartelijke groet,
    Reinier

    ReplyDelete